Amsoi in je moestuin
Inleiding
Amsoi is een veelzijdige bladgroente die oorspronkelijk afkomstig is uit Zuidoost-Azië. Deze groente, die ook wel “Surinaamse mosterd” wordt genoemd, is vooral bekend in de Surinaamse en Aziatische keuken vanwege zijn licht pittige, mosterdachtige smaak. Amsoi groeit zeer makkelijk in je eigen moestuin.
De wetenschappelijke naam van amsoi is Brassica juncea. Deze koolachtige, die behoort tot de kruisbloemigen, is nauw verwant aan paksoi en Chinese kool. Er zijn veel verschillende variëteiten waaronder groene, rode en soorten met ingesneden blad.
Het is een eenjarige plant die in korte tijd van zaad tot oogstbare bladeren groeit. Amsoi wordt vaak gestoofd, gebruikt in roerbakgerechten of toegevoegd aan soepen en stoofschotels. Na het plukken van bladeren, maakt amsoi nieuw blad aan, waardoor je langer van de plant kunt genieten.
De levenscyclus van amsoi begint met kleine, ronde zaadjes die binnen enkele dagen ontkiemen bij de juiste omstandigheden. De plant ontwikkelt snel grote, grof geribbelde bladeren die binnen enkele weken klaar zijn om te oogsten. Hoewel het een bladgewas is, heeft amsoi ook decoratieve waarde dankzij de frisgroene kleur en de stevige structuur van de bladeren.
Leuk weetje:
De zaadjes van amsoi worden in sommige keukens, zoals de Indiase, gebruikt als specerij. Wanneer je de plant laat doorschieten, kun je niet alleen zaden verzamelen om opnieuw te zaaien, maar ook om te gebruiken in je gerechten.


Zaaien van amsoi
Er bestaan verschillende meningen over de juiste zaaiperioden voor amsoi. Maar er bestaat wel consensus over het mijden van de periode rond de langste dag, omdat de kans op doorschieten van de planten anders te groot is. Ik kies er daarom voor om 2 zaaiperioden te hanteren. De optimale perioden zijn het vroege voorjaar en de late zomer. Dit komt doordat amsoi goed groeit bij milde temperaturen.

Gebruik kleine potjes of trays met een doorsnede van ongeveer 5 centimeter en vul deze met een luchtig, vochtvasthoudende zaaimix. Plaats in elk potje twee tot drie zaadjes.
Zorg ervoor dat de zaden bedekt zijn met een dun laagje aarde van ongeveer een halve centimeter. De ideale kiemtemperatuur ligt rond de 18-22 °C. Na ongeveer 5 dagen verschijnen de eerste kiemplantjes. Zodra de zaailingen twee echte blaadjes hebben ontwikkeld, kun je uitdunnen en alleen de sterkste per potje laten staan.


Planten van amsoi
Na ongeveer 25 dagen zijn de plantjes stevig genoeg en zo’n 10 centimeter groot. Je kunt de amsoi dan uitplanten in je moestuin.
Amsoi gedijt goed in vruchtbare, goed doorlatende grond met een zonnige tot halfschaduwrijke standplaats. Geef elke plant een vrije ruimte van circa 15 centimeter. Plant de zaailingen goed diep, zodat ze stevig staan.
Amsoi kun je in de 2e seizoenshelft gebruiken als tussenteelt (interplanting) aan de voet van gewassen zoals tomaten en komkommer. De onderste bladeren daarvan zijn dan verdwenen waardoor die ruimte beschikbaar is. De amsoi kan ondertussen groeien, en na het rooien van de tomaten of komkommers blijft de grond benut.

Oogsten van amsoi
Het oogsten van amsoi uit je eigen moestuin kan ongeveer 50 dagen na het zaaien al beginnen. De bladeren kun je oogsten zodra ze groot genoeg zijn voor gebruik in de keuken. Snijd of pluk de buitenste bladeren voorzichtig af, zodat de plant in het midden verder kan groeien. Dit maakt een doorlopende oogst mogelijk, waardoor je gedurende enkele weken van dezelfde plant kunt blijven oogsten.
Als je liever alles in één keer oogst, kun je de hele plant bij de basis afsnijden. De geoogste bladeren kun je het beste direct verwerken, maar ze blijven in de koelkast enkele dagen goed in een afgesloten plastic zak. Voor langere bewaring kun je de bladeren blancheren en invriezen.
Je kunt amsoi in de wintertuin gebruiken, maar je moet het dan wel beschermen tegen strenge vorst of langdurige bevriezing. Dek de planten af met vlies of zet de planten in een onverwarmde kas of tunnel. De groei komt in de wintermaanden tot stilstand, dus je oogst in het voorjaar wat er in de herfst al aan is gegroeid.

Teelt en verzorging
Amsoi is een relatief makkelijk te telen gewas, maar het is niet helemaal vrij van uitdagingen. De meest voorkomende plagen zijn slakken en rupsen van het koolwitje, die de bladeren kunnen beschadigen. Je kunt deze plagen bestrijden door preventief een fijnmazig insectengaas te gebruiken en slakken met de hand te verwijderen.
Amsoi heeft weinig last van ziekten, maar let op tekenen van verwelking of schimmel bij te natte omstandigheden. Regelmatig wieden en mulchen helpt om onkruid en vochtverlies te beperken.
Er zijn verschillende variëteiten van amsoi, waaronder varianten met breder blad en andere met fijner blad. Beide soorten hebben vergelijkbare teelteisen, maar je kunt kiezen op basis van jouw culinaire voorkeur.
- ‘Fringed Leaved Red’ – bruinrode amsoi met sierlijk ingesneden blad
- ‘Red Giant’ – Rondbladige vrij plat groeiende rode amsoi.
- ‘Chirimen Hakarashi’ – lichtgroen rond blad met krullend, fijn gekarteld blad.
Hoewel amsoi geen vaste plant is, kun je het gewas wel laten doorschieten voor het verzamelen van zaad. Deze bloemen trekken ook bestuivers aan, wat gunstig is voor je moestuin.
Kortom, amsoi is een heerlijke en veelzijdige toevoeging aan jouw moestuin. Met een beetje aandacht bij het zaaien en verzorgen kun je wekenlang genieten van verse, knapperige bladeren die perfect passen in allerlei gerechten. Door zijn snelle groei en eenvoudige teelt is het een ideaal gewas voor zowel beginners als ervaren moestuinders.
Amsoi in de kleine tuin
Amsoi is compact en blijft laag, waardoor het een goede keuze is voor een kleine tuin. Je kunt van eerder gezaaide planten langere tijd oogsten, dus dat is erg efficiënt.
Als je de vakkenmethode gebruikt dan passen in een vak van 30×30 cm 4 plantjes. In een vak van 40×40 passen 6–8 planten.

Pas op met doorschieten
(Verhoogde) bakken warmen sneller op dan de vollegrond, vooral in de lente en zomer. Omdat amsoi beter groeit bij koele temperaturen, is het risico op doorschieten in bakken bij zelf telen groter. Om dit te voorkomen, kun je een schaduwrijk plekje kiezen of de planten beschermen met een lichtdoorlatend doek of net.
