Uien zelf zaaien
Inleiding
Uien (Allium cepa) behoren tot de familie van de lookgewassen en zijn al duizenden jaren een essentieel onderdeel van de menselijke voeding. De ui mag daarom eigenlijk niet in je moestuin ontbreken, want de ui wordt heel vaak in combinatie met ander gewassen toegepast in gerechten.
Je kunt uien telen door plantuitjes te planten of door zelf uien te zaaien. Het eindresultaat is niet anders: uien om op te eten. Deze pagina gaat over het zelf zaaien. Voor uien planten met plantuitjes is een afzonderlijke pagina.
Blad per schil
Er is een directe relatie tussen het aantal bladeren (loof) van een ui en het aantal schillen van de bol. Hoe meer bladeren, hoe groter de bol doorgaans kan worden, omdat elk blad fotosynthese uitvoert en energie bijdraagt aan de bolvorming. Uien met meer schillen hebben doorgaans een betere bewaarkwaliteit, omdat de buitenste schillen de bol beter beschermen tegen schade en vochtverlies.
Uien zijn overwegend tweejarige planten, hoewel ze meestal als eenjarige worden geteeld in de moestuin. Ze worden gerekend tot de bolgewassen en staan ook wel bekend onder namen als ajuin of uienschillen.

Langedagplant
Uien zijn zogenaamde langedagplanten. In het begin van het seizoen richt de plant zijn aandacht voornamelijk op het blad. Pas als de dagen langer worden met zo’n 14-16 uur licht, dan stopt de ui zijn energie in het ontwikkelen van een bol (de ui).
Voor zuidelijk regio’s in Spanje, Italië of Portugal worden vaak speciale kortedag-uien gebruikt. Die werken al bij 12 uur licht aan de bol. Als je deze in onze regio zou gebruiken, dan gaat het mis. Het kleine plantje “denkt” direct dat het tijd is om een bol te maken, terwijl het nog maar twee sprietjes loof heeft. Resultaat: mini-uien ter grootte van een knikker.
Waarom uien zaaien?
Waarom zou je de moeite doen om uien te zaaien, als je ook gewoon plantuitjes kunt kopen. Als reden om uien uit zaad te telen hoor je vaak dat de kans op doorschieten kleiner is dan bij plantuitjes. Uien zijn tweejarige planten. In het eerste jaar maken ze de bol aan, waar het de moestuinder om te doen is. Als je de ui niet oogst, maar in de grond laat zitten tijdens de winter, dan zal de plant zich in het 2e jaar niet meer richten op de groei van de bol, maar op het bloeien en het maken van zaad.
Met plantuitjes is de groei van de ui onderbroken om de uitjes te oogsten. Als je ze opnieuw plant dan kan de ui denken dat het 2e jaar aangebroken is, waardoor deze zal doorschieten.
Zaaiuien zijn vaak langer houdbaar dan plantuitjes. Ze hebben vaak hardere rokken (schillen) en gaan later in rust. Een goed gedroogde zaaiui (zoals de Rijnsburger of Sturon) kun je vaak tot diep in het volgende voorjaar bewaren.
Ik heb nog een andere reden om zelf te zaaien: ik vind het leuk om het hele proces van de ontwikkeling van de uien van dichtbij mee te maken. En de keuze van uien is bij zaad meestal groter dan bij plantuitjes.

Uien zijn gevoelig voor daglicht. Als de dagen langer worden dan begint de plant energie op te slaan in de ondergrondse bol. De bol groeit aanzienlijk en slaat suikers en andere reserves op. Dit is de fase waarin de bollen beginnen uit te zwellen en de ui zijn kenmerkende vorm en structuur krijgt.
Het loof blijft fotosynthese uitvoeren, maar begint geleidelijk te verkleuren en af te sterven naarmate de bol volledig rijp wordt. Wanneer het loof geel wordt en omvalt (meestal tussen 90-120 dagen na zaaien), is de bol rijp en klaar om geoogst te worden.

Uien (uit zaad)
Er zijn veel uiensoorten die je uit zaad kunt telen. Voor al die soorten is de werkwijze hetzelfde.

Clusterteelt
Vul een tray met een goed luchtig en doorlatend zaaimedium. Uien zaaien we via de methode van clusterzaaien. Zaai 6 zaadjes in elke cel van de tray.
Zaad van uien zijn zogenaamde donkerkiemers. Dek de zaadjes daarom af met een dun laagje aarde van 0,5-1 cm en druk het stevig aan. De zaadjes kiemen binnen 14 dagen en vormen een cluster van zaailingen.
Zaailingen van de ui komen niet met twee blaadjes naar boven, zoals een boon of sla, maar ze duwen eerst een ‘lusje’ door de aarde. Dit lijkt op een soort dubbelgevouwen stengel met een ‘knie’ aan de bovenkant. Het topje met het zaadje blijft nog even in de grond zitten terwijl de dubbelgevouwen stengel verder groeit. Als je de zaadjes niet had bedekt met aarde, dan zou dit lusje geen tegendruk ondervinden en droogt het kwetsbare kiempje snel uit.
In de eerste weken produceert een zaailing smalle, holle bladeren (het loof). Deze bladeren vormen zich in een waaierpatroon en spelen een belangrijke rol bij de fotosynthese. Het wortelstelsel breidt zich uit, waardoor de plant steviger wordt en efficiënter voedingsstoffen en water uit de grond kan opnemen.
Dun de cluster uit tot er maximaal 4 plantjes per cluster overblijven. Deze clusters gaan we later planten in de tuin.

Planten van uien
Als de zaailingen 10-15 cm hoog zijn en stevige wortels hebben ontwikkeld kun je ze gaan uitplanten. Dit moment valt ongeveer 30 dagen na het zaaien. Je plant clusters met een vrije ruimte van ca. 15 cm rondom.

Bij gebruik van de vakkenmethode passen in een vak van 30×30 cm 4 clusters van uien. In een vak van 40×40 cm passen 9 clusters.


Gebruik je geen vakken dan kun je op rijtjes planten met 15 cm tussen de plantjes en 30 cm tussen de rijen.
Uien hebben een zonnige, beschutte plek nodig en gedijen het best op goed doorlatende, voedzame grond. Ze kunnen slecht tegen wateroverlast, dus zorg voor goede drainage. Plant de clusters net zo diep als ze in de zaaitray stonden. Je kunt uien ook in een pot telen. Gebruik dan een pot van minimaal 20 cm diep met een goede afwatering.

Oogsten van uien

Uien zijn langedagplanten en zijn dus gevoelig voor daglicht. Als de dagen langer worden dan begint de plant energie op te slaan in de ondergrondse bol. De bol groeit aanzienlijk en slaat suikers en andere reserves op. Dit is de fase waarin de bollen beginnen uit te zwellen en de ui zijn kenmerkende vorm en structuur krijgt.
De bolui wordt uitsluitend voor de bol geoogst en niet voor het blad. Dit zijn kenmerken waaraan je kunt zien of de bol geoogst kan worden.
- Het loof wordt geel en begint om te vallen.
- De uiteinde van het loof krijgt een papierachtig uiterlijk
- De uien stoppen met groeien.
In zijn algemeenheid: je oogst niet op datum, maar op signaal:
- De bol voelt stevig aan
- 70–90% van het loof is omgevallen
- De hals voelt zacht en gesloten
Trek de ui voorzichtig uit de grond zodra deze oogstklaar is.
Oogstvensters per type ui

Kleine / vroege uien (zoals Vaugirard)
Oogst: Begin juli – half juli
- Loof begint te knikken maar is vaak nog deels groen
- Gericht op verse consumptie, minder geschikt voor lange bewaring
- Totale teelttijd: ± 120–130 dagen na zaaien
Middelgrote uien (zoals Stuttgarter)
Oogst: Eind juli – begin augustus
- Groot deel van het loof ligt plat
- Goede balans tussen maat en bewaarkwaliteit
- Totale teelttijd: ± 140–150 dagen na zaaien
Grote bewaarui (zoals Rijnsburger)
Oogst: Half – eind augustus
- Loof vrijwel volledig afgestorven
- Bol volledig afgerijpt
- Beste bewaareigenschappen
- Totale teelttijd: ± 160–170 dagen na zaaien
Na de oogst:
- Drogen:
- Laat de geoogste uien enkele dagen drogen op een zonnige plek. Dit helpt om de houdbaarheid te verlengen.
- Opslag:
- Bewaar de uien op een droge, koele en donkere plek, zoals in een net of een geventileerde doos.
- Vermijd vochtige opslagruimtes om schimmelvorming te voorkomen.
Overwinterende uien
Uien die je niet in hetzelfde jaar oogst, kunnen overwinteren. Tijdens de winterperiode gaan de uien in winterslaap, maar zodra het warmer wordt in het voorjaar, zullen ze:
- In bloei schieten en stengels vormen die bloemen produceren. De uien zijn dan niet meer bruikbaar.
- Na de bloei kun je de bloemen laten uitgroeien tot zaad. Dit zaad kun je oogsten en bewaren voor een nieuwe teelt.
Soorten en rassen
Fotoperiodieke planten
Uien zijn fotoperiodieke planten, wat betekent dat hun groei en ontwikkeling worden beïnvloed door de lengte van de dag (de hoeveelheid licht gedurende een etmaal). De bolvorming start wanneer de daglengte een specifieke drempelwaarde bereikt, die afhankelijk is van het uienras.
Korte dag uien
- Deze variëteiten beginnen bollen te vormen bij een daglengte van 10-12 uur.
- Ze worden vaak geteeld in warmere regio’s met kortere dagen en mildere winters, zoals in Zuid-Europa.
Lange dag uien
- Deze variëteiten vereisen een daglengte van 14-16 uur om bollen te vormen.
- Ze zijn ideaal voor teelt in Nederland, waar de dagen in het late voorjaar en de zomer lang zijn.
Intermediaire rassen
- Deze zitten tussen korte dag en lange dag uien in en beginnen bollen te vormen bij een daglengte van ongeveer 12-14 uur.
- Ze zijn flexibeler qua teelt-locatie.
In de bol van de ui wordt energie opgeslagen als reservestoffen zoals fructanen (een vorm van suiker). Deze stoffen maken de bol sappig en voedzaam. Voor de ui is dit cruciaal om in het tweede jaar weer loof en een bloemstengel te kunnen ontwikkelen.
Geschikte lange dag rassen
Het is belangrijk om bij het kiezen van uienzaad of plantuitjes rekening te houden met de daglengte die past bij jouw regio. Hieronder staan bekende lange dag rassen voor gele, rode en witte uien en voor sjalotten

Gele uien
- ‘Sturon’
- Een van de meest populaire variëteiten in Nederland.
- Betrouwbaar, met een goede opbrengst en uitstekende bewaarbaarheid.
- ‘Centurion’
- Een verbeterde versie van Sturon, met een iets snellere groei.
- Goed bestand tegen ziektes en geschikt voor langdurige opslag.
- ‘Hytech’
- Een hybride variëteit met een uniforme bolgrootte.
- Goede resistentie tegen ziekten.
Rode uien
- ‘Red Baron’
- Een bekende variëteit met een diepe rode kleur en een milde smaak.
- Geschikt voor zowel vers gebruik als bewaring.
- ‘Karmen’
- Produceert iets kleinere, felrode uien met een zoete smaak.
- Wordt vaak vers gegeten en heeft een kortere bewaartijd.
- ‘Brunswick’
- Een oudere, erfgoedvariëteit met een goede opbrengst en een pittigere smaak.
Witte uien
- ‘Snowball’
- Een zachte, witte ui met een milde smaak en een bolvormige structuur.
- Niet lang te bewaren, maar ideaal voor verse consumptie.
- ‘White Lisbon’
- Wordt vaak gebruikt als lente-ui, maar kan ook doorgroeien tot een bol.
- Snelle groeier en geschikt voor vroege teelt.
- ‘Albion’
- Een witte lange dag variëteit met goede weerstand tegen ziekten.
Sjalotten
- ‘Golden Gourmet’
- Een populaire gele sjalot met een goede smaak en lange bewaartijd.
- Zeer geschikt voor de Nederlandse tuin.
- ‘Red Sun’
- Een rode sjalot met een zoete smaak en een gladde schil.
- Goede opbrengst en relatief makkelijk te telen.
- ‘Jermor’
- Een Franse langwerpige sjalot (banana shallot) met een rijke smaak.
- Geschikt voor bakken, koken en karamelliseren.
Teelt en verzorging
Uien kunnen last hebben van ziekten zoals valse meeldauw en plagen zoals de uienvlieg. Het afdekken met insectengaas en het toepassen van wisselteelt helpt om deze problemen te beperken.
Aandachtspunten bij de verzorging zijn regelmatige onkruidbestrijding en het vermijden van wateroverlast. Hoewel uien winterhard zijn, kun je ze bij strenge vorst beschermen met een mulchlaag. Op deze manier ben je verzekerd van een goede oogst voor het volgende seizoen.