Lichtkiemer of donkerkiemer
Wat is lichtkiemen en donkerkiemen?
In de plantenwereld zijn er twee kampen:
- Donkerkiemers: Deze zaden willen lekker ‘onder de wol’. Je bedekt ze met een laag aarde die ongeveer even dik is als het zaadje zelf (of iets dikker). In het donker en in de vochtige aarde gaan ze kiemen. Dit geldt voor de meeste grotere zaden zoals bonen, pompoen, courgette en kolen.
- Lichtkiemers: Deze zaden hebben zonlicht (of groeilampen) nodig als startsein. Als je deze bedekt met een laag aarde, wachten ze tevergeefs op licht en zullen ze uiteindelijk vergaan. Vaak zijn dit hele kleine zaadjes met weinig reservevoedsel.

De rol van voedsel in het zaadje
Elk zaadje, groot en klein, heeft een voorraad voedsel in zich opgeslagen. Dit voedsel is bedoeld om het zaadje te laten ontkiemen en het eerste stukje te laten groeien. Logischerwijs hebben grote zaden meer voedsel in zich, terwijl hele kleine zaadjes een minimale voorraad hebben. Die voorraad is de proviand tijdens het kiemen.
- De Donkerkiemer (bijv. een Boon): Heeft een enorme rugzak vol eten mee. Hij kan makkelijk dagenlang door donkere aarde graven en groeien op zijn reserves, voordat hij het oppervlak bereikt.
- De Lichtkiemer (bijv. Sla of Selderij): Is een reiziger met lege zakken. Het zaadje is zo klein, dat er bijna geen reservevoedsel in zit. Al direct na de eerste groei is zonlicht nodig om energie uit te halen voor verdere groei.
De rol van licht bij lichtkiemers
Het licht speelt in drie fases een cruciale, maar steeds andere rol bij lichtkiemers.
- Bij het kiemen (Het startschot):
In het zaadje zit een pigment (fytochroom). Dit werkt als een biologische schakelaar. Als de zaadjes nog in het zakje zitten, dan staat deze schakelaar standaard op ‘UIT’. Pas als het pigment rood licht absorbeert (onderdeel van zonlicht), gaat de schakelaar op ‘AAN’ en begint het chemische proces van ontkiemen. Zonder dit lichtsignaal blijft het zaadje in rust (slaapstand), omdat het ‘weet’ dat de energievoorraad te klein is om een weg naar boven te graven. - Tijdens het kiemproces (De navigatie):
Zodra het worteltje de grond in gaat en het stengeltje omhoog, bepaalt licht de vorm van de groei. Zodra een lichtkiemer die boven op de aarde ligt kiemt, krijgt deze vanwege het licht het signaal: “Ho, stop met strekken! Je bent er al.” De stengel blijft kort en stevig en steekt verdere energie in het uitvouwen van de blaadjes.
- Na het kiemen (De energiebron):
Omdat de voedselvoorraad van het zaadje uitgeput is, moet de plant direct overschakelen op zonne-energie. Het licht zorgt ervoor dat de kiemblaadjes (die twee eerste blaadjes) direct groen worden (chlorofyl aanmaken) en aan fotosynthese gaan doen. Bij een donkerkiemer (zoals een boon) kunnen de kiemblaadjes nog dagenlang teren op de reserves, maar een lichtkiemer is na 1 of 2 dagen zonder licht dood.
Als je zaadjes van lichtkiemers bedekt met een laagje aarde dan is de kans klein dat ze ontkiemen.
Lichtkiemers in de Tuinagenda
In de Tuinagenda vinden we meerdere lichtkiemers.
Groenten & Blad:
- Aardbei (zaden zitten aan de buitenkant, heel oppervlakkig zaaien)
- Andijvie (mag heel licht bedekt worden, maar kiemt goed in licht)
- Bleekselderij
- Knolselderij
- Landkers
- Sla (alle soorten: gewone sla, kropsla, pluksla, stengelsla)
- Veldsla
- Winterpostelein:
Kruiden
- Basilicum
- Bonenkruid
- Citroenmelisse
- Dille
- Kervel
- Munt
- Oregano
- Rozemarijn
- Salie
- Tijm
Donkerkiemers in de Tuinagenda
Vrijwel alle andere groenten uit de Tuinagenda willen graag donker liggen. Hier zitten wel verschillen in diepte tussen (een tuinboon moet dieper dan een radijsje), maar ze moeten allemaal onder de grond. Een goede diepte is 2x de hoogte van het zaad.
Een greep uit de “grote jongens” uit de Tuinagenda die absoluut donker moeten kiemen:
- Overige kruiden:
Bieslook, Koriander en Peterselie (deze houden echt van donker). - Koolsoorten:
Bloemkool, Broccoli, Boerenkool, Paksoi, Rucola, Radijs, etc. - Vruchtgroenten:
Tomaat, Paprika, Peper, Aubergine, Komkommer, Courgette, Pompoen, Meloen. - Peulvruchten:
Erwten, bonen, peulen, tuinbonen. - Wortelgewassen:
Bieten, uien, prei, knolvenkel.

Stappenplan: Hoe zaai je lichtkiemers?
Omdat de zaden ‘bloot’ liggen, is de aanpak net iets anders dan je misschien gewend bent.
- De basis: Vul je potje of zaaitray met fijne zaaimix en druk dit aan zodat je een vlakke ondergrond hebt.
- Zaaien: Strooi de zaden voorzichtig uit over de aarde. Probeer ze goed te verspreiden.
- Aandrukken (Belangrijk!): Bedek de zaden niet met aarde. Druk ze in plaats daarvan zachtjes aan met je hand of een plankje. Het zaadje moet goed contact maken met de vochtige grond, maar wel zichtbaar blijven.
- Vocht: Gebruik een plantenspuit. Gebruiken geen gieter of andere voorwerp dat er op lijkt. Zelf een klein golfje water spoelt je lichte zaden weg of ze worden per ongeluk alsnog begraven onder de modder.
- Afdekken: Omdat de zaden aan de oppervlakte liggen, drogen ze razendsnel uit. Span een stukje doorzichtig huishoudfolie over je potje of gebruik een kweekkap. Zodra je groen ziet, mag het folie eraf.

Winterwortel en zomerwortel vormen een aparte categorie. Ten eerste omdat we deze rechtstreeks buiten zaaien en ten tweede omdat het geen echte lichtkiemers zijn. Vaak wordt dit gedacht, omdat de zaadjes zo klein zijn. Technisch gezien zijn het donkerkiemers, maar ze zijn zwak. Als je ze dieper dan 0,5 – 1 cm zaait, halen ze het niet.
Advies: Zaai wortelen ondiep en bedek met een heel dun laagje zand/aarde, maar laat ze niet helemaal bloot liggen (dan drogen ze uit).

Eindelijk een keer goed uitgelegd hoe het nou zit met die licht- en donkerkiemers. Weer een hoop bijgeleerd!
Mooi zo! Dat was precies de bedoeling 😉