Aardbeien zelf telen
Inleiding
De zoete, rode vruchten van de aardbei symboliseren voor velen de start van de echte zomer. De aardbei die we tegenwoordig kennen en waar de variëteit Estavana F1 toe behoort, vindt zijn oorsprong niet in één specifiek land, maar is een gelukkig huwelijk tussen twee wilde soorten uit Noord- en Zuid-Amerika. Deze kruising ontstond een paar eeuwen geleden in Europa en heeft geleid tot de stevige, sappige aardbei die we nu zelf in onze tuinen telen.
De Latijnse naam voor deze gecultiveerde aardbei is Fragaria x ananassa. De Nederlandse naam “aardbei” verwijst heel letterlijk naar een “bei” (bes) die dicht bij de “aarde” groeit. Hoewel, als je het botanisch heel correct wilt bekijken, is de aardbei eigenlijk helemaal geen bes, maar een schijnvrucht. De echte vruchtjes zijn die kleine gele pitjes aan de buitenkant, maar dat mag de pret en de smaak zeker niet drukken.
De Estavana F1 is een bijzondere verschijning binnen de aardbeienwereld. Waar je aardbeien normaal gesproken koopt als plantjes, is dit een ras dat specifiek is ontwikkeld om zelf te zaaien. Dus dat past prima binnen onze Tuinagenda.
Fashionista
De estavana F1 is een echte ‘fashionista’ onder de aardbeien. 🌸
Terwijl bijna alle ‘gewone’ aardbeienplanten braaf wit bloeien, produceert de Estavana F1 prachtige, felroze bloesem.
Dit maakt haar een zogenaamde dubbeldoel-plant: ze is niet alleen nuttig voor de oogst, maar heeft ook een hoge sierwaarde. Het lijkt net een sierplant, tot je er ineens heerlijke aardbeien van kunt plukken!
Aardbeien zijn vaste planten. Dat betekent dat ze de winter overleven en je er meerdere jaren plezier van hebt. Ze behoren tot de vruchtgewassen, al blijven ze laag bij de grond. De levenscyclus van de Estavana F1 begint bij een piepklein zaadje. Na het ontkiemen vormt de plant een rozet van bladeren. In het eerste jaar zal de plant al bloemen en vruchten geven, wat vrij uniek is voor vaste planten die uit zaad worden opgekweekt. Na de bloei zwellen de bloembodems op tot de rode vruchten die we eten.
Na verloop van tijd kan de plant uitlopers maken om zichzelf te vermeerderen, al steekt de Estavana F1 zijn energie liever in de productie van heerlijke vruchten dan in het maken van veel nageslacht via uitlopers.


Zaaien van aardbei
Het opkweken van aardbeien uit zaad vraagt om een vroege start en een beetje geduld, maar het is enorm bevredigend. De zaaiperiode begint al vroeg in het jaar, meestal vanaf half januari tot en met maart. Als je in deze periode zaait, dan kun je nog hetzelfde jaar genieten van je eerste oogst.
Als je vanaf april zaait, dan gelden de lichte kleuren in de zaaitabel. De aardbeienplant groeit dan dit jaar, maar je kunt pas volgend jaar oogsten. De oogst valt dan wel iets eerder, namelijk vanaf juni.

Je zaait de aardbeien in kleine potjes of een zaaitray met kleine vakjes. Een maat van ongeveer 5 centimeter doorsnede is prima, maar kleinere cellen in een tray werken ook goed om ruimte te besparen. Vul de zaaitray met een goed zaaimedium.
Normaal adviseer ik om meer zaadjes per potje te zaaien en uit te dunnen als er meer opkomen. Maar de zaadjes van de aardbei Estavana zijn nogal prijzig, dus zonde om ze zomaar weg te knippen met het uitdunnen. Zaai daarom 1 zaadje per potje en hou er rekening mee dat er mogelijk niets opkomt in één of enkele potjes.
De kiemtemperatuur is erg belangrijk; aardbeien houden van warmte om wakker te worden. Een temperatuur rond de 20 tot 22 graden Celsius is ideaal. Zet ze dus lekker in de vensterbank boven de verwarming of of gebruik een warmtematje. Let op: aardbeien zijn lichtkiemers. Dat betekent dat je de zaden niet bedekt met een laag aarde. Je drukt ze enkel zachtjes aan op de vochtige potgrond. Het kan even duren voordat je leven ziet; de kiemtijd varieert van twee tot wel vier weken. Geef de moed dus niet te snel op als je na een week nog niets ziet gebeuren.


Planten van aardbeien
Zodra je zaailingen zijn uitgegroeid tot stevige jonge plantjes kun je uitplanten. Je herkent een plantklaar exemplaar aan de ontwikkeling van meerdere echte, gekartelde aardbeienblaadjes en een goed ontwikkeld wortelstelsel dat het potje mooi vult. Meestal is dit zo’n drie tot vier maanden na het zaaien het geval. Omdat aardbeien niet goed tegen vorst kunnen als ze net uit een warm huis komen, wacht je met uitplanten tot de kans op nachtvorst geweken is. Dit is doorgaans na half mei, ook wel bekend als de IJsheiligen.
De Estavana F1 heeft ruimte nodig om zich te ontwikkelen en voldoende lucht en licht te vangen. Houd als plantafstand een diameter van ongeveer 30 tot 35 centimeter rondom de plant aan. Als je de vakkenmethode gebruikt betekent dit dat je zowel in een vak van 30×30 centimeter als in een vak van 40×40 centimeter precies één aardbeiplant kwijt kunt.
Aardbeien doen het ook geweldig in potten en bakken, en de Estavana is hier met zijn compacte groei en mooie bloemen uitermate geschikt voor.
Een zonnig standplaats is belangrijk voor de smaak. Aardbeien zijn zonaanbidders; hoe meer zon, hoe zoeter de vrucht. Kies dus het zonnigste plekje in je tuin. De grond moet vruchtbaar en goed vochthoudend zijn, maar wel goed draineren zodat de wortels niet verzuipen. Bij het planten is de plantdiepte het allerbelangrijkste detail om op te letten. Je moet de plant zo in de grond zetten dat het hart van de plant – het groeipunt waar de steeltjes uitkomen – net boven de grond blijft, terwijl alle wortels onder de grond zitten. Begraaf je het hart, dan rot de plant. Plant je te ondiep en zie je wortels, dan droogt hij uit. Het is een precies klusje, maar het maakt het verschil tussen leven en dood voor je plant.


Oogsten van aardbeien
Bij de Estavana F1, die bekend staat als een zogenaamde ‘doordrager’, kun je in het eerste jaar na het zaaien vaak al vanaf juli oogsten. In de jaren daarna begint de oogst al vroeger, vaak in juni, en gaat door tot de eerste nachtvorst in het najaar.
De kleur van de aardbei bepaalt het juiste oogstmoment. De aardbei moet volledig rood zijn, ook rondom het kroontje en bij het puntje. Een witte neus betekent dat hij nog even moet hangen. De vrucht voelt stevig aan, maar geeft heel licht mee als je er zachtjes in knijpt. De smaak is op zijn best als de zon erop heeft geschenen, dus probeer te oogsten op een warm moment van de dag. De tijd tot de eerste oogst is, gerekend vanaf het zaaien, ongeveer 5 maanden.
Gebruik bij het oogsten een goede techniek om de plant niet te beschadigen. Trek niet aan de vrucht, want dan beschadig je mogelijk de hele tak of zelfs de plant. Knip het steeltje net boven het kroontje door met een schaartje, of knijp het door met je nagels. Je laat het groene kroontje dus aan de aardbei zitten; dit houdt de vrucht langer vers en voorkomt dat er sap weglekt. Omdat de Estavana een doordrager is, oogst je niet alles in één keer. Loop om de dag even langs je planten, want tijdens het seizoen rijpen er continu nieuwe vruchten.
De behandeling van de oogst is simpel: zo snel mogelijk opeten! Aardbeien zijn vers van de plant het allerlekkerst. Wil je ze toch bewaren, leg ze dan ongewassen en met het kroontje er nog aan in de koelkast. Daar blijven ze een tot twee dagen goed. Was ze pas vlak voordat je ze eet, anders zuigen ze zich vol water en verliezen ze hun aroma. Heb je een enorme oogst? Dan kun je ze invriezen voor in smoothies of er jam van maken, maar wees erop voorbereid dat ontdooide aardbeien hun stevige structuur verliezen.

Teelt en verzorging
Naast de Estavana F1 zijn er talloze variëteiten, grofweg in te delen in junidragers (geven één keer per jaar heel veel oogst) en doordragers (geven minder per keer, maar wel het hele seizoen door). De Estavana valt in die laatste categorie, wat voor de hobby-moestuinier vaak het leukst is omdat je constant kunt snoepen.
Tijdens de teelt kun je te maken krijgen met enkele uitdagingen. Slakken zijn dol op aardbeien en kunnen in één nacht grote gaten in je oogst vreten. Ook vogels lusten er wel pap van. Je kunt je planten beschermen door netten te spannen of door stro rond de planten te leggen. Dat stro heeft een dubbele functie: het houdt de vruchten droog en schoon (zodat ze niet gaan rotten op de aarde) en het maakt het voor slakken iets lastiger om bij de plant te komen. Een veelvoorkomende ziekte is grauwe schimmel (botrytis), wat vaak gebeurt als het nat is en de planten te dicht op elkaar staan. Zorg dus voor die goede plantafstand en verwijder beschadigd blad direct.
De vermeerdering van aardbeien gaat normaal gesproken via uitlopers: lange stengels waar nieuwe plantjes aan groeien. De Estavana F1 maakt minder uitlopers dan andere rassen, maar als je ze ziet, kun je ze laten wortelen in een potje naast de moederplant. Wil je echter de specifieke eigenschappen van deze F1-hybride behouden, dan is opnieuw zaaien de meest zuivere methode, al is stekken via uitlopers voor de hobbyist vaak prima.
Qua algemene verzorging is water geven het belangrijkste punt. Aardbeien wortelen vrij oppervlakkig en drogen snel uit. Geef tijdens droge periodes, en zeker als de vruchten zwellen, regelmatig water. Probeer daarbij onder het blad te gieten en niet op de plant zelf, om schimmels te voorkomen. Als de winter nadert, hoef je niet in paniek te raken. De plant is winterhard. Het blad zal in de winter deels afsterven en bruin worden. Dit laat je lekker zitten als beschermlaagje. Pas in het vroege voorjaar, als de nieuwe groei begint, knip je het oude, dode blad weg om plaats te maken voor een vers seizoen. Na een jaar of drie neemt de productiviteit van de planten af en is het tijd om nieuwe te zaaien, zodat je cyclus van zomerkoninkjes nooit stopt.
