Veldsla zelf telen
Inleiding
Veldsla is een fijn plantje voor de koude herfst en wintermaand, als de meest andere planten het al hebben opgegeven. Het is een vrij jong gewas dat pas sinds ongeveer een eeuw gekweekt wordt. Daarvoor groeide het alleen in het wild. Dat verklaart ook gelijk de naam ‘Veldsla’.
De botanische naam is Valerianella locusta en dus is het familie van de Valeriaan-planten. Culinair gezien wordt veldsla enorm gewaardeerd om zijn nootachtige smaak en zachte textuur. Het is bovendien ontzettend gezond; het zit boordevol vitamine C en B6 en daarnaast ijzer en magnesium, wat in de wintermaanden geen overbodige luxe is.
Veldsla is een eenjarige plant, maar gedraagt zich vaak als een winterannuel. Dit betekent dat de plant in het najaar kiemt, de winter als klein rozetje overleeft, en in het vroege voorjaar weer verder groeit om uiteindelijk te gaan bloeien. Het is een echte bladgroente die niet veel ruimte inneemt en daarom perfect past in elke moestuin.
De levenscyclus is vrij overzichtelijk: na het ontkiemen vormt de plant een rozet van blaadjes dicht bij de grond. In deze vorm overwintert hij. Zodra de temperatuur in de lente stijgt gaat de plant bloeien met piepkleine, vaak lichtblauwe of witte bloemetjes, en sterft af nadat het zaad is ontwikkeld. Als moestuinder wil je natuurlijk oogsten voordat de plant in bloei schiet, tenzij je het zaad wil winnen.
Leuk weetje:
veldsla kan door zijn snelle groei worden gebruikt als ‘levend mulch’ om onkruid te onderdrukken. De bladeren bedekken de grond snel en maken het moeilijk voor onkruid om door te komen. (Ik heb het zelf trouwens nog nooit geprobeerd)


Zaaien van veldsla
Er zijn grofweg twee belangrijke tijdvakken voor het zaaien van veldsla. Het belangrijkste en meest populaire tijdvak is de nazomer en de herfst, grofweg van half augustus tot eind september. Zaai je in deze periode, dan kun je in de late herfst en gedurende de winter oogsten.
Je kunt echter ook nog heel vroeg in het voorjaar zaaien, rond februari of maart, voor een snelle lenteoogst, maar de plant schiet dan wel sneller in de bloei zodra het warm wordt.

Je hebt aardig wat plantjes nodig voor een redelijke oogst. Wees dus niet te zuinig met het aantal potjes dat je vult. Het makkelijkste is een zaaitray met kleine vakjes (modules) of kleine potjes. Vul deze met een luchtig en doorlatend zaaimedium. Doe 3 zaadjes per module. De plantjes die opkomen dun je uit tot je maximaal 2 zaailingen per potje of module overhoudt. Deze vormen dan met elkaar een cluster en zo worden ze straks ook met elkaar uitgeplant.
Veldsla heeft koele temperaturen nodig om te ontkiemen. De ideale kiemtemperatuur ligt rond de 15 graden. Bij een temperatuur boven de 20 graden Celsius gaat het zaad in een soort slaapstand en weigert het te kiemen. Zaai dus niet midden in een hittegolf, maar wacht op een koelere week. Zet je voorgezaaide zaadjes ook op een koele plek en niet bij of boven de verwarming. Dek de zaden af met een dun laagje aarde en houd de grond goed vochtig. Als de omstandigheden gunstig zijn, zie je na ongeveer tien tot veertien dagen de eerste groene puntjes boven de grond verschijnen.

Planten van veldsla
Zodra je zaailingen zijn opgekomen, is het even wachten tot ze sterk genoeg zijn om de overstap naar hun definitieve plek te maken. Je herkent het juiste moment aan de grootte van het plantje: als de zaailingen ongeveer vier echte blaadjes hebben en het kluitje wortels de aarde in het tray-vakje goed vasthoudt, zijn ze plantklaar. Meestal is dit zo’n drie tot vier weken na het zaaien, afhankelijk van hoe warm of koud het buiten is. Je plant de complete clusters uit
Bij het uitplanten houd je rekening met een plantafstand van ongeveer 10 tot 15 centimeter rondom elk kluitje. Veldsla heeft niet veel wortelruimte nodig en groeit compact, dus je kunt ze vrij dicht op elkaar zetten. Als je de vakkenmethode gebruikt dan passen in een vak van 30×30 cm 9 clusters (in een opstelling van 3 bij 3). Bij een vak van 40 bij 40 centimeter passen er met gemak 16 clusters (4 bij 4). Dit zorgt voor een mooi groen tapijt waarbij onkruid nauwelijks kans krijgt.


Veldsla stelt geen eisen aan zijn standplaats. De plantdiepte is simpel: zorg dat de bovenkant van het kluitje gelijk ligt met de grond van je tuin. Plant ze niet te diep, want dan kunnen de onderste blaadjes gaan rotten, maar ook niet te hoog, want dan drogen de wortels uit.
Je kunt veldsla ook prima in potten, bloembakken of zelfs een balkonbak telen. Zolang er aarde in zit en het water weg kan lopen, is de plant tevreden. Een leuke toepassing van veldsla is ‘interplanting’. Omdat het laagblijvende plantjes zijn met oppervlakkige wortels, kun je ze perfect planten aan de voet van hoge wintergroenten die lang op hun plek blijven staan, zoals boerenkool, palmkool of prei. Zo benut je de ruimte in je tuin optimaal.


Oogsten van veldsla
Bij veldsla draait alles om het malse groene blad. Je kunt vaak al oogsten na ongeveer twee tot drie maanden na het zaaien. In de herfst gaat dit sneller dan in de winter, omdat de groei bij lage temperaturen vertraagt. Je herkent het oogstmoment aan de grootte van de rozetten; zodra ze eruitzien als een volwaardig toefje sla van een centimeter of 10 doorsnede, kun je aan de slag. Laat ze niet te groot worden, want jong blad is het malst en heeft die heerlijke nootachtige smaak.
Er zijn eigenlijk twee manieren om veldsla te oogsten. De meest snelle en gebruikelijke manier is om de hele rozet in één keer te oogsten. Je pakt het bosje blaadjes bij elkaar en snijdt met een scherp mesje de hele toef net boven de grond af. Het voordeel hiervan is dat je meteen een mooie hoeveelheid hebt. De tweede manier is de pluk-methode, waarbij je alleen de grootste buitenste blaadjes plukt en het hart van de plant laat staan. De plant groeit dan langzaam verder, waardoor je over een langere periode steeds een beetje kunt oogsten.
Was de veldsla daarna grondig in koud water, liefst door ze even te laten ‘zwemmen’ in een bak water zodat eventueel zand naar de bodem zakt. Droog de blaadjes daarna voorzichtig, bijvoorbeeld in een slacentrifuge. Vers is veldsla het allerlekkerst, dus probeer te oogsten vlak voordat je gaat eten. Wil je het toch bewaren? Doe de droge blaadjes dan in een bakje met een vochtig velletje keukenpapier in de koelkast. Zo blijft het nog enkele dagen knapperig, maar het verlept vrij snel. Invriezen is voor veldsla geen optie, dan blijft er slechts een papperig hoopje van over.

Teelt en verzorging
Er zijn verschillende rassen beschikbaar.
- ‘Grote Noordhollandse’: Het bekendste ras, betrouwbaar met vrij groot blad.
- ‘Vit’: snelle groei en resistentie tegen meeldauw.
De grootste vijand is vocht in combinatie met kou, wat kan leiden tot schimmels zoals grauwe schimmel of meeldauw (een wit poederlaagje op het blad). Dit voorkom je door niet te dicht op elkaar te planten zodat de wind erdoorheen kan waaien, en door water te geven aan de voet van de plant in plaats van over het blad. Daarnaast zijn slakken dol op de malse blaadjes, zeker in een vochtige herfst. Houd je slakkenpopulatie dus in de gaten.
Zelf zaad winnen is heel eenvoudig. Laat in het voorjaar een paar mooie planten staan. Ze gaan bloeien en vormen zaaddoosjes. Wacht tot de plant vergeelt en de zaadjes droog zijn, schud ze uit boven een zakje en je hebt je eigen zaaigoed voor het volgende seizoen. Het is een cyclus die zichzelf makkelijk in stand houdt en jou elk jaar weer voorziet van die heerlijke, gezonde wintergroente.

Pas op met doorschieten
(Verhoogde) bakken warmen sneller op dan de vollegrond, vooral in de lente en zomer. Omdat veldsla beter groeit bij koele temperaturen, is het risico op doorschieten in bakken groter. Om dit te voorkomen, kun je een schaduwrijk plekje kiezen of de planten beschermen met een lichtdoorlatend doek of net.