Uien zelf telen
Inleiding
Uien (Allium cepa) behoren tot de familie van de lookgewassen en zijn al duizenden jaren een essentieel onderdeel van de menselijke voeding. De ui mag daarom eigenlijk niet in je moestuin ontbreken, want de ui wordt heel vaak in combinatie met ander gewassen toegepast in gerechten.
Je kunt uien telen door plantuitjes te planten of door zelf uien te zaaien. Het eindresultaat is niet anders: uien om op te eten. Deze pagina gaat over planten met plantuitjes. Voor het zaaien van uien is een afzonderlijke pagina.
Blad per schil
Er is een directe relatie tussen het aantal bladeren (loof) van een ui en het aantal schillen van de bol. Hoe meer bladeren, hoe groter de bol doorgaans kan worden, omdat elk blad fotosynthese uitvoert en energie bijdraagt aan de bolvorming. Uien met meer schillen hebben doorgaans een betere bewaarkwaliteit, omdat de buitenste schillen de bol beter beschermen tegen schade en vochtverlies.
Uien zijn overwegend tweejarige planten, hoewel ze meestal als eenjarige worden geteeld in de moestuin. Ze worden voor de winter geoogst. Uien worden gerekend tot de bolgewassen en staan ook wel bekend onder namen als ajuin of uienschillen.

De levenscyclus met plantuitjes

Planten in lente en vroege zomer (Maart tot Juni)
- Herstart van de groei: In maart, wanneer de dagen langer worden en de temperaturen stijgen, hervat de plant zijn vegetatieve groei. Er wordt meer loof aangemaakt, wat belangrijk is voor fotosynthese en energieproductie.
- Bolvorming: Zodra de daglengte de kritische drempel bereikt (14-16 uur voor lange dag uien), stopt de plant met het produceren van nieuw loof en richt hij zich op de opslag van energie in de bol. Dit gebeurt meestal vanaf april of mei.
Planten in herfst- en wintercyclus (Oktober tot Maart)
- Start van de groei: Zodra de plantuitjes in oktober worden uitgeplant, ontwikkelen ze een wortelstelsel en beginnen ze loof te vormen. De groei is traag, omdat de dagen korter worden en de temperatuur daalt.
- Winterrust: In de winter vertraagt de groei aanzienlijk of stopt helemaal bij koudere temperaturen. Dit is een natuurlijke rustperiode waarin de plant zich aanpast aan het seizoen.
- Geen bolvorming: Tijdens de winter worden de dagen te kort voor bolvorming. De energie van de plant wordt vooral gebruikt voor het behouden van vitaliteit in het loof en wortelstelsel.
Voordelen van planten in oktober
- Snellere ontwikkeling in de lente: Omdat de plantuitjes al een ontwikkeld wortelstelsel en loof hebben, lopen ze in de lente snel uit, wat een voorsprong geeft ten opzichte van zaaiuien.
- Vroegere oogst: Door de langere groeicyclus kunnen de uien al in juni of juli worden geoogst, eerder dan bij zaaiuien.
- Betere overwintering: Plantuitjes zijn goed bestand tegen vorst, waardoor ze de winter zonder problemen overleven.
- Bolvorming blijft afhankelijk van daglengte: Ook al zijn de uitjes in de herfst uitgeplant, de bolvorming begint pas in het voorjaar wanneer de daglengte voldoende toeneemt.

Uien (met plantuitjes)
Plantuitjes zijn kleine ui-bolletjes die je in de handel kunt kopen. Je stopt ze in de grond, waarna ze uitgroeien tot volwassen uien. Je kunt ze zowel in het voorjaar als in het najaar planten.
Als je voor het najaar kiest, overwinteren de uitjes gewoon buiten in de tuin. Het fijne is dat de oogstmomenten van beide teelten elkaar dan mooi opvolgen. In de tabel hieronder zie je de planning; de vakken met de lichte kleur horen bij de najaarsteelt.

Een goede strategie is om zowel uien uit zaad te zaaien als plantuitjes te gebruiken. Dit zorgt ervoor dat de oogstperiodes elkaar overlappen of opvolgen, waardoor je een langere periode verse uien kunt oogsten.


Planten van plantuien
Je plant uitjes met een vrije ruimte van ca. 15 cm rondom. Bij gebruik van de vakkenmethode passen in een vak van 30×30 cm 4 plantuien. In een vak van 40×40 cm passen er 9. Als het plantuitjes zijn voor kleine uien dan kun je overwegen om in de vakken 9 respectievelijk 16 uitjes te planten.


Gebruik je geen vakken dan kun je op rijtjes planten met 15 cm vrije ruimte voor de plantjes en 30 cm tussen de rijen.
Uien hebben een zonnige, beschutte plek nodig en gedijen het best op goed doorlatende, voedzame grond. Ze kunnen slecht tegen wateroverlast, dus zorg voor goede drainage. Plant de uien met zijn ‘neus in de wind’, waarbij het topje net boven de grond uitkomt.
Als dat problemen geeft met vogels, dan kun je net geplante uitjes afdekken met een vliesdoek of een vogelnet. Je kunt trouwens uien ook in een pot planten als deze minimaal 20 cm diep is


Oogsten van uien
Door te combineren met uien uit zaad en uien uit plantuitjes kun je meerdere oogstmomenten per jaar hebben.
In tegenstelling tot de lente-ui en bosui wordt van de bolui uitsluitend de bol geoogst.
Wat zijn de kenmerken waaraan je kunt zien dat de uien klaar zijn om geoogst te worden.
- Het loof wordt geel en begint om te vallen.
- De uiteinde van het loof krijgt een papierachtig uiterlijk
- De uien stoppen met groeien.
Dit moment valt gemiddeld
- 70 dagen bij gebruik van plant-uitjes in het voorjaar.
- Bij plantuitjes die in het najaar zijn geplant oogst je in het volgende voorjaar (voordat ze gaan bloeien).
Hoe uien oogsten?
Trek de ui voorzichtig uit de grond zodra deze klaar is om te oogsten.
Na de oogst:
- Drogen:
- Laat de geoogste uien enkele dagen drogen op een zonnige plek. Dit helpt om de houdbaarheid te verlengen.
- Opslag:
- Bewaar de uien op een droge, koele en donkere plek, zoals in een net of een geventileerde doos.
- Vermijd vochtige opslagruimtes om schimmelvorming te voorkomen.
Overwinterende uien

Uien die je niet in hetzelfde jaar oogst, kunnen overwinteren. Tijdens de winterperiode gaan de uien in winterslaap, maar zodra het warmer wordt in het voorjaar, zullen ze:
- In bloei schieten en stengels vormen die bloemen produceren.
- Na de bloei kun je de bloemen laten uitgroeien tot zaad. Dit zaad kun je oogsten en bewaren voor een nieuwe teelt.
Soorten en rassen
Fotoperiodieke planten
Uien zijn fotoperiodieke planten, wat betekent dat hun groei en ontwikkeling worden beïnvloed door de lengte van de dag (de hoeveelheid licht gedurende een etmaal). De bolvorming start wanneer de daglengte een specifieke drempelwaarde bereikt, die afhankelijk is van het uienras.
Korte dag uien
- Deze variëteiten beginnen bollen te vormen bij een daglengte van 10-12 uur.
- Ze worden vaak geteeld in warmere regio’s met kortere dagen en mildere winters, zoals in Zuid-Europa.
Lange dag uien
- Deze variëteiten vereisen een daglengte van 14-16 uur om bollen te vormen.
- Ze zijn ideaal voor teelt in Nederland, waar de dagen in het late voorjaar en de zomer lang zijn.
Intermediaire rassen
- Deze zitten tussen korte dag en lange dag uien in en beginnen bollen te vormen bij een daglengte van ongeveer 12-14 uur.
- Ze zijn flexibeler qua teelt-locatie.
In de bol van de ui wordt energie opgeslagen als reservestoffen zoals fructanen (een vorm van suiker). Deze stoffen maken de bol sappig en voedzaam. Voor de ui is dit cruciaal om in het tweede jaar weer loof en een bloemstengel te kunnen ontwikkelen.
Geschikte lange dag rassen
Het is belangrijk om bij het kiezen van uienzaad of plantuitjes rekening te houden met de daglengte die past bij jouw regio. Hieronder staan bekende lange dag rassen voor gele, rode en witte uien en voor sjalotten

Gele uien
- ‘Sturon’
- Een van de meest populaire variëteiten in Nederland.
- Betrouwbaar, met een goede opbrengst en uitstekende bewaarbaarheid.
- ‘Centurion’
- Een verbeterde versie van Sturon, met een iets snellere groei.
- Goed bestand tegen ziektes en geschikt voor langdurige opslag.
- ‘Hytech’
- Een hybride variëteit met een uniforme bolgrootte.
- Goede resistentie tegen ziekten.
Rode uien
- ‘Red Baron’
- Een bekende variëteit met een diepe rode kleur en een milde smaak.
- Geschikt voor zowel vers gebruik als bewaring.
- ‘Karmen’
- Produceert iets kleinere, felrode uien met een zoete smaak.
- Wordt vaak vers gegeten en heeft een kortere bewaartijd.
- ‘Brunswick’
- Een oudere, erfgoedvariëteit met een goede opbrengst en een pittigere smaak.
Witte uien
- ‘Snowball’
- Een zachte, witte ui met een milde smaak en een bolvormige structuur.
- Niet lang te bewaren, maar ideaal voor verse consumptie.
- ‘White Lisbon’
- Wordt vaak gebruikt als lente-ui, maar kan ook doorgroeien tot een bol.
- Snelle groeier en geschikt voor vroege teelt.
- ‘Albion’
- Een witte lange dag variëteit met goede weerstand tegen ziekten.
Sjalotten
- ‘Golden Gourmet’
- Een populaire gele sjalot met een goede smaak en lange bewaartijd.
- Zeer geschikt voor de Nederlandse tuin.
- ‘Red Sun’
- Een rode sjalot met een zoete smaak en een gladde schil.
- Goede opbrengst en relatief makkelijk te telen.
- ‘Jermor’
- Een Franse langwerpige sjalot (banana shallot) met een rijke smaak.
- Geschikt voor bakken, koken en karamelliseren.
Teelt en verzorging
Uien kunnen last hebben van ziekten zoals valse meeldauw en plagen zoals de uienvlieg. Het afdekken met insectengaas en het toepassen van wisselteelt helpt om deze problemen te beperken.
Aandachtspunten bij de verzorging zijn regelmatige onkruidbestrijding en het vermijden van wateroverlast. Hoewel uien winterhard zijn, kun je ze bij strenge vorst beschermen met een mulchlaag. Op deze manier ben je verzekerd van een goede oogst voor het volgende seizoen.
Uien in de opvolgingsteelt
Als je uien zaait in de 1e seizoenshelft dan blijft er voldoende ruimte om in de 2e seizoenshelft nog een opvolggewas te kiezen. Op de pagina van de opvolgingsteelt kun je zelf combinaties maken die goed bij jou passen. Gebruik de informatie hieronder als inspiratie voor je eigen ideeën.
Uien gevolgd door andijvie gevolgd door kervel
