Hon Tsai Tai in je tuin
Inleiding
Als je op zoek bent naar een groente die niet alleen fantastisch smaakt, maar er ook nog eens uitziet als een sieraad in je moestuin, dan is Hon Tsai Tai jouw nieuwe beste vriend. Deze prachtige bladgroente vindt zijn oorsprong in China. Het is daar al eeuwenlang een geliefd gewas, maar in Nederland is het nog een relatief onontdekte schat. Dat is zonde, want deze groente past perfect in ons koele klimaat. Hon Tsai Tai is familie van de bekendere koolsoorten en wordt vaak in één adem genoemd met Paksoi en Choi Sum. De Latijnse naam luidt Brassica rapa var. purpuraria, wat al een hint geeft naar zijn meest opvallende eigenschap: de kleur.
De naam ‘Hon Tsai Tai’ is de Kantonese benaming en betekent vrij vertaald ‘rood-paarse groente’. Soms kom je hem in zadencatalogi ook tegen onder de naam ‘Purple Flowering Choy Sum’. Het is een eenjarig gewas dat vooral gewaardeerd wordt om zijn zachte, zoete smaak en de knapperige textuur. In de keuken is het een echte alleskunner; je gebruikt de stelen, het blad én de bloemknoppen in roerbakgerechten, salades of even kort gestoomd.
De levenscyclus van deze plant is een race tegen de klok, maar dan in positieve zin. Vanuit een klein zaadje groeit er in recordtempo een rozet van malse, groene (of soms roodachtige) bladeren. Als je de plant zijn gang laat gaan en niet oogst, zal hij uiteindelijk een bloemstengel vormen met prachtige gele bloemetjes, waarna hij zogenaamde hauwen aanmaakt en afsterft. Die hauwen zijn langwerpige, dunne ‘stokjes’ die aan de bloemstengel groeien. Als ze rijp en droog zijn, springen ze open en komen de kleine, ronde, zwarte zaadjes tevoorschijn.
Leuk weetje:
de paarse kleur van de stelen wordt intenser naarmate het buiten kouder wordt. De plant maakt namelijk anthocyanen aan als bescherming tegen de kou, en dat zijn precies de stoffen die voor die prachtige dieppaarse kleur zorgen.
Het is een typische bladgroente die groeit als een rozet. De levenscyclus van Hon Tsai Tai verloopt vrij snel. Na het ontkiemen vormt de plant eerst een basis van groene bladeren met paarse nerven. Al snel schieten vanuit het midden de paarse bloemstengels omhoog. Als je deze niet oogst, zullen de gele bloemetjes opengaan, wat de tuin direct opfleurt en bijen aantrekt. Na de bloei vormt de plant zaadhauwen (een soort peultjes) en sterft uiteindelijk af. Omdat wij hem telen voor de consumptie, proberen we dat bloeiproces net voor te zijn of te vertragen door slim te oogsten.


Zaaien van Hon Tsai Tai
Hon Tsai Tai gedijt het beste bij koele temperaturen. Dit houdt in dat je eigenlijk twee belangrijke zaaiperiodes hebt: het vroege voorjaar en de nazomer tot in de herfst. In het midden van de zomer, wanneer de dagen lang en heet zijn, heeft het gewas de neiging om direct bloemen aan te maken in plaats van blad, wat zonde zou zijn van je inspanningen.

Gebruik bij voorkeur een zaaitray of kleine p7-potjes . Vul deze met een luchtig en voedzaam zaaimedium. Leg in elke cel twee tot drie zaadjes. Je hebt dan de meeste kans dat er in ieder geval 1 zaadje per vakje opkomt.
De zaden kiemen het beste bij een gematigde temperatuur, zo rond de 15 tot 20 graden Celsius. Het is een snelle kiemer; vaak zie je na drie tot zeven dagen de eerste groene puntjes al boven de grond komen. Zodra de zaailingen goed zichtbaar zijn en hun eerste setje echte blaadjes beginnen te vormen (dus niet alleen de twee kiemblaadjes), is het tijd om uit te dunnen. Je kijkt per potje welke zaailing het sterkst en grootst is. De andere zaailingen in datzelfde potje knip je voorzichtig weg met een schaartje. Trek ze er liever niet uit, want dan beschadig je misschien de wortels van de overblijver.

Planten van Hon Tsai Tai
Wanneer je zaailingen ongeveer 25 dagen oud zijn, is het moment daar om ze hun definitieve plek te geven. De zaailingen moeten stevig zijn en minimaal drie tot vier mooie ‘echte’ bladeren hebben ontwikkeld. De kluit moet goed doorworteld zijn, zodat de aarde niet uit elkaar valt als je het plantje uit de tray of pot haalt. Omdat Hon Tsai Tai best wat ruimte inneemt als hij volwassen is, moet je hem niet te krap zetten. De plant vormt namelijk zijscheuten en wordt breder dan je in eerste instantie zou denken.
Houd bij het uitplanten een plantafstand aan van ongeveer 30 tot 40 centimeter rondom de plant. Als je de vakkenmethode gebruikt, dan past er dus precies 1 plant in een vak (ongeacht of het een vak van 30×30 cm is of een vak van 40×40 centimeter).

Kies bij voorkeur een standplaats in de halfschaduw. De grond moet vruchtbaar zijn en goed vocht vasthouden, want droogte zorgt voor stress en stress zorgt voor voortijdige bloei. Graaf een gat dat net zo diep is als het kluitje van de zaailing. Zorg dat de aanzet van de steeltjes net boven de grond blijft; begraaf de plant niet te diep, anders kunnen de stengels gaan rotten.
Hon Tsai Tai is ook een geweldige kandidaat voor teelt in potten op een balkon of terras. De paarse stelen zijn zeer decoratief. Zorg wel voor een pot met een inhoud van minimaal 5 tot 10 liter per plant.


Oogsten van Hon Tsai Tai
Al na circa 50 dagen na het zaaien kun je al je eerste maaltje binnenhalen. Je oogst van deze plant de jonge stengels met daaraan het blad en de bloemknoppen. Het ideale oogstmoment herken je aan de bloemknoppen: deze moeten zichtbaar zijn (geel in het paarse knopje), maar nog net niet opengebloeid. De stengels zijn dan ongeveer zo dik als een potlood en op hun allerlekkerst. Als de bloemen al open zijn, is de plant nog steeds eetbaar, maar worden de stelen iets taaier en de smaak wat pittiger.
Het mooie van Hon Tsai Tai is dat je niet de hele plant in één keer hoeft te oogsten. Sterker nog, dat moet je juist niet doen als je lang wilt genieten. De eerste oogst bestaat meestal uit de centrale hoofdstengel. Snijd of knip deze voorzichtig laag weg, vlak boven een bladoksel. Doordat je de hoofdscheut wegneemt, stimuleer je de plant om vanuit de zijkanten nieuwe scheuten te maken. Dit zorgt voor een doorlopende oogst die wekenlang kan aanhouden. Zolang het weer het toelaat en de plant niet uitgeput is, blijft hij nieuwe paarse stengels produceren.
Na het oogsten is het zaak de groente snel te verwerken. De stengels en bladeren kunnen vrij snel slap worden. Was ze in koud water en droog ze voorzichtig. Als je ze niet direct gaat eten, kun je ze in een vochtige theedoek wikkelen en in de groentelade van je koelkast leggen. Zo blijven ze nog een paar dagen goed, maar vers uit de tuin is de smaak natuurlijk onovertroffen. Je kunt ze roerbakken met wat knoflook en gember, of de jonge stengels rauw verwerken in een salade voor een kleurrijk accent.

Teelt en verzorging
Hoewel Hon Tsai Tai geen ingewikkeld gewas is, zijn er wel een paar zaken waar je op moet letten. Er zijn weinig specifieke rassen te koop; meestal wordt het zaad simpelweg verkocht onder de soortnaam.
Eenmaal in de tuin is de grootste vijand vaak de aardvlo. Dit zijn piepkleine kevertjes die gaatjes in de bladeren vreten. Vooral bij jonge plantjes kan dit fataal zijn. Je kunt dit voorkomen door de planten vochtig te houden (aardvlooien haten vocht) of door de planten na het uitplanten direct af te dekken met insectengaas. Ook slakken zijn dol op het malse blad, dus houd je slakkenpopulatie in de gaten.
Verder is de verzorging vrij eenvoudig. Regelmatig water geven is de belangrijkste taak. Als de plant te droog staat, worden de stengels vezelig en schiet hij te snel door. Een laagje mulch (zoals stro of cacaodoppen) rond de voet van de plant helpt om het vocht in de bodem vast te houden. Qua voeding heeft Hon Tsai Tai genoeg aan een bodem die voorafgaand aan het planten is voorzien van wat compost.
Een groot voordeel van dit gewas is dat het redelijk goed tegen kou kan. Lichte nachtvorst is geen enkel probleem en maakt de plant zelfs zoeter. Wordt er strenge vorst voorspeld? Dan is het verstandig om de planten even af te dekken met vliesdoek of een cloche. In een zachte winter kun je soms tot ver in januari of februari blijven oogsten van planten die je in de herfst hebt gezet. Wil je zelf zaden winnen voor volgend jaar? Laat dan in het voorjaar één of twee planten volledig uitbloeien. Let wel op: Hon Tsai Tai kruist heel makkelijk met andere koolsoorten in de buurt, dus voor raszuiver zaad moet hij geïsoleerd staan.
Variëteiten
Ik heb niets kunnen vinden over verschillende variëteiten. Maar ik ben wel zelf getrapt in de val van verschillende namen voor het zelfde gewas. In het najaar van 2025 heb ik zowel Hon Tsai Tai als Tsoi Sim Red gezaaid. In december viel mij op dat de plantjes wel erg op elkaar leken. En dat blijkt ook zo te zijn: het gaat botanisch om hetzelfde plantje. Hon Tsai Tai is de formele Chinese naam en Tsoi Sim is een meer beschrijvende naam voor de westerse markt.
De verwarring bij Aziatisch gewasnamen zie je vaker, met name door de andere schrijfwijze. Kijk maar eens naar ‘soi’ zoals wij het kennen van de Paksoi. Maar er zijn ook schrijfwijzen als soy, tsoi, choy, choi of tsoy. Het zijn allemaal aanduidingen voor ‘groente’. En dan kan de ‘o’ ook nog veranderen in een a. Net als in Hon Tsai Tai dat letterlijk ‘Rode Groente Stengel’ betekent.
Pas op met doorschieten
(Verhoogde) bakken warmen sneller op dan de volle grond, vooral in de lente en zomer. Omdat Hon Tsai Tai beter groeit bij koele temperaturen, is het risico op doorschieten in bakken groter. Om dit te voorkomen, kun je een schaduwrijk plekje kiezen of de planten beschermen met een licht doorlatend doek of net.

Hon Tsai Tai in de opvolgingsteelt
Net als veel andere kruisbloemigen geeft Hon Tsai Tai de voorkeur aan koele temperaturen boven warmte. Daarom zijn er twee groeiperioden: vóór en na de langste dag. Deze indeling sluit goed aan bij opvolgingsteelt. Je kunt Hon Tsai Tai dus zowel in de eerste als in de tweede seizoenshelft zelf telen.
Omdat Hon Tsai Tai goed bestand is tegen kou en zelfs een vorst kan doorstaan, kan deze bladgroente tot laat in het seizoen worden geteeld. Zorg er wel voor dat de planten al redelijk volwassen zijn bij het begin van de winter.
Op de pagina van de opvolgingsteelt kun je zelf combinaties maken die goed bij jou passen.