Mibuna uit eigen tuin
Inleiding
Mibuna is een bladgroente met een lange geschiedenis in de Japanse keuken. Oorspronkelijk komt dit gewas uit Japan, waar het al eeuwenlang wordt verbouwd, vooral in de regio rond Kyoto. Daar maakte mibuna traditioneel deel uit van de lokale winterkeuken, samen met andere Aziatische bladkolen. In culinaire zin wordt mibuna vaak rauw gegeten in salades, maar ook kort geroerbakt of meegekookt in soepen en noedelgerechten. De smaak is fris en licht pittig, duidelijk zachter dan mosterdblad maar iets uitgesprokener dan gewone sla.
Botanisch gezien behoort mibuna tot dezelfde soort als raapsteel, paksoi en mizuna. De Latijnse naam is Brassica rapa var. nipposinica. Het is dus geen sla, maar een koolachtige, en dat zie je terug in de groeivorm en de levenscyclus.
Wintergroente
mibuna werd vroeger vooral als wintergroente gezien, terwijl het in moderne moestuinen vaak juist als snel voorjaars- of najaarsgewas wordt gebruikt.


Zaaien van mibuna
Net als veel andere brassica’s is mibuna een gewas die het beste gedijt als het niet zo warm is. Het heeft een sterke neiging om bij temperaturen boven de 24 graden Celsius snel in bloei te schieten.
Toch kom ik regelmatig zaai-instructies tegen die beweren dat je mizuna het hele jaar door kunt zaaien. Andere bronnen adviseren juist om het zaaien te beperken tot de koelere periodes in het vroege voorjaar en het late najaar.
Om doorschieten te voorkomen geeft de Tuinagenda daarom aan om de hete periode rond de langste dag te vermijden en het zaaiseizoen van mibuna op te splitsen in twee grote blokken.

Gebruik bij voorkeur kleine potten of trays met een celmaat van 5 cm. Vul deze met een luchtig en voedzaam zaaimedium. Leg in elke cel 4 zaadjes.
Mibuna ontkiemt bij een bodemtemperatuur van 10 tot 22 graden Celsius meestal binnen 5 dagen. Zodra de zaailingen twee echte blaadjes hebben, kun je de zaailingen uitdunnen tot je de 3 sterkste plantjes per potje overhoudt. Deze plantje vormen een cluster en worden ook zo in de tuin geplant.


Planten van mibuna
Je kunt de cluster van zaailingen van mibuna uitplanten zodra ze vier tot zes echte blaadjes hebben. Dat is doorgaans ongeveer 25 dagen na het zaaien. Mibuna groeit het beste in goed doorlatende grond die rijk is aan organisch materiaal. Kies een zonnige plek, maar let erop dat mibuna ook halfschaduw prettig vindt, vooral in de zomer.
Geef elke plant een vrije ruimte van circa 15 centimeter. Plant de zaailingen goed diep, zodat ze stevig staan. Als je de vakkenmethode gebruikt dan passen er in een vak van 30×30 centimeter 4 planten. In een vak van 40×40 centimeter passen 6 planten.


Mibuna is ook geschikt om in potten te kweken, zolang de potten minstens 20 cm diep zijn en goed afwateren. Door de compacte en snelle groei leent het gewas zich uitstekend voor tussenteelt (interplanting) met langzamere gewassen zoals wortel of pastinaak.


Oogsten van mibuna
De bladeren zijn klaar om te oogsten zodra ze groot genoeg zijn om te eten, meestal drie tot vijf weken na het uitplanten. Er zijn 2 manier om mibuna te oogsten. Heb je weinig nodig? Pluk dan alleen de buitenste bladeren tot je genoeg hebt (“cut and come again”). Als je flink wat mibuna tegelijk wilt oogsten dan kun je de hele plant een centimeter of 5 á 10 boven de grond afknippen. Zorg dan dat er in het hart van de plant enkele nieuwe groene uitlopers blijven zitten. De plant zal dan weer helemaal opnieuw uitlopen, zodat je later nog eens kan oogsten
Je kunt ongeveer 4 tot 6 weken blijven oogsten. Als je een langere oogst wilt dan is het verstandig tussentijds nieuwe plantjes te zaaien.
Mibuna-bladeren zijn het lekkerst als ze jong en mals zijn. Was de bladeren na het oogsten grondig om eventuele aarde of insecten te verwijderen. Bewaar de geoogste bladeren in een plastic zak in de koelkast, waar ze tot een week houdbaar blijven.
Voor langere bewaring kun je de bladeren blancheren en invriezen.

Toepassing
Mibuna-bladeren zijn mals en hebben een subtiele smaak, waardoor ze ideaal zijn voor salades en koude gerechten. De smaak is nog zachter dan van mizuna. Je kunt de blaadjes op allerlei manier gebruiken.
✅ Rauw: Salades, wraps
✅ Roerbakken: Aziatische gerechten, wok, rijst
✅ Soepen en stoofschotels: Toevoegen aan het einde
✅ Gestoomd: 1-2 minuten voor een zachte textuur
✅ Stamppot: Verwerk het (eventueel met andere groenten) in een stamppot.
Teelt en verzorging
Er bestaan verschillende variëteiten van mibuna, waaronder groene en roodgetinte vormen. De verschillen zitten vooral in bladkleur en licht in smaak, maar de teeltwijze is vergelijkbaar. Binnen het assortiment van mibuna worden soms vroege selecties aangeboden onder namen als Mibuna Early. Dit gaat niet om een ander gewas, maar om een selectie binnen dezelfde soort (Brassica rapa var. nipposinica) die is gekozen op snelle beginontwikkeling en vroege oogstbaarheid.
Omdat mibuna tot de koolfamilie behoort, kunnen dezelfde plagen optreden als bij andere bladkolen. Denk aan aardvlooien bij droog en warm weer, of slakken bij vochtige omstandigheden. Door regelmatig water te geven en jonge planten te beschermen, kun je veel schade voorkomen.
Vermeerdering gebeurt bij mibuna uitsluitend door zaaien. De plant is niet geschikt om te stekken of te scheuren. Algemene verzorging bestaat vooral uit het zorgen voor voldoende vocht en het voorkomen van stress. Bij langdurige droogte of plotselinge warmte zal mibuna sneller doorschieten, wat de bladkwaliteit vermindert.
Overwinteren kan mibuna in principe zelf, zolang de winter mild blijft. Bij strenge vorst zal het blad beschadigen, maar in een kas of onder beschutting kan het gewas vaak verrassend lang doorgroeien. Daarmee is mibuna een waardevolle bladgroente voor wie ook in de koudere maanden wil blijven oogsten.

Mibuna in de opvolgingsteelt
Net als veel andere kruisbloemigen geeft mibuna de voorkeur aan koele temperaturen boven warmte. Daarom zijn er twee groeiperioden: vóór en na de langste dag. Deze indeling sluit goed aan bij opvolgingsteelt. In de eigen tuin kan mibuna zowel in de eerste als in de tweede seizoenshelft worden geteeld.
Omdat mibuna goed bestand is tegen kou en zelfs flinke vorst kan doorstaan, kan deze bladgroente tot laat in het seizoen worden geteeld. Zorg er wel voor dat de planten al redelijk volwassen zijn bij het begin van de winter. Beschik je over een koude kas of en tunnel dan kun je de planten nog beter beschermen tegen de weersinvloeden, wat hun groei bevorderd.
Op de pagina van de opvolgingsteelt kun je zelf combinaties maken die goed bij jou passen.