Nieuw-Zeelandse spinazie telen
Inleiding
Nieuw-Zeelandse spinazie is een bladgroente die, ondanks de naam, botanisch niets met echte spinazie te maken heeft. De oorsprong ligt in Nieuw-Zeeland en het kustgebied van Australië, waar de plant van nature groeit op zanderige bodems en goed tegen warmte en droogte kan. In Europa werd hij vooral populair als alternatief voor spinazie in de zomer, omdat gewone spinazie dan snel doorschiet. Dat verklaart meteen ook het culinaire belang van dit gewas: je gebruikt het blad net als spinazie, in roerbakgerechten, stamppotten, quiches of kort geblancheerd als groente.
De Nederlandse naam verwijst vooral naar die praktische toepassing. In oudere moestuinboeken wordt hij soms ook ‘vierhoekmoes’. Deze naam verwijst naar de vorm van de vruchtjes (zaden), die opvallende hoekjes hebben. ‘Moes’ is een oud woord voor bladgroente die je kookt (zoals in ‘moestuin’). De Latijnse naam is Tetragonia tetragonioides. Het is een eenjarige plant die één groeiseizoen leeft en bij de eerste echte vorst afsterft. Qua type gewas hoort hij duidelijk bij de bladgroenten.
Captain Cook
Nieuw-Zeelandse spinazie dankt zijn wereldwijde bekendheid aan Kapitein James Cook.
Toen hij en zijn bemanning in 1770 Nieuw-Zeeland en Australië verkenden, leden ze aan scheurbuik (vitamine C-gebrek). Ze ontdekten dat deze wilde plant eetbaar was en boordevol vitamine C zat.
Het werd dé groente die de bemanning gezond hield op de lange terugreis.
Wat dit gewas bijzonder maakt, is de groeiwijze. In plaats van een rechtopstaande plant vormt Nieuw-Zeelandse spinazie lange, kruipende scheuten die zich steeds verder uitbreiden. Daardoor oogt hij al snel weelderig en bodembedekkend. Een leuk weetje is dat de zaden opvallend groot en hoekig zijn, bijna alsof het kleine steentjes zijn. Dat past bij zijn natuurlijke omgeving aan de kust. De levenscyclus begint met kieming bij warm weer, gevolgd door een snelle vegetatieve groei waarbij voortdurend nieuw blad wordt aangemaakt. Bloei en zaadvorming komen pas laat in het seizoen op gang, zeker als je regelmatig oogst.


Zaaien van Nieuw-Zeelandse spinazie
Binnen de Tuinagenda ga je bij Nieuw-Zeelandse spinazie altijd uit van voorzaaien. Rechtstreeks zaaien kan technisch wel, maar past niet bij de gekozen werkwijze en geeft in een hobbytuin minder controle. Je zaait dit gewas in het voorjaar, meestal vanaf half april tot en met half mei.

De zaden van de Nieuw-Zeelandse spinazie zijn keihard. Het helpt enorm om ze 24 uur in lauw water te weken voordat je ze zaait. Je zaait bij voorkeur in kleine potten van ongeveer 7 tot 9 cm doorsnede, of in trays met vergelijkbare celgrootte. De zaden zijn groot en kiemen niet altijd even betrouwbaar, dus het is verstandig om per pot of cel twee tot drie zaden te zaaien. Maar let op: wat je zaait, is eigenlijk geen zaadje, maar een hard, houtachtig vruchtje. In één zo’n vruchtje zitten vaak meerdere zaden (3 tot 8). Het kan dus gebeuren dat je heel veel zaailingen in één potje krijgt.
De kieming verloopt het best bij een temperatuur van ongeveer 18 tot 22 graden. Bij lagere temperaturen kan het kiemen lang duren of zelfs helemaal uitblijven. Reken op een kiemtijd van ongeveer 7 tot 14 dagen. Zodra de zaailingen boven staan, zie je vaak dat er één duidelijk sterker is dan de rest. Dan is het moment gekomen om uit te dunnen en per pot één gezonde plant over te houden. Knip de overtollige zaailingen liever af dan ze eruit te trekken, zodat je de wortels van het blijvende plantje niet beschadigt.

Planten van Nieuw-Zeelandse spinazie
Een zaailing van Nieuw-Zeelandse spinazie is klaar om uit te planten wanneer hij meerdere echte bladeren heeft en een stevig wortelkluitje vormt. Meestal is dat zo’n drie tot vier weken na het zaaien. Wacht met uitplanten tot de kans op nachtvorst echt voorbij is, want jonge planten zijn daar gevoelig voor.
Bij het planten is het belangrijk om rekening te houden met de uiteindelijke omvang. De plant groeit breed uit, dus hij heeft rondom ruimte nodig. Reken op een vrije ruimte met een diameter van ongeveer 40 tot 50 cm. In een vak van 30×30 cm past daarom eigenlijk geen enkele plant; dat vak is te klein. In een vak van 40×40 cm kun je één plant kwijt, maar ook dat is aan de krappe kant. Zet de plant daarom in een hoek van een bak of langs de kant, zodat de bladeren over de rand kunnen groeien. Geef je hem meer ruimte, dan profiteer je daar later van bij de oogst.

Nieuw-Zeelandse spinazie staat graag op een zonnige plek, maar verdraagt ook lichte halfschaduw. De grond mag luchtig en voedzaam zijn en hoeft niet extreem rijk te zijn. Een goed doorwortelbare grond met voldoende organische stof is voldoende. Plant niet dieper dan hij in de pot stond; de stengel moet niet onder de grond verdwijnen.
Teelt in potten is goed mogelijk, mits de pot groot genoeg is. Denk aan minimaal 20 liter inhoud, omdat de plant veel ruimte inneemt en vrij snel uitdroogt in kleine potten. Interplanting kan prima met gewassen die vroeg geoogst worden, zoals radijs of pluksla. Die zijn al verdwenen tegen de tijd dat de spinazie echt losgaat.
De grond moet voedzaam en goed los zijn. Graaf een gaatje dat net zo diep is als het kluitje van de zaailing, zet het plantje erin, druk de aarde voorzichtig aan en geef direct ruim water. Vanwege hun decoratieve waarde doen deze planten het ook fantastisch in potten op het terras of balkon; zorg wel voor een pot van minimaal 20 liter per plant en geef regelmatig water.


Oogsten van Nieuw-Zeelandse spinazie
Bij Nieuw-Zeelandse spinazie oogst je het blad en de jonge scheuttoppen. Om veel uitlopers te produceren knip je al vroeg de toppen van de uitlopers af. Het motto: ‘snoeien is groeien’ geldt hier zeker. De plant ontwikkelt nieuw uitlopers op de plek waar je gesnoeid hebt.
Je kunt beginnen met oogsten zodra de plant goed aangeslagen is en meerdere lange scheuten heeft gevormd. Dat is meestal zo’n 50 tot 60 dagen na het zaaien. Het juiste oogstmoment herken je aan frisgroene, stevige bladeren die nog niet taai aanvoelen.
Oogsten doe je door met een schaar of met de hand de uiteinden van de scheuten af te knippen. Je oogt dus alleen de toppen. Op de plek waar je geknipt hebt ontwikkelt de plant opnieuw twee nieuwe uitlopers. Zo kun je regelmatig blijven oogsten en blijft de plant jong en productief. De plant maakt daarna steeds weer nieuwe oogstbare delen aan, vaak tot ver in de zomer en in het begin van de herfst tot de eerste nachtvorst.
Voordat de vorst intreedt kun je de gehele scheuten van de plant afknippen om daarna alle blaadjes van die scheuten oogsten. Zo gaat er niets verloren van de plant.
Na de oogst kun je het blad het beste even wassen om zand en eventuele insecten te verwijderen. Gebruik het liefst direct, want vers is hij het lekkerst. Bewaren kan kort in de koelkast, gewikkeld in een licht vochtige doek, maar reken niet op meer dan een paar dagen. Invriezen kan ook, bij voorkeur na kort blancheren, net als bij gewone spinazie.
Teelt en verzorging
Van Nieuw-Zeelandse spinazie bestaan weinig verschillende rassen; meestal gaat het om één standaardtype. Dat maakt de keuze eenvoudig. Qua ziekten en plagen is dit een vrij probleemloos gewas. Slakken kunnen jonge planten aantrekkelijk vinden, maar zodra de plant groter wordt, heeft hij daar weinig last meer van.
Vermeerdering gebeurt uitsluitend door zaaien. Stekken of scheuren is niet gebruikelijk en levert geen betrouwbaar resultaat op. Bij de verzorging draait het vooral om water geven tijdens droge perioden. De plant kan tegen droogte, maar voor een continue bladproductie is regelmatige watergift belangrijk. Extra voeding is zelden nodig, zeker niet in een goed opgebouwde bodem.
Overwinteren is in de Nederlandse context niet zinvol. De plant is eenjarig en sterft bij vorst af. Soms laten planten laat in het seizoen nog zaad vallen, maar daar kun je niet op rekenen. Dat zaad kun je eventueel oprapen en gebruiken voor volgend jaar. Zie Nieuw-Zeelandse spinazie vooral als een betrouwbare zomergroente die precies dat gat vult waar gewone spinazie het laat afweten.

Nieuw-Zeelandse spinazie in de opvolgingsteelt
De Nieuw-Zeelandse spinazie heeft zelf een vrij lange groeiperiode die loopt vanaf half mei tot de eerste nachtvorst. Het zal dus niet meevallen om nog een voorloopgewas te vinden
Op de pagina van de opvolgingsteelt kun je zelf controleren of er combinaties mogelijk zijn die bij jou passen.