Winterwortel uit eigen moestuin
Inleiding
De stevige, oranje winterwortel of winterpeen is eigenlijk de grote broer van de verfijnde zomer- of bospeen. Waar je de zomerwortel als snelle snack uit de grond trekt, is de winterwortel een echte duursporter. Oorspronkelijk komen deze wortels uit het gebied rondom Iran en Afghanistan, maar de feloranje variant die wij nu kennen, is een stukje Nederlandse trots. Volgens de overlevering is deze kleur in de 17e eeuw gekweekt als eerbetoon aan het Huis van Oranje. Vóór die tijd waren wortels vaak paars, wit of geel.
De winterwortel, of officieel Daucus carota, is een tweejarig gewas. Dat betekent dat de plant in het eerste jaar al zijn energie stopt in het maken van een dikke penwortel om de winter te overleven. Als je de wortel niet oogst, dan gaat hij in het tweede jaar bloeien en zaad vormen, waarna de plant afsterft. Normaal gesproken oogst je de wortel voordat deze in bloei gaat.
Goede ogen?
Het verhaal dat je van wortels beter in het donker kunt zien, was eigenlijk een militaire leugen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog ontwikkelden de Britten een geheime radar om ’s nachts vijandelijke vliegtuigen te spotten. Om deze technologie geheim te houden voor de Duitsers, startten ze een propagandacampagne. Ze beweerden dat hun toppiloten, zoals John “Cat’s Eyes” Cunningham, zoveel wortels aten dat ze super-nachtzicht kregen.
Het werkte: de vijand trapte erin, en de Britse bevolking begon massaal winterwortels te kweken en te eten tijdens de verduistering. Hoewel de Vitamine A in wortels wel degelijk goed is voor je ogen, krijg je er helaas geen superkrachten van!
In de volksmond wordt hij vaak simpelweg ‘winterpeen’ of ‘bewaarpeen’ genoemd. Het is een veelzijdige groente die je niet alleen kookt, maar ook rauw kunt raspen, kunt roosteren in de oven of zelfs kunt verwerken in zoete baksels zoals worteltjestaart. Ondanks zijn robuuste uiterlijk is het een gewas dat wel wat aandacht vraagt, vooral bij de start, maar de beloning is een voorraad die je maandenlang goed kunt houden.

Zaaien van winterwortel
Winterwortelen zaaien we altijd direct ter plaatse. De wortel heeft namelijk een zogenaamde penwortel die bij verplanten al snel wordt beschadigd. Daardoor is de kans groot dat je geen mooie rechte wortel krijgt, maar een wortel met gekronkelde vormen. We zaaien winterwortels daarom altijd direct op de plek waar ze moeten groeien, in de volle grond of in je moestuinbak.
Bij winterwortels is de timing voor het zaaien cruciaal, maar tegelijkertijd verwarrend als je verschillende bronnen raadpleegt. Op veel zaadzakjes staat dat je kunt zaaien in de periode februari/maart/april/mei. Biologisch gezien kan dat, maar voor de beste kwaliteit winterpeen is het beter om echt nog even te wachten. Als je te vroeg zaait in de koude grond, kan de plant “schrikken” en direct bloemstengels gaan vormen (doorschieten), waardoor de wortel houtig en oneetbaar wordt. Bovendien is de wortel dan in de zomer al uitgegroeid, terwijl je hem pas in de winter wilt gebruiken.
Aan de andere kant is er niets op tegen om al in juli/augustus je winterwortels te oogsten en te consumeren. Je hebt dan geen bewaarwortel, maar je eet dan je winterwortel als zomerwortel (terwijl je ook de verfijndere zomerwortel had kunnen eten).
Ik hou voor de Tuinagenda echter vast aan het advies van gerenommeerde instanties zoals Velt en Tuinadvies. Op basis daarvan is de ideale zaaiperiode voor de winterwortel van half mei tot eind juni. Hiermee ontloop je ook grotendeels de eerste generatie van de wortelvlieg. Wil je toch eerder wilt zaaien? Dan is voor jou de lichtblauwe periode opgenomen in de tuinagenda.

De wortel wil graag ongehinderd de diepte in kunnen groeien. Een goed losgemaakte grond voorkomt misvormde wortel. Is je grond te hard, maak dan heuvels waarop je zaait. Kies een zonnig plekje, maar halfschaduw is ook prima. Als je de vakkenmethode gebruikt dan passen in een vak van 30×30 cm 9 winterwortels (3×3). In een vak van 40×40 cm passen 16 winterwortels (4×4). Maak op elk denkbeeldig plekje een klein kuiltje. Doe op elk plakje 3 zaadjes, zodat je de kans vergroot dat een plantje opkomt. Nadat de plantjes opgekomen zijn dun je uit totdat op elk plekje nog één plantje overblijft.


Zonder vakkenmethode kun je het beste op rijtjes zaaien. Hou 20 cm afstand tussen de rijen.


Oogsten van winterwortel
Het moment van oogsten is niet zo strikt als bij sommige andere groenten. Vaak zie je de “schouders” van de wortel iets boven de grond uitkomen en begint het loof wat te hangen of geel te worden. Dat is een goed teken dat ze volgroeid zijn. Winterwortels hebben een lange groeitijd van wel vier tot vijf maanden nodig. Een leuk voordeel is dat wortels die een nachtvorstje hebben meegemaakt vaak zoeter smaken, omdat de plant zetmeel omzet in suikers als antivriesmiddel.
Winterwortels kunnen diep groeien en daardoor stevig in de grond vast zitten. Gebruik dan bijvoorbeeld een schepje of een spitvork om de grond rondom de wortel los te wippen.
Je hoeft niet alles in één keer te oogsten. zolang het niet streng vriest, kunnen ze in de grond blijven. Wortels kunnen prima tegen kou, maar de kop van de wortel (die vaak net iets boven de grond uitsteekt) is kwetsbaar. Als die bevriest en daarna ontdooit, ontstaat er ‘snot’ (rot), wat de hele wortel aantast. Dek het wortelbed in november/december af met een dikke laag stro, afgevallen blad of vliesdoek. Dit werkt als een isolatiedeken.
Wacht niet te lang. Vanaf maart merkt de plant dat het voorjaar begint en gaat hij opnieuw groeien. De wortel wordt dan taai en houtig. En heb je veel last van muizen in de tuin? Haal de wortels er dan liever in het najaar uit en bewaar ze in een kist met zand, anders is de kans groot dat de muizen jouw wintervoorraad opsnoepen onder die lekkere warme laag stro!

Na de oogst draai je het loof eraf (niet snijden, want dat geeft wondjes). Borstel de aarde er voorzichtig af. Was ze absoluut niet, want met water spoel je de beschermlaag weg en gaan ze rotten. Je kunt winterwortels maandenlang bewaren door ze “in te kuilen”. Dit doe je door ze in een kist met ietwat vochtig speelzand te leggen op een koele, vorstvrije plek, zoals een garage of kelder. Zo heb je hartje winter nog steeds je eigen verse groente.
Teelt en verzorging
Er zijn verschillende rassen die specifiek als winterpeen geteeld worden. De bekendste in Nederland zijn:
- Flakkeese 2: Dit is de beroemdste Nederlandse winterpeen. Hij wordt groot, breed en kegelvormig (loopt breed uit en eindigt in een punt). Hij heeft een grote opbrengst en is de kampioen in bewaren.
- Berlikumer 2: Deze lijkt op de Flakkeese, maar is vaak iets cilindrischer (rechter) en iets minder grof. Ook deze is uitstekend geschikt voor de wintervoorraad.
- Chantenay: Heb je hele zware kleigrond? Dan is dit ras een aanrader. Ze zijn wat korter en gedrongener (kegelvormig met een stompe punt), waardoor ze minder diep de grond in hoeven en minder snel vertakken.
Let op: Kom je de aanduiding ‘Nantes’ tegen? Dat is een zomerwortel. Die is heerlijk zoet, maar niet geschikt om ’s winters te bewaren.
De grootste vijand tijdens de teelt is zonder twijfel de wortelvlieg. Dit insect legt eitjes bij de wortelhals, waarna de larven gangen in je wortel vreten. Dit maakt de wortel vies en zorgt voor rotting. Afdekken van je gewas met fijnmazig insectengaas is de meest effectieve methode. Doe dit direct na het zaaien en laat het zitten tot de oogst.
Let ook op de watervoorziening: als de grond heel droog wordt en je daarna ineens veel water geeft, kunnen de wortels barsten. Probeer de grond dus constant licht vochtig te houden.

Wortel in de opvolgingsteelt
De winterwortel staat vrij lang op zijn plek in de moestuin. Als je het zaaischema van de Tuinagenda volgt en in mei/juni zaait dan is er nog ruimte voor een voorloopgewas. Je kunt zelf op de pagina van de opvolgingsteelt combinaties maken die passen bij wat jij wilt telen.