Wilde rucola zelf telen
Inleiding
Waar de ‘gewone’ rucola al een lekker nootachtig aroma heeft, doet wilde rucola er qua smaak nog een schepje bovenop. Deze plant vindt zijn oorsprong in het Middellandse Zeegebied, waar hij in het wild op droge, zanderige plekken en zelfs tussen ruïnes groeit. Dat verklaart meteen waarom deze plant zo ontzettend sterk is. In Nederland komen we hem in het wild ook tegen, vaak in bermen of op dijken. De officiële Nederlandse naam is ‘Grote Zandkool’, maar als je dat in de groentewinkel vraagt, zullen ze je waarschijnlijk glazig aankijken.
De botanische naam van deze krachtpatser is Diplotaxis tenuifolia. Het is belangrijk om dit onderscheid te maken, want de gewone rucola (die je vaak in grote zakken in de supermarkt koopt) heet Eruca sativa. Het grootste verschil zit hem in de levensduur. Waar gewone rucola een eenjarige plant is die snel doorschiet en na de bloei afsterft, is wilde rucola een vaste plant. Dat betekent dat hij in principe meerdere jaren in je tuin kan blijven staan en elk voorjaar weer opnieuw uitloopt. Je herkent hem aan de diep ingesneden, smalle bladeren en, als je hem laat bloeien, aan de prachtige, felgele bloemen. Bij eenjarige rucola zijn de bloemen crème-wit.
Geluksbrenger
In de middeleeuwen werd wilde rucola niet alleen om zijn smaak gewaardeerd, maar ook omdat men dacht dat het geluk bracht en de spijsvertering bevorderde.
Wilde rucola behoort tot de kruisbloemenfamilie, net als broccoli, radijs en kool. Het blad heeft een kenmerkende vorm met diep ingesneden randen. De bloemen van wilde rucola zijn ook eetbaar en hebben een milde, peperige smaak.
Culinair gezien is dit een absolute topper. Je gebruikt het blad rauw in salades, in een stamppotje (de welbekende rucolastamppot), op pizza’s of je maakt er een hele pittige pesto van. De levenscyclus van wilde rucola is wat trager dan die van zijn eenjarige broertje. Hij groeit in het begin langzamer, vormt een penwortel en neemt de tijd om zich te vestigen. Maar als hij eenmaal staat, heb je er het hele seizoen – en vaak ook het jaar erna – plezier van.


Zaaien van rucola
We kiezen voor voorzaaien in trays of potjes. Wilde rucola kun je gedurende een heel lang seizoen zaaien. Je kunt al vroeg in het voorjaar beginnen, rond maart, maar je kunt tot ver in de nazomer doorgaan met zaaien voor een herfstoogst. Omdat het een vaste plant is die goed tegen kou kan, is de timing wat flexibeler dan bij vruchtgewassen.

Voor het zaaien gebruik je het beste een standaard zaaitray of kleine P9-potjes. Vul deze met een luchtig en goed doorlatend zaaimedium. De zaadjes van wilde rucola zijn minuscuul klein, bijna als stof. Omdat we geen zielig enkel sprietje in de tuin willen, maar een mooie volle pol, zaai je altijd 3 zaadjes per potje of module van de tray. Afdekken hoeft niet want de zaadjes hebben licht nodig om te ontkiemen. De plantjes die opkomen blijven bij elkaar als cluster en ze gaan ook met elkaar de grond in.

Zet je zaaisels op een lichte plek, maar niet in de volle, brandende zon achter glas. De ideale kiemtemperatuur ligt rond de 15 tot 20 graden Celsius, dus zet ze niet op de hete verwarming.
Het kiemen duurt bij wilde rucola iets langer dan bij gewone rucola. Waar de gewone variant soms al na drie dagen boven piept, moet je bij wilde rucola geduld hebben voor ongeveer zeven tot veertien dagen. Zodra de plantjes opkomen, zie je waarschijnlijk een dicht bosje kiemplantjes. Nu komt het uitdunnen, maar dat doe je anders dan bij bijvoorbeeld kool of sla. Je haalt niet alle plantjes weg tot er eentje overblijft. In plaats daarvan dun je alleen uit als het echt té dicht op elkaar staat. Je doel is om per potje of tray-vakje een cluster van een stuk of drie tot vijf plantjes over te houden die samen verder kunnen groeien.

Planten van rucola
Als de worteltjes onder uit het potje beginnen te groeien en de plantjes hun eerste ‘echte’ blaadjes hebben (die gekartelde rucola-vorm), zijn ze klaar om uitgeplant te worden. Meestal is dit ongeveer drie tot vier weken na het zaaien. Omdat wilde rucola redelijk winterhard is, hoef je in het vroege voorjaar niet extreem bang te zijn voor een beetje kou, maar harde vorst op jonge plantjes kun je beter vermijden.
Bij het uitplanten geef je elke cluster wilde rucola zijn eigen plek. Hoewel de plantjes nu nog klein lijken, wordt wilde rucola uiteindelijk een redelijk bossige plant. Houd een plantafstand aan van ongeveer 20 tot 25 centimeter rondom het hart van de plant. Als je de vakkenmethode gebruikt, dan kun je in een vak van 30 bij 30 centimeter makkelijk vier polletjes kwijt (in de vier hoeken). Heb je een groter vak van 40 bij 40 centimeter, dan passen er met gemak zes clusters in.


Wat betreft de standplaats is wilde rucola niet erg kieskeurig, maar hij heeft wel een voorkeur. Een plekje in de zon zorgt voor een snelle groei, maar in de hete zomer kan halfschaduw juist voorkomen dat de plant te snel in de bloei schiet en dat de smaak té peperig wordt. De grond moet goed waterdoorlatend zijn; natte voeten vindt de penwortel niet fijn. Graaf een gaatje dat net zo diep is als het kluitje van je zaailing. Zorg dat de basis van de blaadjes net boven de grond blijft, zodat ze niet gaan rotten. Druk de aarde rondom het polletje goed aan en geef direct water. Heb je geen volle grond? Geen probleem. Wilde rucola is een van de makkelijkste gewassen om in een pot of bloembak op je balkon of terras te kweken. Zorg ook hier voor goede afwatering.

Oogsten van rucola
Je kunt lang genieten van de oogst van wilde rucola. Het gewas is gemiddeld zo’n zes tot acht weken na het zaaien klaar voor de eerste oogst. Je herkent het juiste moment simpelweg aan de grootte van de bladeren. Als ze een lengte hebben van ongeveer 10 tot 15 centimeter en die mooie, diepe insnijdingen vertonen, is het tijd om de schaar erbij te pakken.
De techniek die je gebruikt is de ‘pluk-en-kom-terug’ methode (cut-and-come-again). Je oogst nooit de hele plant in één keer door hem uit de grond te trekken, want dan ben je je vaste plant kwijt. In plaats daarvan snijd of knip je de buitenste bladeren laag bij de grond af. Het hart van de plant laat je ongemoeid. Vanuit dit hart zal de plant namelijk continu nieuwe blaadjes aanmaken. Zo kun je van één polletje weken- of zelfs maandenlang blijven oogsten.

Let wel op: in de zomer zal de plant de neiging hebben om bloemstengels te maken met gele bloemen. Zodra de plant bloeit, steekt hij zijn energie in de bloemen en zaden, waardoor de bladproductie afneemt en het blad nog scherper van smaak wordt. Je kunt de bloemstengels eruit knippen om de oogsttijd te rekken. Maar gooi die bloemen niet weg! Ze zijn ook eetbaar en staan prachtig als garnering op je salade.
Als je hebt geoogst, is het zaak om de blaadjes zo snel mogelijk te verwerken. Rucola verwelkt snel. Wil je het toch even bewaren? Was de bladeren dan, schud ze droog en rol ze in een vochtige theedoek of keukenpapier voordat je ze in de groentela van de koelkast legt. Zo blijven ze nog een paar dagen knapperig.
Teelt en verzorging
Naast het oogsten vraagt wilde rucola niet veel ingewikkelde verzorging, maar er zijn een paar dingen waar je op moet letten. Er is eigenlijk maar één grote vijand voor je rucola: de aardvlo. Dit zijn minuscule kevertjes die dol zijn op droogte en warmte. Ze vreten kleine, ronde gaatjes in je bladeren. Hoewel dit voor de smaak niet veel uitmaakt, ziet het er minder smakelijk uit. Je kunt dit voorkomen door de grond rondom de plantjes goed vochtig te houden en de bodem eventueel te bedekken met mulch; aardvlooien haten vocht. In extreme gevallen kun je de planten afdekken met insectengaas direct na het uitplanten.
Een belangrijk punt van verzorging is water geven. Bij droogte wordt wilde rucola erg snel scherp en taai. Regelmatig water geven zorgt voor malser blad en een aangenamere smaak. Omdat wilde rucola een vaste plant is, kun je proberen hem te laten overwinteren. In een zachte winter blijft hij zelfs groen. Sterft hij bovengronds af door strenge vorst? Geen paniek. De wortels overleven vaak wel en in het vroege voorjaar zie je de frisse groene blaadjes vanzelf weer bovenkomen voor een nieuw seizoen vol pittige salades.
