Kervel in de moestuin
Inleiding
Kervel (Anthriscus cerefolium), ook wel “Roomse kervel” of “tuinkervel” genoemd, is een bladgroente met een verfijnde anijsachtige smaak. Deze plant komt oorspronkelijk uit Zuid-Europa en West-Azië en werd al in de middeleeuwen door monniken naar Nederland gebracht vanwege zijn culinaire en medicinale waarde. Kervel gedijt uitstekend in het Nederlandse klimaat en doet het dus heel goed in de moestuin.
Tegenwoordig wordt kervel vooral gebruikt in soepen, sauzen, salades en kruidenmixen. De lichtgroene, fijn geveerde blaadjes lijken op die van peterselie, maar zijn zachter van smaak. Kervel is een eenjarige plant en behoort tot de schermbloemenfamilie, net als wortel en venkel. In België is kervelsoep een echte klassieker!
Kervel is een lid van de schermbloemenfamilie net zoals pastinaak, knolvenkel, peterselie, wortel, koriander en dille. Het is een eenjarig kruid, wat betekent dat het zijn volledige levenscyclus binnen één seizoen voltooit. Er zijn verschillende soorten kervel, zoals gewone kervel en gekrulde kervel. Beide varianten zijn geliefd vanwege hun milde, anijsachtige smaak die lijkt op die van peterselie, maar met een subtiele zoetheid.
Leuk weetje:
Kervel werd traditioneel in het voorjaar gezaaid en wordt in verschillende culturen vaak geassocieerd met lentefeesten, vooral omdat het een van de eerste kruiden is die beschikbaar zijn na de winter.
Kervel heeft een korte levenscyclus: na het zaaien ontwikkelt de plant snel zijn blaadjes, die je al na een paar weken kunt oogsten. Als de plant niet wordt geoogst, produceert hij na een paar maanden bloemen en zaad, waarna hij afsterft. Door regelmatig te zaaien, kun je van het vroege voorjaar tot de herfst genieten van verse kervel.
Voor een succesvolle teelt is een plek in de halfschaduw ideaal. Kervel houdt van vochtige, humusrijke grond en een koele plek, vooral in de warme zomermaanden. Regelmatig water geven is essentieel, zeker tijdens droge periodes, om te voorkomen dat de plant te snel in bloei schiet. Over het algemeen is kervel bestand tegen de meeste plagen, al kunnen slakken soms een probleem vormen.


Zaaien van kervel
Kervel kun je jaarrond in je moestuin kunt zaaien, maar kervel floreert vooral in koudere perioden. Aangezien kervel een zogenaamde langedagplant is, kun je de warme periode rond de langste dag beter mijden, vanwege het risico op doorschieten. Daarmee zijn er voor kervel twee grote tijdvakken waarin je kunt zaaien.

Omdat kervel het best groeit bij koelere temperaturen, kun je hem zowel in het vroege voorjaar als het late najaar zaaien. Om te voorkomen dat je in één keer te veel kervel oogst, of dat de bladeren minder smakelijk worden door bloei, kun je ervoor kiezen om geregeld in kleine hoeveelheden te zaaien.
Zaai bijvoorbeeld elke 3e periode, afhankelijk van je behoeften en de beschikbare ruimte. Door deze opeenvolgende zaairondes heb je steeds een verse aanvoer van jonge kervel in je moestuin die je kunt oogsten wanneer ze op hun smaakvolst zijn. Je bent dan op microschaal bezig met opvolgingsteelt (successionplanting).
Zaai kervel in trays of kleine potjes met een diameter van 7 cm. Gebruik voedzame, goed doorlatende zaaimix. In elk potje zaai je 3 zaadjes. De zaden zijn lichtkiemers en hebben daarom licht nodig om te ontkiemen. Bedek ze dus niet met aarde, maar druk ze lichtjes aan. Geef hierna water met een plantenspuit, zodat de zaadjes niet wegspoelen.
Kervel heeft een kiemtemperatuur van ongeveer 15-20 °C en ontkiemt doorgaans binnen 14 dagen. Houd de zaaimix vochtig, maar niet te nat, want de zaadjes rotten snel bij een te hoge vochtigheid. Als de zaailingen opkomen, dun je ze uit tot 2 sterke plantjes per potje. Zo geef je ze genoeg ruimte om uit te groeien tot een cluster van gezonde planten.

Planten van kervel
Na ongeveer 25 dagen na het zaaien, wanneer de zaailingen een hoogte van 5-7 cm hebben bereikt en minstens twee echte blaadjes hebben, zijn ze klaar om geplant te worden. Laat de jonge plantjes afharden door ze te laten wennen aan de buitentemperatuur en de lichtintensiteit.
Kervel past goed in een kleine tuin, patio of balkon. De plant neem niet veel ruimte in en groeit ook goed in een pot. Bakken en potten worden in de zomermaanden extra warm, waardoor de kans op doorschieten groter is. Een plekje in de schaduw kan een oplossing zijn. Je kunt uiteraard ook aan het begin van de 2e seizoenshelft opnieuw zaaien voor nieuwe plantjes.
Als je de vakkenmethode gebruikt dan passen in een vak van 30×30 cm 4 plantjes. In een vak van 40×40 passen 6 planten. Dat is wel krap, maat het is de bedoeling dat je het blad oogst als het jong is.


Kies een lichte, beschutte plek in je tuin met humusrijke, vochtige grond. Kervel gedijt goed in halfschaduw. Plant de cluster met kervelzaailingen uit in een vrije ruimte met een diameter van circa 15 cm. Zet de zaailingen goed diep en druk de grond rondom lichtjes aan.

Oogsten van kervel
Kervelblaadjes kun je ongeveer 50 dagen na het zaaien oogsten, meestal voordat de plant gaat bloeien. De jonge blaadjes hebben de beste smaak. Knip de buitenste bladeren af met een schone schaar of pluk ze met de hand, terwijl je het hart van de plant intact laat. Zo kan de kervel doorgroeien en nieuwe blaadjes vormen. Oogst regelmatig om de groei te bevorderen en bloei te vertragen.
Kervel is geen lang houdbare groente. Gebruik de verse blaadjes direct of bewaar ze maximaal een paar dagen in de koelkast, gewikkeld in een vochtige doek. Je kunt kervel ook invriezen; hak de blaadjes fijn en bewaar ze in een luchtdichte zak of bakje in de vriezer. Gedroogde kervel verliest zijn smaak, dus dat is niet aan te raden.

Teelt en verzorging van kervel
Kervel is een eenvoudig gewas dat weinig verzorging vraagt. Bekende variëteiten zoals ‘Gewone Kervel’ en ‘Fijne Krul’ zijn ideaal voor de hobbytuin. Let wel op dat kervel vatbaar is voor slakken en bladluizen, vooral in vochtige omstandigheden. Bescherm je planten tegen slakken en controleer regelmatig op luis. Een goede luchtcirculatie helpt ook om schimmelziekten te voorkomen.
Omdat kervel een eenjarige plant is, hoef je hem niet te overwinteren. Als je wilt experimenteren, kun je de bloemen laten uitgroeien tot zaden. Oogst de zaden zodra ze rijp zijn, laat ze drogen en bewaar ze op een koele, donkere plek voor het volgende seizoen. Wil je echt het maximale uit je kervel halen? Zaai dan om de drie weken opnieuw, zodat je een constante aanvoer van verse blaadjes hebt.
Als je kervel in het najaar zaait, dan kunnen de plantjes mee de wintertuin in. Kervel is redelijk bestand tegen lichte vorst. Temperaturen net onder het vriespunt kan hij doorgaans wel verdragen. Bij strenge vorst is extra bescherming noodzakelijk om te voorkomen dat de plant beschadigd raakt.

Kervel in de opvolgingsteelt
Kervel kent 2 lange tijdvakken om te zaaien en planten. Het is daarom een prima kandidaat om toe te passen in de opvolgingsteelt, zowel als voorloopgewas, tussengewas als opvolggewas. Op de pagina van de opvolgingsteelt kun je zelf combinaties maken die goed bij jou passen. Gebruik de informatie hieronder als inspiratie voor je eigen ideeën.
Uien gevolgd door andijvie gevolgd door kervel
