Knolvenkel zelf telen
Inleiding
Knolvenkel (Foeniculum vulgare var. azoricum) is een veelzijdige groente die je eenvoudig zelf kunt telen in je moestuin. Zijn oorsprong ligt in het Middellandse Zeegebied. De plant behoort tot de schermbloemenfamilie (Apiaceae), net als wortels, pastinaak en peterselie. Knolvenkel onderscheidt zich van de gewone venkel door de verdikte stengelbasis, die als knol wordt gegeten. Het gewas staat bekend om zijn frisse, anijsachtige smaak en wordt gebruikt in een breed scala aan gerechten, van salades en soepen tot stoofschotels en gegrilde gerechten.
De naam “venkel” is afgeleid van het Latijnse foeniculum, wat “hooi” betekent, een verwijzing naar de fijne, geveerde bladeren. In Italië wordt knolvenkel vaak “finocchio” genoemd en is het een essentieel ingrediënt in de lokale keuken. Het is een eenjarige plant, ideaal voor de Nederlandse moestuin, mits je rekening houdt met haar voorkeuren voor grond, zon en vocht.
Marathon
De hardloopwedstrijd is indirect vernoemd naar venkel. De beroemde Slag bij Marathon in het oude Griekenland vond plaats op een vlakte die overwoekerd was met wilde venkel.
Het Oudgriekse woord voor venkel is ‘marathos’. De plaatsnaam Marathon betekent letterlijk “de plek met veel venkel” of “Venkelveld”.
Dus eigenlijk rennen atleten tijdens een marathon ter ere van een ‘venkelveld’.
Knolvenkel bevat veel vitamine C, vezels en antioxidanten. Naast de knol zijn ook de fijne groene blaadjes eetbaar als garnering. Opvallende namen zoals “zoete venkel” of “Florence venkel” worden soms gebruikt om de zachte smaak te benadrukken.

Knolvenkel zelf telen
Knolvenkel is niet de eenvoudigste groente om te kweken, maar met een beetje aandacht en de juiste omstandigheden is het zeker de moeite waard. In de Tuinagenda staan de gunstigste perioden waarin je knolvenkel het beste kunt zaaien, planten en oogsten. Die gegevens zijn voor elke moestuinder relevant, maar zeker als je meedoet met onze Tuinagenda.

Zaaien van knolvenkel
Je kunt knolvenkel in het voorjaar telen voor een zomeroogst, maar ook vanaf juni voor een opvolginsteelt (successionplanting) in de 2e helft van het seizoen.

Bij het plannen van de teelt is het belangrijk om rekening te houden met de beschikbare ruimte en het feit dat één knolvenkelplant ook maar één knolvenkel oplevert. Reken voor een hoofdgerecht op circa 150 – 200 gr schoongemaakt knolvenkel per persoon.
Begin met voorzaaien in trays of potten met een diameter van 7 cm. Gebruik een zaaimix die goed water doorlaat maar vochtig blijft, en zorg voor een kiemtemperatuur van 15-20 °C. Voor knolvenkel gebruiken we de methode van clusterzaaien, waarbij we 3 zaadjes per potje of tray zaaien. Knolvenkel behoort tot de donkerkiemers, dus dek de zaadjes af met een laagje aarde.

De zaden ontkiemen binnen 10 dagen. Enkele dagen later kun je de zaailingen uitdunnen, zodat je de 2 sterkste zaailingen per potje overhoudt. Dit is een cluster die ook als cluster geplant wordt. Geef regelmatig water.

Planten van knolvenkel
Knolvenkel is gevoelig voor doorschieten als de omstandigheden ineens veranderen. Laat de jonge plantjes daarom afharden door ze te laten wennen aan de buitentemperatuur en de lichtintensiteit. Kijk goed naar de weersverwachting. Als het in het voorjaar erg koud is, wacht dan liever nog een periode. Als het weer na de koudere periode opwarmt, dan denkt de plant dat ‘de winter voorbij is’ en is de kans groot, dat de venkel gaat doorschieten.

De clusters van zaailingen zijn klaar om te worden uitgeplant zodra ze 10-15 cm hoog zijn en 3-4 echte bladeren hebben. Dit moment ligt rond de 30 dagen na het zaaien. Zorg bij het uitplanten voor een afstand van minimaal 20 cm tot andere clusters, zodat de knollen zich goed kunnen ontwikkelen. Knolvenkel groeit het beste op een zonnige, beschutte plek in goed doorlatende, vruchtbare grond. Voeg eventueel extra compost toe voor voldoende voedingsstoffen. Een volwassen knolvenkel wordt ongeveer 45 centimeter hoog.


Een knolvenkel wordt vrij groot en toch past het goed in een kleine tuin. Als je gebruik maakt van de vakkenmethode dan passen in een vak van 30×30 cm 4 clusters. In een vak van 40×40 cm passen 5 clusters.


Oogsten van knolvenkel
Tussen het zaaien en het oogsten liggen ongeveer 80 dagen. Je oogst knolvenkel in hetzelfde jaar dat het geplant is.

Voor de voorjaarsteelt heb je nagenoeg de zekerheid dat de knolvenkels vanaf juni bloemen gaan ontwikkelen (doorschieten). De knolvenkel is namelijk een zogenaamde langedagplant die gaat bloeien als het aantal uren licht per dag boven een bepaalde waarde komt.
Je kunt dat doorschieten herkennen aan een dikke steel die zich bovenop de witte knol ontwikkeld (zie AI-afbeelding). Het is dan zaak om zo snel mogelijk te oogsten, want door de dikke steel wordt de binnenkant van de knol houtig. De knol op de afbeelding is eigenlijk al te ver doorgeschoten. Je kunt het dan mogelijk nog redden door het hart van de knol weg te snijden.

Knolvenkels uit de najaarsteelt hebben veel minder last van doorschieten, doordat de dagen korter worden. De plant wordt daardoor niet getriggerd om bloemen te gaan maken. Hierdoor is er meer tijd om te groeien en worden de knollen vaak ook groter dan de knollen van de voorjaarsoogst.
Je kunt van de knolvenkel het volgende oogsten:
- Uiteraard de knol. Deze ligt bijna helemaal boven de grond, je kunt dus heel goed zien wanneer deze goed en groot genoeg is om te oogsten. Dat is doorgaans wanneer de bol zo’n 8-10 centimeter groot is.
- De stengels met het loof. Deze kun je als kruid gebruiken als garnering of verwerken in soepen, sauzen of marinades.
- Knolvenkel zal bij het in bloei schieten schermbloemen maken. Deze schermbloemen vormen na de bloei zaad dat je kunt oogsten als het gedroogd is. Venkelzaad wordt in de keuken gebruikt als specerij. Uiteraard kun je het zaad ook gebruiken om het volgende jaar te zaaien.

Oogst van de cluster de grootste knol door deze vlak boven de grond af te snijden met een scherp mes. Laat de wortels in de grond achter om de bodemstructuur te behouden. Na het oogsten van de knol verschijnen er geen nieuwe oogstbare producten (knollen, stengels of bloemen) meer. De levenscyclus is met de oogst voorbij. De overige knollen van de cluster krijgen nu meer ruimte en kunnen nog even verder groeien.
Na de oogst kun je de knollen afspoelen en beschadigde buitenlagen verwijderen. Bewaar de geoogste knollen in de koelkast, verpakt in een vochtige doek, waar ze tot een week vers blijven. Knollen die te lang in de grond blijven staan, kunnen houtig worden. De plant is eenjarig, dus je kunt alleen oogsten in het jaar waarin je geplant hebt. Knolvenkel is bestand tegen een lichte vorst, maar is niet winterhard. Beschermen de plant met een vliesdoek of met mulch tegen de koude.
Eet de bol zo vers mogelijk. Zonder stengels en blad blijft deze nog 2 of 3 dagen goed in de koelkast. Voor langere bewaring kun je de knolvenkel blancheren en invriezen.

Teelt en verzorging
Als je tuin voldoende op orde is, dan is geen speciale voeding nodig voor de knolvenkel. De hoeveelheid water die je geeft is wel van belang, want knolvenkel houdt niet van droge voeten, maar staat ook niet graag met zijn voeten in het water.
Een veelvoorkomend probleem bij het zelf kweken van knolvenkel is dat de plant kan “doorschieten” (bloemstengels vormen) als het te warm of te droog is. Dit kun je hooguit iets vertragen, maar niet voorkomen, door regelmatig water te geven en de plant wat schaduw te bieden tijdens hete zomerdagen.
Er zijn verschillende variëteiten van knolvenkel, zoals:
- ‘Zefa’ of ‘Zefa Fino’: Geschikt voor koelere klimaten, vroeg oogstrijp.
- ‘Di Firenze’: Een klassieke Italiaanse variëteit, bestand tegen warmere zomers.
- ‘Finale’: Geeft uniforme knollen en is populair bij moestuinders.
Ziekten en plagen die knolvenkel kunnen aantasten, zijn onder meer tripsen en slakken. Tripsen veroorzaken schade aan het loof, terwijl slakken de jonge zaailingen kunnen opeten. Gebruik insectengaas en zet koperringen of natuurlijke slakkenvallen in om schade te voorkomen. Goede luchtcirculatie en een goed doorlatende bodem helpen schimmelziekten te voorkomen.
Vermeerdering van knolvenkel gebeurt uitsluitend door zaad. Gebruik kwalitatief goed zaad van betrouwbare leveranciers om een succesvolle teelt te garanderen.
Knolvenkel in de opvolgingsteelt
Knolvenkel heeft 2 teeltperioden en daarom is het een goede kandidaat om toe te passen in de opvolgingsteelt, zowel als voorloopgewas in de zomeroogst en als opvolggewas in de najaarsoogst.
Op de pagina van de opvolgingsteelt kun je zelf combinaties maken die goed bij jou passen. Gebruik de informatie hieronder als inspiratie voor je eigen ideeën.
Rapen gevolgd door andijvie gevolgd door knolvenkel (najaar)





