Aardappel zelf telen
Inleiding
De aardappel (Solanum tuberosum) is een van de meest geliefde knolgewassen ter wereld en heeft een rijke geschiedenis die teruggaat tot de hooglanden van Zuid-Amerika. De Inca’s teelden de aardappel al duizenden jaren geleden, en Spaanse ontdekkingsreizigers brachten het gewas naar Europa in de 16e eeuw. Nu kun jij de aardappel zelf telen in je moestuin.
Leuk weetje:
de aardappel is in de ruimte geteeld als onderdeel van experimenten om voedselvoorziening voor toekomstige ruimtemissies te waarborgen.
De naam ‘aardappel’ verwijst naar de ondergrondse knol, terwijl de wetenschappelijke naam ‘Solanum tuberosum’ aangeeft dat het gewas tot de nachtschadefamilie behoort en daarmee familie is van de tomaat en de paprika. Wereldwijd staan aardappels ook bekend onder namen als ‘pieper’, ‘patat’ of ‘erpel’. Het is een overblijvende plant, maar in de moestuin wordt de aardappel als eenjarig gewas geteeld.

De aardappel wordt geteeld vanwege zijn voedzame knollen, die rijk zijn aan zetmeel, vitamines (vooral vitamine C) en mineralen. Aardappels dienden voornamelijk als basisvoedsel voor menig maaltijd, maar ondertussen heeft de aardappel zijn weg gevonden in talloze toepassingen in keukens over de hele wereld.
Groeiwijze aardappelplant
Als moestuinder is het belangrijk om de groeiwijze van een aardappelplant te begrijpen. De uitlopers (kiemen) aan een pootaardappel vormen niet de wortels, maar de toekomstige stengels van de plant waar het blad aan groeit. Plant pootaardappels dus niet met de kiemen omlaag, maar juist omhoog gericht.
Meer kiemen aan je pootaardappel betekent ook meer stengels. Je kunt hiermee een beetje sturen wat betreft je oogst:
- Weinig stengels: Geven minder, maar grotere aardappels.
- Veel stengels: Geven veel, maar kleinere aardappels.

De stengels vormen de basis voor de groei van de nieuwe aardappels. Aan de basis van de stengel (onder de grond) ontstaan niet alleen wortels om voeding op te nemen, maar ook zogenaamde stolonen. Dit zijn ondergrondse stengels die horizontaal groeien. De uiteinden van deze stolonen zwellen op en worden uiteindelijk de nieuwe aardappels. Elke stoloon levert in principe één aardappel op.
Groei stimuleren (aanaarden)
Hieruit volgt logischerwijs: hoe meer stolonen, hoe meer aardappels. Je kunt de plant helpen om meer stolonen te maken door te aanaarden. Je schuift hierbij aarde tegen de onderkant van de stengels, zodat er een groter deel van de stengel onder de grond komt te zitten. De plant maakt op die ‘begraven’ plekken nieuwe stolonen aan.
- Begin met aanaarden als de plant ongeveer 10 tot 15 centimeter boven de grond staat.
- Schuif de aarde tegen de stengel aan tot alleen de bovenste blaadjes (het ‘kruintje’) nog net boven de grond uitpiepen.
- Wacht vervolgens tot de plant weer 10 cm gegroeid is en aard dan opnieuw aan. Eventueel kun je dit nog een derde keer herhalen.

Verschillende soorten aardappels
Er wordt onderscheid gemaakt tussen drie typen aardappels op basis van de oogsttijd:
- Vroege Aardappels (Early first): Dit zijn vroege aardappels die als eerste geoogst kunnen worden. Ze hebben een korte groeiperiode van ± 80 dagen, zodat je ze al vroeg in het seizoen kunt oogsten . Ze hebben een zachte schil en zijn vaak niet geschikt voor langdurige opslag. Vroege aardappels zijn snel beschikbaar en worden vaak als ‘nieuwe aardappels’ verkocht.
- Middelvroege aardappels (Early second): Deze aardappels hebben een iets langere groeiperiode van ongeveer ± 110 dagen. Ze worden later geoogst dan de early first, maar eerder dan de late aardappels. Ze zijn veelzijdig in gebruik en hebben een wat stevigere structuur.
- Late aardappels: Deze aardappels hebben de langste groeiperiode van ± 135 dagen. Ze worden in de herfst geoogst en kunnen lang worden bewaard. Late rassen worden vaak gebruikt als wintervoorraad.
We onderscheiden afzonderlijke plantschema’s voor de vroege, middelvroege en late oogst. De blauwe kleur in het schema is in dit geval niet het zaaien, maar het voorkiemen.
Vroege oogst

Middelvroege oogst

Late oogst


Voorkiemen en planten
Hoewel je aardappels kunt zaaien (uit echte zaadjes), beperkt de Tuinagenda zich tot het gebruik van pootaardappels. Dit zijn kleine aardappels die de leverancier speciaal heeft opgekweekt, zodat jij een vliegende start hebt.
Het is aan te raden om pootaardappels te laten voorkiemen. Je laat ze hierbij binnen alvast enkele weken uitlopen, voordat ze de koude grond in gaan. Dit heeft flinke voordelen:
- Je krijgt enkele weken voorsprong (eerder oogsten!).
- Voorgekiemde aardappels ontwikkelen vaak sterkere planten.
- Ze zijn door de snelle start vaak beter bestand tegen ziekten.

Zo werkt voorkiemen (chitting)
Voorkiemen (chitting) is dus optioneel, maar wel aanbevolen voor een snellere start. Hoe werkt het
- Leg de pootaardappels in een eierdoos of een ondiepe kist met de meeste ‘ogen’ omhoog.
- Zet ze op een koele (10-15°C) maar lichte plek (geen direct zonlicht!), bijvoorbeeld op een vensterbank op het noorden.
- Na enkele weken ontwikkelen zich stevige, korte scheuten (1 tot 2 cm is ideaal).
- Zodra de scheuten stevig en groen zijn en de bodemtemperatuur buiten minstens 8°C is, kun je ze uitplanten. Bescherm ze tegen late vorst met vliesdoek.
Tip: Als je niet voorkiemt, bewaar de pootaardappels dan koel (4-6°C) en droog tot je gaat planten. De oogsttijd zal dan wel iets later vallen.


Planten van pootaardappels
Plant de pootaardappel 5 á 10 cm diep. Als je gebruikt maakt van de vakkenmethode dan plant je één pootaardappel in een vak van 30×30 cm.
Mijn experiment in 2025: Ik heb zelf deze algemene regel in 2025 flink genegeerd. Ik heb toen in drie vakken van 30×30 cm pootaardappels geplant met verschillende aantallen:
- Vak 1: 1 aardappel
- Vak 2: 2 aardappels
- Vak 3: 3 aardappels De planten groeiden goed, maar stonden wel erg dicht op elkaar. Bij de oogst bleek dat gelukkig niet nadelig: hoe meer aardappels gepoot, des te groter de opbrengst. Ik zal de volgende keer dus weer meer aardappels poten in één vak. Bekijk hier hoe die oogst verliep: https://youtu.be/2gfbvLixrwg

Oogsten van aardappels

Als de bovengrondse delen (het loof) beginnen te verkleuren of afsterven, is de groeiperiode van de knollen voorbij. Dit is hét signaal om te oogsten. In de Tuinagenda staat aangegeven wanneer je dit ongeveer kunt verwachten, maar houd vooral je eigen planten in de gaten.
Oogst de aardappels door de plant met een riek of schep voorzichtig op te tillen. Is de grond erg los? Dan kun je zelfs je handen gebruiken. Trek de plant omhoog en verzamel de knollen.
Let op de moederknol Omdat de stolonen aan de stengels groeien, vind je de nieuwe aardappels doorgaans boven de oude moederknol. Deze moederknol zit vaak nog aan de plant vast, maar heeft een donkerdere kleur en ziet er vaak wat glazig of rimpelig uit. De moederknol heeft al zijn energie verbruikt voor de ontwikkeling van de plant. Deze is slechts nog een lege huls en niet meer geschikt voor consumptie. Gooi hem weg (niet bij de nieuwe oogst bewaren!), want hij gaat snel rotten.
Zorg dat er geen aardappels in de grond achterblijven, want deze zullen volgend jaar onbedoeld weer uitlopen.
Teelt en verzorging
Ziekte en plagen bij zelf telen van aardappels
Ziekte en plagen: Aardappels zijn gevoelig voor ziekten en plagen. Veelvoorkomende problemen zijn:
- Phytophthora (Aardappelziekte): Een beruchte schimmel die bruine vlekken op blad en knol veroorzaakt. Vermijd natte bladeren en zorg voor goede ventilatie.
- Aardappelkever: Een kever die in rap tempo het loof kan kaalvreten.
- Overig: Meeldauw, witte vlieg, bladluizen en spintmijten.
Insectengaas kan helpen als fysieke barrière tegen plaaginsecten.

Verzorging: Zorg voor een goed doorlatende, vruchtbare grond met voldoende organisch materiaal. Vergeet het aanaarden niet: dit beschermt de knollen tegen zonlicht (voorkomt groene, giftige aardappels) en stimuleert de groei.
Bewaren: Bewaar geoogste aardappels op een koele (4-8°C), donkere en vorstvrije plaats.
- Te warm? De aardappels gaan uitlopen (spruiten).
- Te licht? De aardappels worden groen en ongenietbaar.

Voorbeelden rassenkeuze
Vroege rassen (Early first):
- Frieslander: Populair, zacht, licht kruimig. Veelzijdig.
- Accent: Stevige textuur, gladde knollen. Goed bestand tegen ziekten.
- Premiere: Zeer vroeg, kruimig, gele schil.
- Red Duke of York: Rode schil, vol van smaak, iets kruimig.
- Rocket: Extreem snelle groeier, hoge opbrengst.
- Home Guard: Stevig ras, goede weerstand, milde smaak.
Middelvroege rassen (Early second):
- Charlotte: Vastkokend, fijne smaak (salades).
- Maris Peer: Compact en stevig.
- Nicola: Vastkokend, boterachtige smaak.
- Estima: Milde smaak, goede ‘supermarktaardappel’.
Late rassen:
- Bintje: De klassieker. Geschikt voor friet, koken en bakken (wel ziektegevoelig).
- Desiree: Roodschillig, bestand tegen droogte en redelijk tegen Phytophthora.
- Sarpo Mira: Kampioen ziektebestendigheid (Phytophthora), stevige bewaaraardappel.
- Agria: Perfect voor zelfgemaakte friet, hoge opbrengst.
Voorbeelden opvolgingsteelt
Vroege aardappels zijn heel geschikt om te laten opvolgen door een gewas voor de tweede seizoenshelft. Omdat je ze vroeg in de zomer oogst, komt er ruimte vrij. Op de pagina van de opvolgingsteelt kun je zelf combinaties maken die goed bij jou passen. Een klassieker is bijvoorbeeld: vroege aardappel gevolgd door prei.