Suikererwten in de moestuin
Inleiding
De erwt (Pisum sativum) is een eenjarig gewas dat al duizenden jaren door de mens wordt geteeld. Oorspronkelijk komt de erwt uit het Middellandse Zeegebied. De Grieken, Romeinen en Egyptenaren aten de erwt al in de oudheid. In Europa werd het gewas in de Middeleeuwen een belangrijk onderdeel van het dagelijkse dieet. De erwt is zowel een bron van verse groente als een basis voor droge peulvruchten. Je kunt erwten eenvoudig zelf in je moestuin kweken.
Eén naam, meer soorten
De wetenschappelijke naam van de erwtenplant is Pisum sativum, maar achter deze naam gaan verschillende soorten schuil namelijk :
- doperwten
- suikererwten (sugarsnaps) (deze pagina)
- peultjes
- kapucijners
Al deze soorten hebben hun eigen pagina in de Tuinagenda, omdat ze hun eigen kenmerken hebben. Als we het in de Tuinagenda hebben over erwten, dan bedoelen we alle variaties van de erwtenplant, anders spreken we expliciet over doperwten.
Stikstofbinder
De suikererwten behoren tot de vlinderbloemenfamilie (Fabaceae) en staan bekend als stikstofbinders. Dit betekent dat ze in samenwerking met bacteriën stikstof uit de lucht kunnen binden in de wortelknollen, wat de bodemvruchtbaarheid verhoogt. We beschouwen hierdoor de erwt als een goede voorvrucht voor andere gewassen.
Levenscyclus
De sugarsnaps is een eenjarige plant die in één groeiseizoen van zaad tot volwassen plant groeit, bloemen produceert, peulen vormt en uiteindelijk afsterft. De levenscyclus begint met de kieming van het zaad, waarna er een zaailing ontstaat. De erwtenplant groeit in de moestuin uit tot een klimmende plant met een dunne, zwakke stengel die wat steun nodig heeft. Na ongeveer 50 tot 80 dagen verschijnen de bloemen, die na bestuiving veranderen in peulen. De peulen ontwikkelen zich tot oogstrijpe sugarsnaps. Je kunt gedurende een aantal weken blijven plukken, waarna de plant langzaam afsterft.
Geboren door een ongelukje
In de jaren 70 kruiste de Amerikaanse veredelaar Calvin Lamborn een gewone doperwt (Pisum sativum) met een peulvariëteit (macrocarpon).
Het doel was simpel: een grotere, sappigere peul.
Maar één kruising leverde iets onverwachts op:
Een dikke, knapperige peul die je volledig kunt eten én een zoete smaak had. Dat was het allereerste sugarsnap-ras — nu wereldwijd een aparte categorie.


Zaaien van suikererwten
De Tuinagenda kent 2 perioden voor het zaaien van suikererwten die bijna op elkaar aansluiten.
- Vroege teelt (donker kleur) – Zeer vroege oogst, koelteminnend gewas, langere periode met goede peulkwaliteit
- Late teelt (lichtere kleur) – Snellere, uitbundige groei, eenvoudiger opkweek, maar oogst valt meer in warmere maanden
Ik heb in 2025 een experiment gedaan, omdat ik had gelezen dat je ook in het najaar nog erwtenplanten kunt zaaien. Ik heb toen eind augustus erwten, sugarsnaps en peultjes gezaaid. Deze zijn allemaal opgekomen. De peultjes en sugarsnaps kwamen zelfs in bloei en gaven enkele peulen. Dat was echter te weinig om serieus van te oogsten. Met het kouder worden in november kwam alles tot stilstand. Dus zaaien in het najaar kan wel, maar het is niet heel erg zinvol.

Let op: sugarsnaps oogst je iets later dan bijvoorbeeld peultjes. Hoge klimmers oogsten extra lang door, omdat het tijd kost om te groeien en op die hoogte nog peulen te ontwikkelen.
Je zaait suikererwten voor in potten of trays van minimaal 5×5 cm. Zaai in elke cel 2 a 3 zaden. De optimale kiemtemperatuur ligt tussen 15 en 20°C. Bij deze temperatuur kiemen de zaden binnen 10 dagen. De zaailingen worden niet uitgedund, maar ze worden als cluster gezaaid.


Planten van suikererwten
Wanneer de zaailingen ongeveer 10 cm hoog zijn en 3 tot 4 echte blaadjes hebben, zijn deze klaar om uitgeplant te worden. Dit moment is ongeveer 25 dagen na het zaaien.
Een goede afstand voor suikererwten is 10 cm rondom elke plant.
Suikererwten in de moestuin houden van een luchtige, goed doorlatende grond met voldoende organisch materiaal. Geef suikererwten een plek met zon of halfschaduw. Een beschutte standplaats is ideaal, omdat harde wind de ranken kan beschadigen. Plant zaailingen met de wortelhals (de overgang van wortel naar stengel) net boven de grond.
Suikererwten zijn klimmers en profiteren van steun. Gebruik stokken, netten of klimrekken. Je kunt suikererwten ook in potten planten, mits de pot minimaal 30 cm diep is.


Oogsten van suikererwten
Sugarsnaps hebben een vrij lange oogstperiode, omdat je ze jong kunt blijven plukken. Bij koel weer kan de oogstperiode voor alle erwtenplanten met 2 tot 3 weken verlengd worden
Sugarsnaps oogst je met dikke, knapperige peulen. Laat ze niet te lang aan de plant zitten, want dan worden ze taai. De oogst begint ongeveer 10-14 weken na het zaaien. Je kunt dan gedurende 3 tot 4 weken blijven oogsten.
Je oogst suikererwten door de peul met de hand los te trekken van de plant. Je kunt dan het beste 2 handen gebruiken. Met één hand houd je de plant vast en met je andere hand trek je de peul los. Regelmatig oogsten stimuleert de plant om nieuwe peulen aan te maken.
Na de oogst worden de peulen in hun geheel gegeten. Suikererwten kunnen enkele dagen in de koelkast worden bewaard.

Teelt en verzorging
Ziekten en plagen
Veelvoorkomende ziekten zijn schimmelziekten zoals meeldauw en wortelrot. Tegen meeldauw helpt goede ventilatie. Een juiste wisselteelt voorkomt bodemgebonden ziekten. Plagen zoals bladluizen kunnen worden bestreden met biologische bestrijders zoals lieveheersbeestjes.
Wijzen van vermeerderen
Erwten worden uitsluitend vermeerderd via zaaien. Bewaar zaden van een gezonde plant voor het volgende jaar.

Suikererwten in de kleine tuin
Afwegingen voor de kleine tuin gaan voornamelijk over de grootte of de hoogte van de planten. Soms kan de hoogte een voordeel zijn, omdat je dan ‘meer plant’ hebt op dezelfde oppervlakte. Het vereist echter wel speciale voorzieningen zoals stokken of hekwerken. Als je zulke voorzieningen hebt dan kun je elke variëteit telen.
Lage sugarsnaps (ca. 40–70 cm)
Deze rassen zijn echt compact en hebben hooguit een klein rekje nodig.
- Sugar Ann – 45–60 cm
- Sugar Bon – Compacte variant (45 cm), goede oogst.
Middelhoge sugarsnaps (ca. 80–120 cm)
Iets krachtiger groeiend, meestal geholpen met een laag klimrekje.
- Sugar Lace – tot 90 cm hoog. Weinig blad maar wel veel hechtranken.
- Cascadia – tot 100 cm. Meeldauw resistentie en een grote opbrengst.
Hoge klimmende sugarsnaps (120–200+ cm)
Dit zijn de ‘klassieke’ klimmers met lange ranken. Een goede klimvoorziening is noodzakelijk.
- Sugar Snap (oorspronkelijke klassieke cultivar) – 150–180 cm
- Super Sugar Snap – 150–200+ cm
- Sugar Magnolia – tot 250 cm (dit is een paarse sugarsnap)
In vakken van 30×30 cm kun je 4 clusters met zaailingen kwijt, en in vakken van 40×40 cm passen er 9.

Suikererwten in de opvolgingsteelt
Erwtenplanten zijn geschikt voor de 1e seizoenshelft en kun je daarom toepassen als voorloopgewas in de opvolgingsteelt. Na het oogsten van de erwten is er nog voldoende gelegenheid om een ander gewas voor de 2e seizoenshelft te telen. Op de pagina van de opvolgingsteelt kun je zelf combinaties maken die passen bij wat jij wilt telen.