Winterradijs in je moestuin
Inleiding
Als we het in de moestuin hebben over winterradijs, dan bedoelen we de grote, stoere broers van het bekende kleine rode radijsje. Onder de noemer winterradijs vallen diverse zwaargewichten zoals de witte rettich, de zwarte rammenas en prachtige Aziatische varianten.
Waar de zomerradijs een sprinter is die je in een paar weken oogst, is de winterradijs een langeafstandsloper. De oorsprong van deze gewassen ligt wijdverspreid, van het oostelijke deel van het Middellandse Zeegebied tot diep in Azië. Vooral in landen als Japan en Korea is de grote witte winterradijs (daar bekend als Daikon) onmisbaar in de keuken. De verzamelnaam ‘winterradijs’ verwijst niet alleen naar het seizoen waarin je ze eet, maar vooral naar de houdbaarheid; het zijn echte bewaargroenten.
Rammenassiroop
Zwarte rammenas was vroeger hét middel tegen vastzittende hoest. Het eeuwenoud huismiddeltje werd rammenassiroop genoemd.
Snijd een kapje van de rammenas, hol de knol een stukje uit en vult het met bruine suiker. Zet de wortel in een glas en wacht een nacht. De suiker trekt het vocht (en de geneeskrachtige stoffen) uit de wortel, en de volgende ochtend heb je een glas vol natuurlijke hoestdrank.
Het klinkt misschien gek, maar door de suiker smaakt het best lekker!
De naamgeving kan soms voor wat verwarring zorgen, maar is eigenlijk heel logisch in te delen. De varianten met een witte of gekleurde schil die je in de herfst oogst, noemen we in de volksmond meestal rettich. De varianten met een ruwe, zwarte schil die extreem lang houdbaar zijn, noemen we (zwarte) rammenas. Toch behoren ze botanisch allemaal tot dezelfde kruisbloemigen familie, net als de gewone radijs en zelfs kool en rucola.
Culinair zijn ze verrassend veelzijdig. De smaak is over het algemeen wat pittiger en aardser dan die van een zomerradijsje. Je kunt ze rauw raspen voor een frisse salade, inleggen in het zuur, maar ze zijn ook heerlijk in stoofschotels of roerbakgerechten. Een leuk weetje is dat winterradijs, en dan met name de rammenas, al eeuwenlang als medicinaal kruid wordt gebruikt om de galwegen te reinigen en hoest te verlichten.
Het is een tweejarig gewas. Dat betekent dat de plant in het eerste jaar een grote penwortel en een bladrozet vormt om energie op te slaan voor de winter. Als je hem zou laten staan, gaat hij na de winter in het tweede jaar bloeien met prachtige witte of lila bloemen, waarna hij zaadschauwen (een soort zaaddoosjes) vormt en afsterft. Als moestuinder breken wij die cyclus af door de wortel te oogsten op zijn hoogtepunt: vlak voor de winter, wanneer hij vol zit met smaak en bouwstoffen.

Zaaien van winterradijs
De beste periode om winterradijs te zaaien is de zomer, grofweg van juli tot en met augustus. Dit voelt misschien tegenstrijdig voor een ‘winter’ gewas, maar de plant heeft de warme nazomer nodig om die grote wortel aan te maken. Als je te vroeg in het voorjaar zaait, is de kans groot dat de plant door de warme en lange dagen direct ‘doorschiet’, wat betekent dat hij bloemen gaat maken in plaats van een dikke wortel.

Net als wortelen en pastinaken maken winterradijzen een lange penwortel. het is daarom niet goed mogelijk om ze voor te zaaien in een potje. Als de penwortel namelijk verstoord wordt tijdens het groeien of het verplanten, dan krijg je radijzen die misvormd zijn. We zaaien de winterradijzen daarom rechtstreeks ter plaatse. Ze houden van een plekje in de zon of halfschaduw en vragen om een losse grondstructuur zodat de wortel makkelijk de diepte in kan.

De winterradijs heeft ruimte nodig om te groeien, veel meer dan een zomerradijsje. Hou daarom een plantafstand aan waarbij de planten rondom ongeveer 15 tot 20 centimeter vrije ruimte hebben. Werk je met de vakkenmethode dan passen er 4 planten in een vak van 30 bij 30 centimeter. Bij een vak van 40 bij 40 centimeter kun je er 5 kwijt (één in elke hoek en één in het midden).


Maak in het vak 4 (of 5 ) gaatjes in de grond voor de zaadjes. Doe 3 zaadjes per gaatje. Dat vergroot de kans dat er in ieder geval één ontkiemt. Winterradijs is ontzettend kiemkrachtig. Je ziet vaak al na drie tot vijf dagen de kiemblaadjes boven de grond komen. Dat gaat razendsnel.
Zodra de zaailingen zijn opgekomen en hun eerste echte blaadjes hebben (de blaadjes na de kiemblaadjes), is het tijd om uit te dunnen. Je kiest de zaailing die er het gezondst uitziet en knipt de anderen met een schaartje weg. Trek ze er liever niet uit, want daarmee zou je de tere wortel van de overblijver kunnen beschadigen, met een misvormde winterradijs tot gevolg. Uiteindelijk houd je dus één sterke plant per gaatje over.

Oogsten van winterradijs
Na ongeveer 70 dagen geduld is het zover: de oogsttijd is aangebroken. Je kunt zien dat de winterradijs klaar is als de bovenkant van de wortel, de ‘schouders’, boven de grond uit beginnen te duwen. Ze hebben dan vaak een flink formaat, variërend van een dikke winterpeen tot soms wel de grootte van een kleine suikerbiet, afhankelijk van het soort. Wacht niet tot de wortels gigantisch zijn, want dan kunnen ze van binnen voos (sponzig) of houterig worden.

Het oogsten is simpel: pak de plant bij de bladaanzet stevig vast en trek hem recht omhoog. Zit hij erg vast in de grond? Wrik hem dan eerst even los met een schepje of spitvork naast de wortel. Anders dan bij plukgroenten oogst je de hele plant in één keer; hij groeit niet meer aan. Het mooie van winterradijs is echter dat je niet alles op één dag hoeft te oogsten. Zolang het niet streng vriest, blijven de wortels in de koude herfstgrond prima goed. Je gebruikt de aarde eigenlijk als natuurlijke koelkast.
Zodra je geoogst hebt, is de nabehandeling essentieel voor de houdbaarheid. Draai of snijd het loof direct van de wortel af. Als je het loof laat zitten, verdampt de plant via de bladeren al het vocht uit de wortel, waardoor je oogst binnen een dag slap is. Het blad kun je overigens prima eten in een stamppotje of roerbak. De wortel zelf borstel je schoon. Zonder loof kun je winterradijs wekenlang in de groentela van je koelkast bewaren. De zwarte rammenas is de kampioen bewaren: in een kistje met vochtig zand op een koele, vorstvrije plek blijven ze soms wel tot het einde van de winter goed.

Teelt en verzorging
Binnen de groep winterradijs heb je een grote keuze aan variëteiten, vaak met prachtige kleuren. Hieronder staat een selectie
- Daikon de rettich met zijn lange witte wortels.
- Rammenas ‘Hild’s Blauer’ – dieppaarse, halflange wortels met witte binnenkant.
- Rammenas ‘Zwarte Winter’ (ronde, zwarte wortel met witte binnenkant).
- Rammenas ‘Paris Long Black Winter’ lange zwarte wortel van soms wel 30cm lang.
- Rammenas ‘Green Luobo’ wit met groene top en felgroen van binnen.
- Chinese Red Meat (Langwerpige radijs met een roze-rode schil en wit vruchtvlees).
- Rammenas ‘Ostergruss’ roze, cilindrisch tot puntig toelopende wortels van ongeveer 15cm met een zoete smaak.
- Green Luobo – Lang stevige wortel. Groen met witte onderzijde. De binnenkant is lichtgroen. De smaak is vrij zoet.
Tijdens de teelt is watergeven je belangrijkste taak. Winterradijs haat droogte. Bij een tekort aan vocht stopt de groei en wordt de wortel taai en extreem scherp van smaak. Zorg dus, zeker in een droge nazomer, dat de grond in je bak constant licht vochtig blijft. Qua plagen kun je last krijgen van aardvlooien; kleine kevertjes die gaatjes in het blad prikken. Een gezonde, doorgroeiende plant heeft hier meestal weinig last van. Erger is de koolvlieg, waarvan de maden gangen in de wortel vreten. Dit kun je voorkomen door insectengaas over je vakken te leggen.

Mocht de winter echt streng invallen met temperaturen lager dan -5 graden, dan is het verstandig om je nog niet geoogste winterradijzen te beschermen. Je kunt ze oogsten en binnen bewaren, of de grond rondom de planten dik afdekken met een laag stro of bladeren. Vooral de zwarte rammenas kan wel tegen een stootje, maar bij strenge vorst bevriezen de koppen die boven de grond uitsteken. Met een beetje zorg eet je zo de hele winter uit eigen tuin.
Winterradijs in de opvolgingsteelt
Winterradijs groeit eigenlijk alleen in de 2e jaarhelft. Het is dus goed bruikbaar als opvolggewas van eerdere gewassen. Op de pagina van de opvolgingsteelt kun je zelf combinaties maken die goed bij jou passen.