Komatsuna in je tuin
Inleiding
Als je op zoek bent naar een bladgroente die je moestuin verrijkt met zowel smaak als snelheid, dan kom je al snel uit bij Komatsuna. Deze groente vindt zijn oorsprong in Japan. In Nederland kennen we het gewas soms onder de naam Japanse mosterdspinazie, wat direct iets verklapt over de smaak en de toepassing. Hoewel het geen familie is van onze ‘gewone’ spinazie, gebruik je het in de keuken wel op een vergelijkbare manier, maar dan met een pittigere twist.
Komatsuna behoort tot de grote Brassica-familie, oftewel de kruisbloemigen. De officiële Latijnse naam luidt Brassica rapa var. perviridis. Dit betekent dat het een neefje is van de raapsteel, paksoi en zelfs de boerenkool, al zou je dat op het eerste gezicht niet direct zeggen. Het is een eenjarig gewas dat bekend staat om zijn enorme groeikracht en tolerantie voor wisselende weersomstandigheden. Waar andere bladgroenten bij het minste of geringste doorschieten of verleppen, blijft Komatsuna vaak fier overeind staan, zelfs als het kwik daalt. Dit maakt het een ontzettend dankbare plant voor de Nederlandse moestuinder die ook in het voor- en najaar wil oogsten.
De levenscyclus van deze plant is een race tegen de klok, maar dan in positieve zin. Vanuit een klein zaadje groeit er in recordtempo een rozet van malse, groene (of soms roodachtige) bladeren. Als je de plant zijn gang laat gaan en niet oogst, zal hij uiteindelijk een bloemstengel vormen met prachtige gele bloemetjes, waarna hij zogenaamde hauwen aanmaakt en afsterft. Die hauwen zijn langwerpige, dunne ‘stokjes’ die aan de bloemstengel groeien. Als ze rijp en droog zijn, springen ze open en komen de kleine, ronde, zwarte zaadjes tevoorschijn.
Leuk weetje:
in Japan wordt Komatsuna vaak geofferd aan goden op Oudejaarsavond, en bezoekers van het Katori-heiligdom krijgen op Nieuwjaarsdag soms een bosje mee voor geluk en voorspoed in het nieuwe jaar. Best een eer voor zo’n makkelijke moestuinplant!
Voor de hobbykweker is het echter vooral de fase van het malse blad die telt. Naast het culinaire genot – denk aan roerbakken, rauw in salades of gestoofd – zit de plant boordevol calcium en vitaminen. Het is een echte ‘cut-and-come-again’ groente, wat betekent dat je er langdurig van kunt oogsten zonder dat je nieuwe plantjes hoef te planten.


Zaaien van komatsuna
Komatsuna is een echte ‘koele’ groeier. Dit houdt in dat je eigenlijk twee belangrijke zaaiperiodes hebt: het vroege voorjaar en de nazomer tot in de herfst. In het midden van de zomer, wanneer de dagen lang en heet zijn, heeft het gewas de neiging om direct bloemen aan te maken in plaats van blad, wat zonde zou zijn van je inspanningen.

Gebruik bij voorkeur een zaaitray met een celmaat van 5×5 cm of kleine p7-potjes . Vul deze met een luchtig en voedzaam zaaimedium. Leg in elke cel twee tot drie zaadjes. Je hebt dan de meeste kans dat er in ieder geval 1 zaadje opkomt.
De kiemtemperatuur van Komatsuna is vrij laag; tussen de 10 en 20 graden Celsius voelen de zaden zich het prettigst. Dat betekent dat het in je woonhuis al snel te warm is. Zet ze dus niet op een bloedhete vensterbank boven de verwarming, maar liever op een lichte, koele plek. Je zult versteld staan van de snelheid, want vaak zie je na twee tot vier dagen de eerste groene puntjes al boven de grond komen.
Als de zaailingen hun eerste blaadjes ontwikkeld hebben dan kun je uitdunnen, zodat je per vak of potje het sterkste plantje overhoudt. Gebruik hierbij een schaartje zodat je de wortels van het overblijvende plant niet beschadigd.

Planten van komatsuna
Na 20 tot 30 dagen zijn de zaailingen groot genoeg om uitgeplant te worden. Komatsuna gedijt het beste in goed doorlatende grond die rijk is aan organisch materiaal. Kies een lichte plek die in de zomer ook halfschaduw biedt.
Geef elke plant een vrije ruimte van circa 15 centimeter. Als je de vakkenmethode gebruikt dan passen in een vak van 30×30 cm 4 zaailingen. In een vak van 40×40 passen 9 planten. Ze zullen elkaar dan uiteindelijk iets raken, maar dat is voor bladgroenten geen enkel probleem en houdt de bodem juist goed vochtig.


Plant de zaailingen net zo diep als deze in de zaaitray of het potje heeft gestaan. Druk de aarde rondom aan zodat het plantje stevig staat. Komatsuna is ook geschikt om in potten te kweken, zolang de potten minstens 20 cm diep zijn. Door de compacte groei leent het gewas zich uitstekend voor tussenteelt (interplanting) met langzamere gewassen zoals wortel of pastinaak.


Oogsten van komatsuna
Gemiddeld kun je zo’n 30 tot 40 dagen na het zaaien al beginnen met oogsten. Het is een van de snelste groenten in de tuin. Je kunt oogsten zodra de bladeren groot genoeg zijn naar jouw zin. Jonge blaadjes van ongeveer 10 centimeter lang zijn heerlijk mals en perfect voor in een salade (babyleaf). Laat je ze doorgroeien tot ze 20 of 30 centimeter zijn, dan worden de stelen vleziger en knapperiger, wat ze ideaal maakt voor roerbakgerechten of stamppotjes.
Er zijn twee manieren om Komatsuna te oogsten, en de keuze hangt af van hoeveel je nodig hebt. De eerste methode is de ‘plukmethode’. Hierbij oogst je alleen de buitenste, grootste bladeren door ze laag bij de grond af te snijden of voorzichtig af te breken. Het hart van de plant laat je ongemoeid. De plant zal vanuit dit groeipunt gewoon weer nieuwe bladeren aanmaken, waardoor je wekenlang van dezelfde planten kunt blijven plukken. Dit zorgt voor een doorlopende oogst. De tweede methode is het oogsten van de gehele plant in één keer. Dit doe je meestal als de plant zijn maximale grootte heeft bereikt of als je de ruimte in je tuin nodig hebt voor een volgend gewas. Je snijdt de plant dan net boven de grond af bij de wortelvoet.
Na het oogsten is het zaak om de bladeren zo snel mogelijk te verwerken of te koelen. Omdat het blad veel water bevat, kan het snel slap worden. Was de bladeren grondig in koud water om eventueel zand en beestjes te verwijderen. Wil je het niet direct opeten? Sla de bladeren dan droog in een slacentrifuge en bewaar ze in een afgesloten bak of plastic zak in de groentelade van je koelkast. Zo blijft Komatsuna nog enkele dagen goed, al gaat de kwaliteit van de smaak – dat lekkere mosterd-scherpje – wel langzaam achteruit naarmate je het langer bewaart. Vers van het land is en blijft dus het allerlekkerst.

Teelt en verzorging
Qua verzorging is water de allerbelangrijkste factor. Een Komatsuna die droog komt te staan, raakt gestrest en zal onmiddellijk proberen bloemen te maken (doorschieten). Houd de grond dus altijd licht vochtig. Een ander aandachtspunt zijn de plagen. Omdat Komatsuna lid is van de koolfamilie, is hij geliefd bij dezelfde beestjes die ook je boerenkool lusten. De meest voorkomende plaag bij Komatsuna is de aardvlo. Dit zijn piepkleine, springende kevertjes die dol zijn op jonge blaadjes. Ze eten kleine gaatjes in het blad, waardoor het eruitziet alsof er met hagel op geschoten is. Hoewel dit voor de smaak niet veel uitmaakt, ziet het er minder smakelijk uit en kan het de groei van jonge plantjes remmen. Je kunt dit voorkomen door je planten na het uitplanten af te dekken met insectengaas of vliesdoek. Ook helpt het om de grond rondom de plantjes vochtig te houden, want aardvlooien houden niet van nattigheid.
Komatsuna is verrassend winterhard. Zaai je in september, dan kun je vaak tot ver in de winter oogsten. De plant kan lichte vorst prima verdragen; sterker nog, de smaak wordt er vaak zoeter en zachter door. Mocht het echt streng gaan vriezen, dan kun je de planten beschermen met een vliesdoek of ze in een koude bak zetten. Vermeerderen doe je uitsluitend door te zaaien; stekken of scheuren is bij dit gewas niet mogelijk. Als je in het voorjaar een paar planten laat staan, zullen ze gaan bloeien met gele bloemen. Dit is niet alleen leuk voor de bijen, maar levert je na verloop van tijd ook peulen vol nieuwe zaadjes op die je kunt oogsten voor het volgende seizoen. De kans op kruisbestuiving met anderen kruisbloemigen in je tuin (of die van je buren!) is wel heel groot.
Dankzij de korte groeicyclus is het een uitstekende kandidaat voor opeenvolgende zaaiingen, zodat je gedurende het groeiseizoen een constante aanvoer van verse bladeren hebt.
Pas op met doorschieten
(Verhoogde) bakken warmen sneller op dan de volle grond, vooral in de lente en zomer. Omdat komatsuna beter groeit bij koele temperaturen, is het risico op doorschieten in bakken groter. Om dit te voorkomen, kun je een schaduwrijk plekje kiezen of de planten beschermen met een licht doorlatend doek of net.

Komatsuna in de opvolgingsteelt
Net als veel andere kruisbloemigen geeft komatsuna de voorkeur aan koele temperaturen boven warmte. Daarom zijn er twee groeiperioden: vóór en na de langste dag. Deze indeling sluit goed aan bij opvolgingsteelt. Je kunt komatsuna dus zowel in de eerste als in de tweede seizoenshelft zelf telen.
Omdat komatsuna goed bestand is tegen kou en zelfs flinke vorst kan doorstaan, kan deze bladgroente tot laat in het seizoen worden geteeld. Zorg er wel voor dat de planten al redelijk volwassen zijn bij het begin van de winter.
Op de pagina van de opvolgingsteelt kun je zelf combinaties maken die goed bij jou passen.