Suikermäis zelf telen
Inleiding
Suikermaïs, een zoete en sappige variëteit van maïs (Zea mays var. saccharata), vindt zijn oorsprong in Midden-Amerika, waar het al duizenden jaren wordt verbouwd door inheemse volkeren. Tegenwoordig is het wereldwijd geliefd, vooral in de keuken vanwege zijn veelzijdige toepassingen. Suikermäis is een eenjarig gewas dat je zelf kunt telen in je moestuin. Het wordt vaak vers gegeten, geroosterd, gekookt of toegevoegd aan soepen en salades. Suikermäis behoort tot de vruchtgewassen, met een korte levenscyclus: van zaadje tot oogst duurt slechts enkele maanden.
In Nederland wordt suikermaïs steeds populairder onder moestuinders vanwege de relatief eenvoudige teelt en de heerlijke opbrengst. Een leuk weetje is dat suikermaïs al geoogst moet worden voordat de suikers in zetmeel worden omgezet, waardoor het belangrijk is om op het juiste moment te plukken. De plant heeft indrukwekkende bijnamen zoals “zoete koning” en “gouden kolven”. Dit gewas groeit tot wel twee meter hoog en is een echte blikvanger in de tuin.
Maïsharen
De draden boven op een maïskolf worden ook wel de “maïsharen” genoemd. Elke draad is verbonden met een afzonderlijke maiskorrel in de kolf. Als een maishaar niet in contact is geweest met stuifmeel, dan heeft de bijbehorende maiskorrel zich niet ontwikkeld.


Zaaien van suikermäis
De Tuinagenda geeft de volgende perioden aan als optimale perioden voor het zaaien van suikermais.

Voorzaaien doe je bij het zelf telen van suikermaïs altijd in potten of trays, want de planten zijn gevoelig voor koude grond. Gebruik potjes van minimaal 9 cm doorsnede, zodat de jonge wortels genoeg ruimte hebben om zich te ontwikkelen. Vul de potten met een luchtig en goed doorlatend zaaimedium. Zaai per pot één of twee zaden op een diepte van 2-3 cm, en zorg ervoor dat de kiemtemperatuur rond de 20-25 °C ligt. Suikermaïs kiemt meestal binnen 7 tot 10 dagen.
Na het kiemen dun je uit tot de sterkste zaailing per pot. Elke plant levert gemiddeld twee kolven op, afhankelijk van de teeltomstandigheden.


Planten van suikermäis
Je zaailingen zijn klaar om uitgeplant te worden zodra ze ongeveer 15-20 cm hoog zijn en het risico op nachtvorst voorbij is, meestal rond eind mei. Suikermaïs heeft een zonnige standplaats nodig met goed doorlatende, voedzame grond. Plant de zaailingen op een afstand van 30 cm van elkaar in een blokvorm, want maïs bestuift zichzelf door wind en heeft buren nodig voor kruisbestuiving. Een vak van 30×30 cm is geschikt voor één plant, terwijl in grotere vakken van 40×40 cm eventueel ruimte is voor interplanting, bijvoorbeeld met sla of spinazie.
Zorg ervoor dat je de wortelkluit volledig in de grond zet, waarbij de bovenkant van de kluit net onder het oppervlak ligt. Maïs groeit prima in bakken, mits die diep genoeg zijn, en kan zelfs in potten geteeld worden, zolang die minimaal 30 liter groot zijn.


Oogsten van suikermäis
Suikermaïs oogst je ongeveer 90 dagen na het zaaien, afhankelijk van het ras en de weersomstandigheden. Je kunt zien dat de kolven rijp zijn als de zijdraden (de “haren”) aan de bovenkant van de kolf donkerbruin zijn geworden, maar nog niet helemaal droog. De maiskorrels moeten goudgeel en zacht zijn. Een goede test is om met je duim een korrel in te drukken: als er melkachtig sap uit komt, is de maïs klaar om geoogst te worden. Te laat oogsten kan tot smaakverlies leiden.
Knip de kolven af met een scherpe snoeischaar of draai ze voorzichtig van de stengel. Suikermaïs moet snel worden gegeten of ingevroren, want na de oogst zet de aanwezige suiker snel om in zetmeel. Verse kolven kun je enkele dagen in de koelkast bewaren, terwijl ingevroren maïs maandenlang goed blijft.

Teelt en verzorging
Voor de amateurtuinder zijn de rassen ‘Tasty sweet F1’ en ‘Early Extra F1’ te koop. Het laatst genoemde ras is vroeger rijp dan het eerst genoemde. Andere bekende rassen zoals ‘Golden Bantam’ en ‘Swift’ zijn eveneens goede rassen voor het zelf telen van suikermais in de Nederlandse moestuin. Deze rassen zijn relatief snel rijp en goed bestand tegen het wisselvallige weer. Suikermaïs heeft een voedzame grond nodig, dus werk voor het planten compost of mestkorrels in de bodem. Regelmatig water geven is belangrijk, vooral tijdens droge periodes.
Let op mogelijke plagen zoals bladluizen of vogels die zich graag aan de zaden of jonge planten tegoed doen. Gebruik netten om je gewas te beschermen. Een voordeel van maïs is dat het sterke stengels heeft die nauwelijks ondersteuning nodig hebben, zelfs niet bij wind.
Met deze beschrijving kun je suikermaïs met vertrouwen telen en genieten van de zoete beloning!

Suikermais in de Tiny Garden
Ik heb zelf nog nooit suikermais in de moestuin geteeld. En ik heb ook nog geen plannen om dat wel te gaan doen. Ik vind de plant veel te groot voor mijn moestuinbakken. Mais kan 2 meter hoog worden plus dan nog eens 60 cm van mijn moestuinbak. Dan heb ik een trappetje nodig.
Maar ik ontdek nu de variëteit ‘Zoete Jan’. Dat is een compacte variëteit die niet hoger wordt dan 150 cm. Deze soort is vroeg oogstbaar en een (voor)jaar met kou en regen deert hem niet! Door de geringe hoogte is teelt in grote potten een goede optie! Elke flinke, gele kolf geeft ruim 200 korrels. Dus misschien ga ik ooit toch nog eens experimenteren met het zelf telen van suikermais.
