Phaseolus vulgaris is de Latijnse naam voor twee soorten groenten uit de vlinderbloemenfamilie, namelijk sperziebonen en snijbonen. Het zijn allebei specifieke variëteiten van dezelfde voorouder. In een eerdere versie van de Tuinagenda werden sperziebonen en snijbonen behandeld als één gewas, maar omdat de kenmerken behoorlijk verschillend zijn heb ik besloten om beide een eigen plek in de Tuinagenda te geven.
Het meest kenmerkende verschil tussen sperziebonen en snijbonen is de vorm: sperziebonen zijn ontwikkeld voor ronde of ovale, slanke peulen, terwijl snijbonen zijn ontwikkeld voor brede, platte peulen met lange lengte. Snijbonen kunnen een stugge draad ontwikkel, zeker bij late oogst.
Van snijbonen bestaan verschillende rassen en cultivars. Sommigen zijn rankend en hebben een ondersteuning nodig om te klimmen (klimbonen/stokbonen) anderen blijven laag en hebben steun aan hun eigen stam (stambonen/struikbonen). De stamsnijbonen zijn echter een zeldzaamheid en komen dus weinig voor.
Oorsprong
Oorspronkelijk komt Phaseolus vulgaris uit Midden- en Zuid-Amerika, waar ze al duizenden jaren worden geteeld. Tegenwoordig zijn snijbonen makkelijk te kweken in je Nederlandse moestuin. Ze zijn populair omdat ze veelzijdig toepasbaar zijn in de keuken. Je kunt ze koken, roerbakken of stoven.
Van zaad tot oogst groeit dit gewas snel, en het heeft slechts enkele maanden nodig om van een klein zaadje uit te groeien tot een plant die een overvloed aan bonen levert.
Klimsnijbonen groeien vrijwel altijd tegen de klok in omhoog, een beweging die genetisch vastligt. Je kunt ze om een stok heen wikkelen in de andere richting, maar dan groeit de plant merkbaar langzamer — hij “voelt” zich simpelweg beter in zijn natuurlijke draairichting.
Variëteiten
Zowel voor de stokbonen als voor de stambonen kun je kiezen uit verschillende variëteiten.
1. Stoksnijbonen (Klimmend)
Deze geven de grootste oogst per vierkante meter, maar je hebt wel stokken, een hekwerk of gaas nodig. Sommige rassen kunnen 200+ cm hoog worden.
Helda: Dit is verreweg het populairste ras in Nederland.
Kenmerken: Geeft enorme, brede en platte peulen die lang mals blijven. Het is een sterk ras dat een hoge opbrengst geeft.
Bijzonderheid: Vaak draadloos (mits niet té oud geplukt). Soms ook verkocht onder de naam ‘Supermarconi’.
Vitalis: Een uitstekend alternatief voor Helda.
Kenmerken: Iets donkerder groen en geschikt voor zowel de vroege teelt (ook in kassen) als de late teelt buiten.
Bijzonderheid: Resistent tegen veel bonenziektes (zoals rolmozaïekvirus), wat hem erg betrouwbaar maakt.
Golden Gate: Voor als je eens iets anders wilt.
Kenmerken: Een gele stoksnijboon. De peulen zijn mooi goudgeel en steken goed af tegen het groene blad, wat het plukken makkelijker maakt.
Smaak: Iets zachter van smaak.
2. Stamsnijbonen (Laagblijvend)
Deze worden zo’n 40-50 cm hoog. Ze geven minder opbrengst per plant dan stokbonen en oogst je in een kortere periode, maar je oogst wel eerder.
Admires: De absolute klassieker onder de stamsnijbonen.
Kenmerken: Geeft mooie, brede peulen zonder draad. Omdat de bonen wat zwaarder zijn, kan het struikje bij harde wind of regen soms wat omvallen; een klein steuntje of aanaarden helpt.
Smaak: Ouderwets lekkere snijbonensmaak.
Nassau: Een moderner ras dat steeds populairder wordt.
Kenmerken: De peulen hangen vaak wat hoger in de plant dan bij Admires, waardoor ze minder snel op de grond hangen (en dus minder snel rotten bij nat weer).
Bijzonderheid: Zeer uniform en goede resistentie tegen ziektes.
Capitano: De struikvariant van de gele snijboon.
Kenmerken: Platte, gele peulen. Staat ook sierlijk in de moestuin (of zelfs in de siertuin).
Jonge zaailingen van stamboon ‘Modesto’ (tgbf2024)
Zaaien van snijbonen
Snijbonen kennen slechts één zaaiperiode waarin je zowel klim- als stambonen kunt zaaien en planten. Stambonen hoeven niet zo hoog te klimmen en die kun je dan ook eerder oogsten:
Klimsnijbonen: ± 70–80 dagen tot eerste oogst
Stamsnijbonen: ± 50–60 dagen tot eerste oogst
Dat betekent automatisch dat er na half juni onvoldoende tijd is voor klimbonen om nog geoogst te worden. Daarom kun je vanaf eind juni alleen nog stambonen (of struikbonen) zaaien. Hun kortere groeicyclus geeft nog voldoende tijd is om voor de herfst een oogst te verzekeren.
Het latere zaaideel, waar alleen stambonen geschikt zijn, is in de zaaitabel lichter weergegeven.
Zaai de bonen in potten van ongeveer 9 cm doorsnede, gevuld met een luchtig, goed doorlatend grondmengsel. Stop per pot twee bonen ongeveer 2 cm diep in de aarde. Zorg voor een temperatuur van 20-25 graden Celsius, zodat de zaadjes binnen circa tien dagen ontkiemen. Uitdunnen hoeft niet, want als beide zaden uitkomen dan kun je ze als cluster uitplanten.
Voorgezaaide snijbonen klaar voor het planten (tgbf2025)
Planten van snijbonen
Zaailingen van snijbonen (zowel klimbonen als stambonen) zijn klaar om geplant te worden zodra ze een stevig wortelgestel hebben en minstens twee echte blaadjes hebben gevormd. Dit is circa 25-30 dagen na het zaaien. Snijbonen houden van een zonnige plek met goed doorlatende grond. Als je niet de vakkenmethode gebruikt, houd dan een afstand rondom van 15 cm aan. Plant de zaailingen diep zodat ze stevig in de grond staan.
Voor klimbonen / stokbonen is het handig om te zorgen dat de planten tegen een rekje, gaas of stok kunnen klimmen.
Klimsnijboom Helda tegen een klimrek (tgbf2025)
Oogsten van snijbonen
Snijbonen zijn klaar om te oogsten wanneer de bonen stevig aanvoelen, maar de zaden nog niet volledig ontwikkeld zijn. Dit is meestal 65 dagen na het zaaien, afhankelijk van de omstandigheden. Pluk de bonen door ze met je vingers voorzichtig van de plant los te draaien of te knippen.
Doe dit zeer regelmatig om de plant aan te moedigen nieuwe bonen te vormen, wat een doorlopende oogst mogelijk maakt. Het beste pluk je elke 2 á 4 dagen boontjes. De lengte van de oogstperiode is ongeveer 4 tot 6 weken, afhankelijk van het ras en de groeiomstandigheden.
Was de bonen na het oogsten en bewaar ze in de groentelade van de koelkast, waar ze tot een week vers blijven. Voor langere opslag kun je de bonen blancheren en invriezen. Ze blijven dan enkele maanden houdbaar zonder veel verlies van smaak en textuur.
Geoogste snijbonen in een kistje (tgbf2025)
Teelt en verzorging
Snijbonen kunnen gevoelig zijn voor schimmels zoals meeldauw, vooral in vochtige zomers. Zorg daarom voor een goede luchtcirculatie rond de planten en vermijd dat de bladeren nat blijven. Luizen kunnen ook een probleem zijn, maar die kun je meestal eenvoudig bestrijden door de planten af te spoelen met water of natuurlijke vijanden zoals lieveheersbeestjes aan te trekken.
Snijbonen hebben weinig mest nodig, omdat ze zelf stikstof in de bodem vastleggen. Houd de grond goed bedekt met een laag mulch om vocht vast te houden en onkruid te onderdrukken. Met deze eenvoudige verzorging kun je genieten van een rijke oogst van gezonde, smakelijke snijbonen!
Snijbonen in de keuken (tgbf2025)
Snijbonen in de Tiny Garden
Ik heb zelf de snijboon Helda geweekt. Het is een echte klimmer die zeer hoog groeit. Ik had ze tegen een rek geplaatst in één van mijn bakken. Vanaf de straat gezien lijken die rekken hoog, maar vanuit de bak gezien is het maar 140-150 cm. De Helda had dus na die hoogte niets meer om zich aan vast te klampen, met als gevolg dat de uitlopers onder invloed van de zwaartekracht naar beneden groeiden. Dat werd een behoorlijk warboel.
Desondanks waren de bonen prima en ik heb meerdere keren geoogst. Maar komende jaren plant ik zulke hoge klimmers langs de rekken van de overkapping
Logischerwijs heb ik in de Tiny Garden meer vakken zonder rek, dan vakken met rek. Stambonen kan ik op elke plek kwijt. Ik hoop daarom dat ik voor snijbonen ook een stamboon variëteit kan bemachtigen.
Snijbonen met de vakkenmethode
De aantallen hieronder baseer ik op de oorspronkelijke informatie van Mel Bartholomew (de bedenker van de vakkenmethode).
Stambonen
5 clusters in een vak van 30×30
9 clusters in een vak van 40×40
Ik denk dat 4 a 5 clusters het vak al flink zullen opvullen. Of plaats 9 planten in een vak van 40×40 cm als je die hebt.
Klimbonen
3 a 4 clusters langs een rek (eventueel met andere gewassen in de rest van het vak.
Snijbonen in de opvolgingsteelt
De groei- en oogsttijd van snijbonen ligt ongeveer tussen beide seizoenshelften in. Je kunt snijbonen daarom zowel als voorloopgewas of als opvolggewas toepassen. Maar ook is het een prima tussengewas.
Op de pagina van de opvolgingsteelt kun je zelf combinaties maken die goed bij jou passen. Gebruik de informatie hieronder als inspiratie voor je eigen ideeën.