Oost-Indische kers in de moestuin
Inleiding
Als er één plant is die eigenlijk niet mag ontbreken in jouw moestuin, dan is het wel de Oost-Indische kers. Deze vrolijke bloeier is een echte blikvanger die niet alleen je tuin opfleurt met felle kleuren, maar ook nog eens eetbaar is en je helpt bij de strijd tegen plagen.
Het is een veelzijdig gewas dat eigenlijk nergens echt in een hokje past; we gebruiken het blad als bladgroente, de bloemen als eetbare decoratie en de zaden als culinaire smaakmaker. Daarnaast staat de plant bekend om zijn geneeskrachtige werking, want hij zit boordevol vitamine C en heeft zelfs antibiotische eigenschappen.
In de volksmond wordt hij soms simpelweg ‘klimkers’ genoemd, hoewel er rankende en niet-rankenden variëteiten bestaan.
Weetje
In het Latijn heet de plant Tropaeolum majus, een naam die verwijst naar een trofee, omdat de bloemen de vorm van een helm hebben en de bladeren op schilden lijken.
Herkomst en groeiomstandigheden
Ondanks wat de naam doet vermoeden, komt deze plant helemaal niet uit ‘Oost-Indië’, maar vindt hij zijn oorsprong in het Andesgebergte van Zuid-Amerika, in landen als Peru en Bolivia. De verwarring in de naamgeving ontstond waarschijnlijk door de ontdekkingsreizigers die de pittige smaak associeerden met tuinkers en specerijen uit de Oriënt.
In de Nederlandse moestuin context beschouwen we de Oost-Indische kers als een eenjarig gewas, omdat de plant absoluut niet tegen vorst kan. Zodra de winter intreedt, sterft de plant af, maar in dat ene jaar doorloopt hij een indrukwekkende cyclus. De levenscyclus is fascinerend om te volgen: van een groot, rimpelig zaadje groeit hij in razend tempo uit tot een weelderige plant die bloeit tot de eerste nachtvorst, waarna hij zichzelf vaak weer uitzaait voor het volgende jaar.

Zaaien van Oost-Indische kers
Omdat Oost-Indische kers een snelle groeier is en niet goed tegen kou kan, begin je hier niet te vroeg mee in het voorjaar. We zaaien Oost-Indische kers voor in potjes van ongeveer 9 centimeter. Per potje doen we 3 zaden in het bakje.
Je hebt voor een gemiddelde moestuin niet veel planten nodig. De planten kunnen enorm groot worden en veel ruimte innemen, dus aan twee of drie gezonde planten heb je vaak al meer dan genoeg om regelmatig van te oogsten.

De ideale kiemtemperatuur ligt rond de 18 tot 20 °C, wat gewoon op kamertemperatuur is. Je zult zien dat het kiemen vrij vlot gaat; vaak zie je na een dag of tien de eerste groene puntjes boven de grond komen. Zodra de zaailingen goed zichtbaar zijn en hun eerste echte blaadjes vormen, is het tijd voor de harde selectie. Je dunt de potjes uit door de zwakste exemplaren voorzichtig weg te knippen met een schaartje, zodat je per potje één sterke plant overhoudt. Trek de ‘verliezers’ er liever niet uit, want dan beschadig je mogelijk de wortels van de plant die je wilt behouden.


Planten van Oost-Indische kers
Wanneer je zaailingen in de pot goed hebben geworteld en een flinke bos bladeren hebben gevormd, zijn ze klaar voor de volgende stap. Meestal is dit zo’n 30 dagen na het zaaien. Let wel goed op de kalender, want Oost-Indische kers is zoals gezegd extreem vorstgevoelig. Je wacht dus sowieso tot na IJsheiligen (half mei) voordat je ze definitief buiten zet.
Bij het uitplanten moet je de plant voldoende ruimte geven. Een enkele plant kan makkelijk een flink oppervlak bedekken. Houd daarom een plantafstand aan van zeker 30 tot 40 centimeter rondom de plant.
Bij het planten graaf je een gat dat net zo diep is als het potje waarin hij is voorgekweekt. Je zet de kluit erin, drukt de aarde rondom voorzichtig aan en geeft direct water. Heb je geen volle grond? Geen probleem, Oost-Indische kers is een ideale potplant. Zorg wel voor een ruime pot met goede afwatering.

Oogsten van Oost-Indische kers
Het mooie aan Oost-Indische kers is dat bijna de hele plant eetbaar is en je gedurende een heel lang seizoen kunt blijven oogsten. Je kunt zowel de ronde bladeren, de felgekleurde bloemen als de groene zaden oogsten. Meestal kun je ongeveer 60 dagen na het zaaien al beginnen met het plukken van de eerste blaadjes. Je herkent het ideale oogstmoment simpelweg aan de grootte: als het blad of de bloem er volwassen uitziet, is hij klaar.
Voor de oogsttechniek heb je geen ingewikkeld gereedschap nodig; je kunt de stengels van de bladeren en bloemen gewoon met je vingers of een schaartje afknippen. Het is absoluut niet de bedoeling dat je alles in één keer oogst. Sterker nog, de plant werkt volgens het principe ‘plukken doet groeien’. Hoe meer bloemen je plukt, hoe meer energie de plant stopt in het aanmaken van nieuwe knoppen om zich voort te kunnen planten. Dit zorgt voor een doorlopende oogst tot ver in de herfst.
Na het oogsten is het zaak om de producten zo snel mogelijk te gebruiken. De bloemen en bladeren zijn erg teer en verwelken snel. Bewaren in de koelkast kan heel kort in een vochtige doek, maar vers van de plant op je bord is veruit het lekkerst. De smaak is peperig en doet denken aan radijs of rucola. De groene zaden, die ontstaan na de bloei, kun je ook oogsten als ze nog stevig en groen zijn. Deze worden vaak ingelegd in azijn en dienen dan als een perfect alternatief voor kappertjes. Als je stopt met het plukken van bloemen, zal de plant uiteindelijk stoppen met bloeien en al zijn energie in de zaadproductie steken, wat het einde van het oogstseizoen inluidt.

Teelt en verzorging
Hoewel de basisverzorging vrij simpel is, valt er nog wel wat te kiezen op het gebied van variëteiten. Grofweg kun je de Oost-Indische kers indelen in twee groepen: de klimmende en de niet-klimmende (kruipende) soorten. De klimmende varianten kunnen meterslange ranken maken en hebben een hekwerk of gaas nodig om tegenaan te groeien. De niet-klimmende soorten, vaak aangeduid met ‘Nana’, blijven compacter en vormen meer een polletje, wat ze ideaal maakt voor randen van plantvakken of potten.
Wat betreft ziekten en plagen heeft de Oost-Indische kers een bijzondere rol. Hij is namelijk ontzettend aantrekkelijk voor bladluizen. Dit klinkt als een nadeel, maar in de ecologische moestuin zetten we dit juist in als wapen. Door Oost-Indische kers naast bijvoorbeeld bonen of rozen te zetten, lok je de luizen naar de kers toe, waardoor je andere gewassen gespaard blijven. Het is dus een vanggewas. Mocht de plant helemaal onder de zwarte luizen zitten, dan kun je de ergste delen wegknippen en afvoeren. Ook de rupsen van het groot koolwitje lusten er wel pap van, wat jouw koolplanten weer kan redden.
De algemene verzorging vraagt weinig tijd. Het belangrijkste is water geven tijdens droge periodes. Hoewel de plant redelijk goed tegen droogte kan, zal hij bij ernstig watertekort geel blad krijgen en stoppen met bloeien. Bemesting is, zoals eerder genoemd, uit den boze als je veel bloemen wilt.
Wil je volgend jaar weer genieten van dit gewas? Laat dan aan het einde van het seizoen een paar bloemen uitbloeien. De zaden vallen op de grond, waarna je ze kunt oprapen. Laat ze goed drogen en bewaar ze koel en donker; ze blijven jarenlang kiemkrachtig. Overwinteren is in ons klimaat helaas niet mogelijk, de plant zal bij de eerste serieuze nachtvorst veranderen in een snotterig hoopje groen.
Bekende variëteiten zijn
- Tom Thumb – niet rankend en laagblijvend, veelkleurig
- Empress of India – laagblijvend met donker blad en grote vuurrode bloemen.
- Alaska Salmon – Tropaeolum majus nanum – laagblijvend met zalmroze bloemen.
- Glorious Gleam – dubbelbloemig- rankend tot 2 meter hoog.

Oost-Indische kers in de kleine tuin
De Oost-Indische kers is een vlotte groeier die zijn plek vlot inneemt. Als je gebruik maakt van de vakkenmethode dan plaats je één pol in een vak van 30×30 (vrij krap) of één pol in een vak van 40×40 centimeter. Gebruik voor de 30×30 vakken het liefst een vak aan de rand of in een hoek van de bak, zodat de kers daar niet in de verdrukking staat.

Als je een klimmende kers hebt dan plaats je deze bij voorkeur langs een klimrek. Let wel: de kers kan wel 2 meter hoog worden.
Oost-Indische kers doet het ook uitstekend in potten. Zorg dan voor een pot van minstens 15 cm diep met een goede afwatering. Het past prima in een kleine tuin of in een pot op terras of balkon. Zeker op je terras of balkon is de kers een leuke aanvulling omdat er zoveel mooie bloemen verschijnen.