Knolselderij in je moestuin
Inleiding
De knolselderij is een tweejarig gewas dat in Nederland bekend staat als een veelzijdige wortelgroente met een kruidige, aromatische smaak. Dit gewas behoort tot de schermbloemenfamilie (Apiaceae) net als knolvenkel, koriander, dille en meer. Het is een ondersoort van de selderij. De Latijnse naam van de knolselderij is Apium graveolens var. rapaceum. Je kunt de knolselderij prima in je moestuin laten groeien. Knolselderij staat ook bekend onder namen zoals “knolselder” of “knolselderijwortel”.
Herkomst en achtergrond
Knolselderij stamt af van de wilde selderij, die van nature voorkomt in moerasachtige kustgebieden van Europa en West-Azië. Door eeuwenlange selectie en teelt werd het gewas ontwikkeld tot de dikke, eetbare knol die we tegenwoordig kennen. De Romeinen waardeerden selderij al om zijn medicinale eigenschappen, en in de middeleeuwen vond de knolselderij zijn weg naar de Nederlandse keuken.
Toepassing
Knolselderij kun je gebruiken in soepen, stoofschotels, traybakes of rauw in salades. De smaak is aromatisch en licht zoet, met een vleugje nootachtige ondertoon. Het is een voedzame groente die rijk is aan vezels, vitamine C en mineralen.
Leuk weetje:
De latijnse naam Apium graveolens var. rapaceum betekent letterlijk: selderij die hevig ruikt en lijkt op een raap.
Levenscyclus van zaad tot afsterven
Knolselderij heeft een groeicyclus die twee jaar duurt. In het eerste jaar ontwikkelt de plant een dikke knol en bladeren, terwijl in het tweede jaar de plant bloeit en zaad vormt. Voor ons als moestuinders is eigenlijk alleen het eerste jaar relevant, omdat we de knol voor de winter al oogsten.


Zaaien van knolselderij
De Tuinagenda hanteert voor knolselderij de volgende gegevens en zaaiperiodes.

De knolselderij is een trage kiemer en heeft een lange groeiperiode in je moestuin.
Een enkele knolselderijplant levert één knol op, wat voor een huishouden doorgaans voldoende is voor een maaltijd. Bedenk zelf hoeveel knolselderijen je na de groeiperiode nodig denkt te hebben. Houd hierbij ook rekening met de beschikbare ruimte in je tuin, want een knolselderij staat het hele seizoen in je tuin.
Zaai de zaadjes in trays of potten met een diameter van 5-7 cm. Vul de potten met fijne zaaimix en leg drie tot vier zaadjes per pot boven op de daard. De zaden zijn lichtkiemers en hebben dus licht nodig om te ontkiemen, dus bedek ze niet met aarde, maar druk ze lichtjes aan. Geef hierna water met een plantenspuit, zodat de zaadjes niet wegspoelen.
Dun na ontkieming uit zodat je de sterkste zaailing overhoudt. De kiemtemperatuur ligt tussen de 18-22°C, en de kiemtijd is ongeveer 25 dagen. Het is belangrijk om de zaaimix vochtig te houden, maar niet nat, om schimmelvorming te voorkomen.


Planten van knolselderij
Wanneer de zaailingen 4-6 echte blaadjes hebben en een stevige wortelkluit, zijn ze klaar om uitgeplant te worden. Dit gebeurt ongeveer 65 dagen na het zaaien. Laat de jonge plantjes eerst afharden door ze te laten wennen aan de buitentemperatuur en de lichtintensiteit.
Plant de planten met een onderlinge afstand van 30 centimeter. Gebruik je, net als ik, de vakkenmethode, dan kun je een knolselderij zowel in een vak van 30×30 cm als in een vak van 40×40 cm planten.
Knolselderij groeit het beste in voedzame, vochtige, goed doorlatende grond met voldoende organisch materiaal. De standplaats moet zonnig zijn, maar beschut tegen harde wind.
De plantdiepte is belangrijk: de bovenkant van de knol moet net boven de grond blijven om rot te voorkomen. Je kunt de knolselderij in principe ook in een grote pot planten, mits deze voldoende diep is (minimaal 30 cm) om de knol de ruimte te geven om zich te ontwikkelen.


Oogsten van knolselderij
De oogst van knolselderij in je moestuin begint meestal 4-5 maanden na het planten, afhankelijk van de variëteit en de groeiomstandigheden. De knol is oogstklaar wanneer hij een diameter van 10-15 cm heeft en stevig aanvoelt. Dit is meestal vanaf september.
De knollen van de knolselderij groeien grotendeels boven de grond, maar ze hebben een stevig wortelstelsel. Voor het oogsten van de knollen kan een spitvork handig zijn. Steek de knol voorzichtig uit de grond om beschadiging te voorkomen. In een kleine moestuin, zoals de mijne, is het niet voor de hand liggend om veel knolselderijplanten te kweken. Maar als je meerdere planten hebt, hoef je niet alle knollen tegelijk te oogsten. De knollen kunnen enkele weken in de grond blijven staan. Bij vorst kan een afdekmateriaal, zoals stro, worden gebruikt om de knollen te beschermen.
Voor de bewaring van knolselderij is het belangrijk om de knol schoon te borstelen en overtollige aarde te verwijderen. De knollen kunnen enkele maanden worden bewaard in een koele, vochtige ruimte van 2-4°C, bijvoorbeeld in een kelder of in een kist met vochtig zand.

Teelt en verzorging
Bekende variëteiten Populaire rassen in Nederland zijn ‘Monarch’, ‘Ibis’ en ‘Prinz’. Deze rassen staan bekend om hun gelijkmatige groei en smaak.
Ziekten en plagen Knolselderij in je moestuin is gevoelig voor ziekten zoals bladvlekkenziekte (Septoria) en wortelrot. Voorkomen is beter dan genezen, dus zorg voor voldoende luchtcirculatie rond de planten.
De onderste bladeren van de knol worden geel en gaan op de grond hangen. Dit kan slakken aantrekken. Je kunt de gele en hangende bladeren verwijderen. Je helt daarmee ook de luchtcirculatie om de plant.
Vermeerdering Je kunt knolselderij alleen uit zaad vermeerderen. De meeste tuinders kopen zaad van speciaalzaken, omdat het zelf winnen van zaden twee jaar kost.
Aandachtspunten bij verzorging Knolselderij heeft behoefte aan regelmatige watergift, vooral in droge periodes. De grond mag niet uitdrogen, want dat belemmert de groei van de knol. Een goede bemesting met compost of organische mest in het voorjaar helpt bij de knolvorming. Controleer regelmatig op de aanwezigheid van slakken en zorg voor voldoende licht en luchtcirculatie.
Overwinteren Knolselderij is niet winterhard. Je moet de knol daarom vóór de winter oogsten Als je zaad wilt winnen dan moet je de knol vorstvrij laten verwinteren en in het voorjaar opnieuw uitplanten. De plant bloeit dan in het tweede jaar en produceert zaden die je kunt gebruiken om opnieuw te zaaien.