Koolrabi uit de moestuin
Inleiding
Koolrabi uit de moestuin (Latijnse naam: Brassica oleracea var. gongylodes) is een snelgroeiende en smakelijke groente uit de kruisbloemenfamilie (Brassicaceae). De naam koolrabi is afkomstig uit het Duits, waar ‘kohl’ kool betekent en ‘rabi’ afgeleid is van het Latijnse woord voor knol. De groente is verwant aan andere kolen zoals broccoli en spruitkool, maar onderscheidt zich door de verdikte stengel die als een knol boven de grond groeit.
Koolrabi kent een lange geschiedenis en werd al in de 16e eeuw in Europa geteeld. Het is een eenjarig gewas dat snel groeit. Koolrabi uit de moestuin is populair vanwege zijn eenvoudige teelt en veelzijdige gebruik in de keuken. De lichtzoete smaak van koolrabi is een kruising tussen radijs en broccoli, en de knol kan rauw, gekookt of geroosterd worden gegeten. Ook het loof is eetbaar en doet denken aan boerenkool.
Koolrabi staat in Duitsland bekend als “de Duitse raap” en wordt in Nederland soms ook wel ‘raapkool’ genoemd. Het gewas kan zowel groen-wit als paars van kleur zijn, afhankelijk van de variëteit, maar de smaak is vrijwel hetzelfde. De groente wordt vaak gezien als een “beginner” gewas door zijn gemakkelijke groei en korte teeltduur.


Zaaien van koolrabi
De koolrabi uit de moestuin wordt in het vroege voorjaar gezaaid voor de zomeroogst. Je kunt ook na de langste dag zaaien voor een oogst in het najaar.

Een plant produceert één knol die meestal voldoende is voor één à twee porties. Koolrabi wordt bij voorkeur voorgezaaid in potten of trays om een gelijkmatige kieming te garanderen en het risico op plagen te minimaliseren.
Gebruik potten of trays met een diameter van 5-7 cm, zodat de zaailingen voldoende ruimte hebben om zich te ontwikkelen voordat ze worden uitgeplant. Vul de potten met een goede luchtige en doorlatende zaaimix. Zaai in elke pot 2-3 zaadjes op een diepte van ongeveer 1 cm en dun na ontkieming uit tot de sterkste zaailing. De optimale kiemtemperatuur ligt tussen 18-22°C, en de zaden ontkiemen in circa 8 dagen. Houd de grond constant vochtig maar niet doorweekt om de kieming te bevorderen.

Planten van koolrabi
Koolrabi kan worden uitgeplant zodra de zaailingen 3-4 echte blaadjes hebben en een stevige steel hebben ontwikkeld. Dit is ongeveer 30 dagen na het zaaien. De zaailingen zijn klaar om geplant te worden wanneer de stengels een dikte van ongeveer 0,5 cm hebben en niet te lang of slungelig zijn.
Koolrabi voor de zomeroogst blijven klein, omdat je die vroeg oogst. Bij de vakkenmethode passen 4 planten in een vak van 30×30 cm.

Planten in de najaarsoogst groeien langer en hebben meer ruimte nodig. In een vak van 30×30 cm past daarom 1 koolrabi.

Je oogst de koolrabi voor de zomeroogst in een vroeg stadium om te voorkomen dat deze doorschiet. De plant wordt daardoor niet heel groot. Plant de zaailing in een vrij ruimte van 15 cm doorsnede. De koolrabi voor de najaarsoogst kun je langer in de grond laten, want deze zal niet meer doorschieten. De knollen kunnen daarom aanzienlijk groter worden. Die planten hebben rondom een vrije ruimte nodig van 30 cm in doorsnede.
Een zonnige standplaats met goed doorlatende, humusrijke grond is ideaal. Zorg voor een beschutte plek om te voorkomen dat de planten beschadigd raken door harde wind. Koolrabi kan ook in grote potten worden geplant, mits deze minimaal 30 cm diep zijn en voldoende drainage hebben.
Plant de zaailingen flink diep, zodat ze stevig staan.

Oogsten van koolrabi
De knol van de koolrabi uit de moestuin is het belangrijkste deel dat geoogst wordt, maar ook het loof is eetbaar en kan in roerbakgerechten of salades worden verwerkt. Bij de zomeroogst is het belangrijk om tijdig te oogsten. Als de knol te laat geoogst wordt dan kan de knol houtig worden en de knol kan gaan scheuren. Regelmatig te controleren is dus belangrijk. Uiteindelijk zal de koolrabi doorschieten en een bloemstengel geven. De knol is dan niet meer eetbaar.
Oogst de koolrabi voor de zomeroogst in ieder geval als deze een diameter van 8-10 cm heeft, de knol stevig aanvoelt en een uniforme kleur heeft.
Een koolrabi voor de najaarsoogst zal niet meer doorschieten. Je kunt deze daarom ook veel langer laten doorgroeien, waardoor de knol een flinke omvang kan krijgen. Alle energie van de plant gaat namelijk naar de knol.
Om te oogsten snijd je de knol vlak boven de grond af met een scherp mes. Bewaar de knollen op een koele, donkere plek of in de koelkast. Ze blijven daar tot twee weken goed. Voor langere bewaring kun je de knollen blancheren en invriezen. De laatst geoogste exemplaren kunnen in een koele kelder worden bewaard voor wintergebruik.

Teelt en verzorging
Bekende variëteiten zijn onder andere ‘Azur Star’ (paars), ‘Lanro’ (groen-wit) en ‘Superschmelz’ (een extra grote variëteit). Koolrabi is gevoelig voor dezelfde ziekten en plagen als andere koolsoorten, zoals koolwitjes, rupsen en knolvoet. Je kunt dit tegengaan door wisselteelt toe te passen en insectengaas te gebruiken.
Hoewel koolrabi een gemakkelijk gewas is, heeft het regelmatig water nodig, vooral in droge periodes. Mulchen helpt de grond vochtig te houden en voorkomt onkruid. Het gewas heeft geen bemesting nodig tijdens de groei, maar het is wel belangrijk om de grond vooraf te verrijken met compost.
Aangezien koolrabi een eenjarig gewas is, is overwinteren niet van toepassing. Je kunt echter meerdere keren per jaar zaaien voor een doorlopende oogst, zolang er geen vorst is.
Koolrabi in de opvolgingsteelt
Koolrabi kun je toepassen als voorloopgewas (zomeroogst) of als opvolggewas (najaarsoogst) in de opvolgingsteelt. Op de pagina van de opvolgingsteelt kun je zelf combinaties maken die passen bij wat jij wilt telen.