Sla in je moestuin
Inleiding
Sla zoals die in je moestuin staat, is een van de oudste en meest geliefde bladgroenten ter wereld en kent een rijke geschiedenis die duizenden jaren teruggaat. De oorsprong van sla ligt in het Middellandse Zeegebied, waar het al in de tijd van de oude Egyptenaren werd verbouwd. Van daaruit verspreidde het zich naar Europa en later naar andere delen van de wereld. De naam ‘sla’ komt van het Latijnse ‘lactuca’, wat ‘melk’ betekent, verwijzend naar het melksap dat vrijkomt uit de stengel. De Latijnse naam van sla is Lactuca sativa.
Sla wordt voornamelijk gebruikt in salades, maar kan ook als garnering of in sandwiches dienen. Het is een veelzijdige, eenjarige plant die tot de composietenfamilie behoort. Bekende niet-officiële namen voor sla zijn bijvoorbeeld ‘pluksla’ (voor losse bladeren) en ‘botersla’ (voor zachte kroppen). Een leuk weetje is dat de Romeinen sla als een geneeskrachtig gewas beschouwden, omdat het zou helpen bij de spijsvertering en slaap bevorderen.


Zaaien van slaplanten
De Tuinagenda biedt een lang tijdvak waarin je sla voor je moestuin kunt zaaien. Je kun sla daardoor bijna het hele jaar in je tuin telen. Pas wel op met de periode rond de langste dag, wat sla is een zogenaamde langedagplant. Dat betekent dat de plant bij een bepaalde aantal uren zon zal gaan bloeien. We onderscheiden 2 tijdvakken voor het zaaien.
Voorjaar- en zomerteelt
Dit tijdvak loopt van Half Februari tot en met Eind Juli. Je kunt hierin alle hierboven genoemde slasoorten zaaien.
Tip: Zaai regelmatig kleine beetjes (bijvoorbeeld elke maand). Zo heb je altijd nieuwe plantjes klaarstaan en voorkom je dat alles tegelijk oogstrijp is.

Herfstteelt en Winterteelt
Dit is een korte, specifieke zaaiperiode van eind augustus tot half september. De sla die je nu zaait, oogst je in de koude maanden of het vroege voorjaar.

Tijdens dit korte tijdvak heb je 2 opties:
- Lente-sla (Engels: spring lettuce). Deze variëteiten zijn bestand tegen lagere temperaturen en minder licht. Denk aan botersla (zoals ‘Meikoningin’), pluksla (‘Red Salad Bowl’) en kleine romaine-soorten (‘Little Gem’). Deze zaai je nu om vroeg in het voorjaar te oogsten.
- Gewone sla met bescherming. je kunt ook ‘gewone’ slasoorten zaaien, maar deze hebben bescherming nodig tegen de kou. Kweek ze bijvoorbeeld in een koude kas, een platte bak of onder een lichttunnel (hoepels met folie).
Hoeveel zaaien?
Het aantal te zaaien planten hangt af van de gewenste oogsthoeveelheid. Als je alleen de buitenste blaadjes van de slaplanten oogst, zal de plant blijven doorgroeien en nieuwe blaadjes maken. Op die manier gaat de plant vrij lang mee en kun je voor een gemiddeld gezin volstaan met 8 tot 12 planten.
Oogst je de hele krop in één keer dan heb je waarschijnlijk meer planten nodig. Slaplanten groeien snel dus je kunt ook regelmatig nieuwe planten zaaien.
Gebruik voor het zaaien potjes of trays van circa 5 tot 7 cm in diameter. Vul deze met een luchtig zaaimedium. In elk potje worden drie tot vijf zaadjes gezaaid. Dek de zaadjes niet meer af met een laagje aarde, want sla-zaadjes zijn zogenaamde lichtkiemers. Ze hebben het licht al direct nodig bij en na het ontkiemen om zich verder te ontwikkelen.
De optimale kiemtemperatuur ligt tussen de 15 en 20 graden Celsius. Zet ze dus niet te warm, want boven de 20 a 25 graden gaan slazaden in een ‘hitteslaap’ (thermodormancy) en kiemen ze niet, ongeacht hoeveel licht ze krijgen. Dus: wél licht, maar liever een koelere plek.
Sla ontkiemt snel, meestal binnen 10 dagen. Na het ontkiemen kun je de zwakkere zaailingen uitdunnen, zodat alleen de sterkste plantjes overblijven.


Planten van sla in de moestuin
Zaailingen zijn klaar om geplant te worden zodra ze drie tot vier echte blaadjes hebben. Dit is doorgaans ongeveer 25 dagen na het zaaien. Sla in je moestuin kan in de volle grond worden uitgeplant op een onderlinge afstand van 20 tot 30 cm.
Sla is bij uitstek een prima gewas voor een kleine tuin. Je hebt maar heel weinig ruimte nodig om slaplantjes te telen. Er is altijd wel een plekje voor te vinden. En zelfs binnen een kleine ruimte kun je nog combinaties maken met verschillende soorten sla.
Als je elke keer de buitenste bladeren plukt, dan wordt de slaplant niet heel erg groot. Je hebt dan voldoende aan een vrije ruimte met een doorsnee van 15 cm. Als je gebruik maakt van de vakkenmethode dan passen er 4 slaplanten in een vak van 30×30. In een vak van 40×40 hebben ze iets meer ruimte, dan passen er 6 planten in een vak.

Wil je een kropsla tot volledige krop laten groeien, dan is meer ruimte nodig. Plant dan 1 slaplant in een vak van 30×30 en maximaal 2 planten in een vak van 40×40. De kroppen kunnen zich dan goed ontwikkelen.
Standplaats
De standplaats moet licht beschaduwd of zonnig zijn, met een goed doorlatende, humusrijke grond. Beschutting tegen harde wind is gewenst, omdat de tere bladeren snel kunnen beschadigen.
Sla kun je ook prima in potten of kratten kweken, mits deze minimaal 15 cm diep zijn. Hou er rekening mee dat potten en bakken sneller opwarmen dan de volle grond. Sla heeft de neiging om bij fikse warmte door te schieten. Een beetje schaduw en voldoende water helpt dan wel.


Oogsten van slaplanten
Van sla kunnen zowel de bladeren als de hele plant worden geoogst. Bij pluksla kun je beginnen met oogsten zodra de bladeren groot genoeg zijn om te gebruiken, meestal ongeveer 40 dagen na het zaaien. Voor kropsla wacht je tot de krop volledig is gevormd, wat gemiddeld 60 dagen na het zaaien is.
Bij pluksla kun je bladeren geleidelijk oogsten door de buitenste bladeren te plukken, waardoor de plant doorgroeit en nieuwe bladeren vormt. Je moet wel altijd het hart van de plant ongemoeid laten. Bij kropsla oogst je de hele plant in één keer. Gebruik een scherp mes om de krop net boven de grond af te snijden. Laat de wortels zitten om de bodemstructuur te behouden.
Geoogste bladeren of kroppen sla kun je het beste direct na het oogsten verwerken of in de koelkast bewaren, gewikkeld in een vochtige doek of in een afsluitbare plastic zak. Sla blijft op deze manier een paar dagen vers.
Sla in je moestuin kan bij warm weer snel doorschieten. Door regelmatig te oogsten en jonge planten op tijd uit te planten, kun je de teelt verlengen. Als sla in bloei schiet dan kun je na de bloei zaad oogsten dat je weer kunt gebruiken bij de volgende keer zaaien.

Teelt en verzorging
Hoofdgroepen
Er bestaan heel veel soorten sla en van elke soort bestaan ook weer volop variëteiten. Hieronder een poging om een indeling te maken. Elke variëteit heeft zijn eigen kenmerken. Je kunt hiermee een leuke mix van sla in je moestuin maken.
Kropsla (Butterhead lettuce)
- Kenmerken: Zachte, tere bladeren die dicht bij elkaar groeien om een losse krop te vormen. Vaak botersla genoemd.
- Variëteiten: ‘Appia’, ‘Buttercrunch’, ‘May Queen’, Rode Botersla.
IJsbergsla / knapsla (Crisphead lettuce)
- Kenmerken: Vormt een dichte, stevige krop met knapperige bladeren. Groeit trager dan andere slasoorten.
- Variëteiten: ‘Batavia Ice Queen’, ‘Grenobloise’, ‘Igloo’
Pluksla (Leaf lettuce)
- Kenmerken: Geen echte krop, losse bladeren die herhaaldelijk geoogst kunnen worden.
- Variëteiten: Eikenbladsla ‘Red Salad Bowl’, ‘Lollo Rosso’, ‘Lollo Bionda’
Romaine sla (Cos lettuce)
- Kenmerken: Langwerpige, rechtopstaande bladeren met een knapperige structuur. Bekend om het gebruik in Caesar-salades.
- Variëteiten: ‘Little Gem’, ‘Parris Island Cos’, ‘Valmaine’
Stengelsla (Stem lettuce)
- Kenmerken: Gekweekt voor de dikke, eetbare stengel in plaats van de bladeren. Vooral populair in Aziatische keukens.
- Variëteiten: ‘Celtuce’, ‘Asparagus Lettuce’
Knapsla (Batavia lettuce)
- Kenmerken: Een overgangsvorm tussen kropsla en pluksla. Heeft licht golvende, knapperige bladeren.
- Variëteiten: ‘Rouge Grenobloise’, ‘Sierra’, ‘Marvel of Four Seasons’
Tijdens de groei van sla in je moestuin is het zinvol om onderste bladen van de slaplanten te verwijderen als deze gelig of zacht worden. Deze kunnen ongedierte aantrekken.
In het vroege voorjaar en in de herfst kan het erg koud zijn. Slaplanten kunnen redelijk veel kou verdragen, maar afdekken met een vliesdoek is een goede bescherming tegen de bijtende koude wind.
Veelvoorkomende ziekten en plagen bij sla zijn slakken, valse meeldauw en bladluizen. Een goede luchtcirculatie en het vermijden van natte bladeren helpen tegen schimmelziekten.
Sla wordt vermeerderd door zaden. Slaplanten die je in het late seizoen zaait, kun je in een koude kas planten, want ze kunnen best een beetje vorst doorstaan. Zo kun je ook in de winter nog sla oogsten, maar de groei zal niet uitbundig zijn.
Sla in de opvolgingsteelt
Sla kun je gedurende het hele groeiseizoen telen en oogsten. Het is daarom een prima kandidaat om toe te passen in de opvolgingsteelt, zowel als voorloopgewas, tussengewas als opvolggewas. Sla kun je altijd gebruiken om lege plekken in je tuin (tijdelijk) op te vullen.
Het is daarom ook verstandig om altijd wat zaailingen van slaplanten beschikbaar te hebben, zodat je ze al hebt als ze nodig zijn.
Op de pagina van de opvolgingsteelt kun je zelf combinaties maken die goed bij jou passen. Gebruik de informatie hieronder als inspiratie voor je eigen ideeën.
Sla gevolgd door lente-ui gevolgd door rapen
