Stengelui uit eigen tuin
Inleiding
De stengelui, ook wel bekend als bosui, lente-ui of pijp-ui, is een veelzijdige groente afkomstig uit Centraal- en Oost-Azië. Het gewas staat bekend om zijn frisse, milde uiensmaak en zijn veelzijdigheid in de keuken. De Latijnse naam, Allium fistulosum, verwijst naar de holle, buisvormige bladeren. Hoewel de stengelui vaak met de gewone ui (Allium cepa) wordt verward, is het een apart gewas en wordt het vaak als vaste plant gekweekt in warme klimaten. In Nederland wordt het meestal als eenjarig gewas geteeld. Het is vrij eenvoudig om stengelui uit eigen tuin te kweken.
De stengelui heeft een rijke historie en wordt al duizenden jaren in Aziatische keukens gebruikt. Het gewas heeft door de jaren heen vele bijnamen gekregen, zoals pijpajuin en salade ui. Een leuk weetje is dat alle delen van de plant eetbaar zijn, van de witte wortelbasis tot de groene stengels. Het is een groente die zowel in warme als koude gerechten tot zijn recht komt en vaak rauw wordt gebruikt in salades, soepen en roerbakgerechten. Stengelui is een type bolgewas en behoort tot de Alliaceae (lookfamilie), net als ui, prei en bieslook.


Zaaien van stengelui
Je kunt stengelui in zeer veel perioden zaaien, zodat je ook in een groot deel van het jaar stengelui kan oogsten. Uiteraard hoef je niet elke periode te zaaien, maar je kunt je aandacht richten op enkele perioden met een goede verdeling over het seizoen. Voor de voorjaarszaai gebruik je snelle groeier zoals White Lisbon. In augustus zaai je een winterras zoals Ishikura voor oogst in januari t/m maart.
Vanaf Juli kun je stengelui toepassen voor opvolgingsteelt (successionplanting). Dat betekent dat je steeds voorgezaaide zaailingen beschikbaar hebt om lege plekken te vullen, die ontstaan na het oogsten van gewassen.

Gebruik kleine potten of trays met een diameter van ongeveer 5-7 cm. Vul deze met een luchtige, goed doorlatende compost. Hanteer voor stengelui de methode van clusterzaaien. Dat wil zeggen dat je in elke module van de tray of in elk potje 8 tot 10 zaadjes zaait. Bij het ontkiemen groeien dan ook meerdere zaailingen per module of potje. Zo’n groepje zaailingen noemen we een cluster.
De clusters zaailingen worden niet uitgedund. Elk cluster wordt straks als geheel geplant. Zorg voor voldoende licht om slappe zaailingen te voorkomen. Houd de aarde vochtig maar niet te nat, aangezien stengelui gevoelig is voor wortelrot.
De optimale kiemtemperatuur ligt tussen de 18 en 22 graden Celsius. Bij deze omstandigheden zullen de zaadjes binnen 10 dagen ontkiemen.


Planten van stengelui
De clusters met zaailingen zijn klaar om uitgeplant te worden zodra ze 10-15 cm hoog zijn en stevige wortels hebben. Dit is ongeveer 30 dagen na het zaaien. Stengelui heeft een voorkeur voor een zonnige standplaats in goed doorlatende, humusrijke grond. Zorg ervoor dat de grond niet te nat is, omdat dit wortelrot kan veroorzaken.
Geef een cluster van stengelui een vrije ruimte van circa 15 cm in doorsnede. Plant een cluster vrij diep in een plantgat. Stengelui die in het vroege voorjaar gezaaid is, kun je het beste afdekken met een vliesdoek en deze zo beschermen tegen de nachtvorst of koude wind.
Stengeluien die na de langste dag gezaaid zijn, hebben geen bescherming nodig. De plantjes hebben alle gelegenheid om in groeizame omstandigheden uit te groeien tot een behoorlijke plant, voordat ze de winter in gaan. Ze zijn behoorlijk bestand tegen de kou en hebben ook in de winter geen speciale bescherming nodig.


Oogsten van stengelui
Van een stengelui kunnen zowel de witte stengel als het groene blad worden geoogst. Je kunt oogsten zodra de stengels een dikte van ongeveer een potlood hebben, wat ongeveer 65 dagen na het zaaien het geval is. Je hoeft de stengelui niet direct te oogsten, want je kunt ze gerust enkele maanden in de grond laten staan zonder dat ze bederven. Ze blijven eetbaar, maar de smaak kan wat pittiger worden en de structuur kan taaier aanvoelen.
Als je in het voorjaar hebt gezaaid, dan zijn de stengeluien oogstrijp in de zomer. Wanneer je in het najaar hebt gezaaid, kun je de winter oogsten en mogelijk zelfs tot in april van de volgende lente. De stengelui is winterhard en kan een redelijke hoeveelheid vorst weerstaan.
In elke geplante cluster groeien meerdere stengeluien. Oogsten is in dit geval eigenlijk uitdunnen: je haalt uit elke clusters een of twee van de grootste stengeluien weg door ze met een draaiende beweging uit de grond te trekken. De overige uien in de cluster krijgen hierdoor meer ruimte en kunnen verder groeien.
Verwijder van de geoogste stengeluien de buitenste bladeren. Hierna kun je ze wassen en in de koelkast bewaren. Verpak de stengelui in een vochtige doek of plastic zak om de versheid te behouden; zo blijft de stengelui tot een week houdbaar. Voor langere bewaring kun je de stengels invriezen.
Als je een stengelui niet oogst, dan zal deze in het voorjaar van het tweede jaar gaan bloeien en uiteindelijk zaad produceren. Dat zaad kun je oogsten en gebruiken om opnieuw te zaaien.

Teelt en verzorging
Bekende variëteiten van stengelui zijn onder andere ‘Ishikura’, ‘Bajkal’ en ‘Performer’. Deze rassen onderscheiden zich door hun groeisnelheid en smaak.
Veelvoorkomende plagen zijn trips, uienvlieg en roest. Trips kun je bestrijden met biologische insecticiden of door natuurlijke vijanden, zoals lieveheersbeestjes, aan te trekken. Tegen uienvlieg helpt het gebruik van insectengaas. Roest kan worden voorkomen door een goede luchtcirculatie en het vermijden van natte bladeren.
Stengelui uit eigen tuin kan worden vermeerderd door het opnieuw planten van de onderste witte delen met wortels. Hoewel het gewas in Nederland meestal als eenjarige wordt geteeld, kan het in zachte winters overleven. In dat geval is het belangrijk de plant te beschermen met een mulchlaag of vliesdoek tegen vorst. Regelmatig water geven en het verwijderen van onkruid zijn essentiële verzorgingstaken om een gezonde groei te waarborgen.
Een stengelui die niet geoogst wordt zal in het voorjaar in bloei schieten en zaad produceren.
Stengelui in de kleine tuin
Stengelui is een prima gewas voor een kleine tuin. Het neemt weinig ruimte in en het is het hele groeiseizoen te telen.
Als je gebruik maakt van de vakkenmethode dan passen er 4 clusters stengeluien in een vak van 30×30 cm. In een vak van 40×40 cm passen 9 clusters stengeluien.

Stengelui kan ook prima in potten worden gekweekt, mits de potten minimaal 20 cm diep zijn en een goede afwatering hebben.
Stengelui in de opvolgingsteelt
Stengelui kun je nagenoeg het hele groeiseizoen telen en oogsten. Het is daarom een prima kandidaat om toe te passen in de opvolgingsteelt, zowel als voorloopgewas, tussengewas als opvolggewas.
Op de pagina van de opvolgingsteelt kun je zelf combinaties maken die goed bij jou passen. Gebruik de informatie hieronder als inspiratie voor je eigen ideeën.
Sla gevolgd door stengelui gevolgd door rapen
