Tuinbonen, met de Latijnse naam Vicia faba, zijn een van de oudste gecultiveerde gewassen ter wereld, die je ook zelf kan kweken in je moestuin. Ze worden al duizenden jaren verbouwd, met oorsprong in het Middellandse Zeegebied en Zuidwest-Azië. Dit eenjarige gewas behoort tot de vlinderbloemenfamilie (Fabaceae) en is nauw verwant aan andere peulvruchten zoals erwten en bonen. Tuinbonen staan bekend om hun voedzame bonen, die rijk zijn aan eiwitten, vezels en vitamines.
De naam “tuinboon” verwijst naar de teelt in moestuinen, maar het gewas kent ook andere benamingen, zoals veldboon of paardenboon, die vaak gebruikt worden in de context van diervoeder. Een opvallende niet-officiële naam is “Roomse boon”, die verwijst naar historische teelt in kloostertuinen. Een leuk weetje: tuinbonen werden vroeger gebruikt als offergave en in middeleeuwse spellen waarbij bonen als inzet dienden.
Vers of gedroogd
Tuinbonen die je zelf kweekt zijn niet alleen voedzaam, maar ook veelzijdig. Ze kunnen vers gegeten worden, maar zijn ook geschikt voor verwerking in soepen, stoofschotels of als gedroogd product. Het gewas is een stikstofbinder, wat betekent dat het stikstof uit de lucht kan vastleggen en de bodem daarmee verrijkt.
Levenscyclus tuinboon
De levenscyclus van de tuinboon (Vicia faba) begint bij het zaad, dat in de juiste omstandigheden ontkiemt en uitgroeit tot een jonge zaailing. Tijdens het ontkiemen zwelt het zaad op en breekt de zaadhuid open, waardoor de eerste wortel (penwortel) de grond in groeit. Vervolgens verschijnt de stengel boven de grond, met ovale blaadjes die de energie leveren voor verdere groei.
De zaailing ontwikkelt zich tot een stevige plant, vaak tot een hoogte van 50 tot 120 cm, afhankelijk van de variëteit. Binnen enkele weken verschijnen er bloemknoppen, die uitgroeien tot opvallende wit-zwarte bloemen. Deze bloemen zijn zelf bestuivend en worden voornamelijk door de wind bestoven, wat leidt tot de ontwikkeling van peulen. De peulen groeien kunnen wel 8 tot 20 centimeter lang worden en bevatten de herkenbare bonen, meestal drie tot zes per peul.
Bedwelmende geur
“Ik ben in de bonen” betekent: ik ben in de war. deze zegswijze gaat terug op een oud bijgeloof. Vroeger geloofde men dat tuinbonen tijdens hun bloei een bedwelmende geur verspreidden die zelfs tot krankzinnigheid kon leiden als men daarbij in slaap viel.
Tijdens de rijpingsfase zwellen de bonen op en krijgen ze hun karakteristieke donkergroene kleur. De plant blijft nieuwe bloemen en peulen vormen, mits de omstandigheden gunstig blijven. Na de oogst begint de afsterffase: de bladeren verwelken geleidelijk, verliezen hun kleur en stevigheid, en de plant begint energie terug te trekken naar de wortels en zaden. Vanwege de robuuste structuur van de plant is het niet eenvoudig deze volledig in de bodem te verwerken. Een praktische aanpak is om de plantenresten te hakselen en te gebruiken als mulch of toe te voegen aan de composthoop. Resten van de plant kunnen worden teruggebracht in de bodem om de grond te verrijken met organisch materiaal.
Mooie zwart-witte bloemen van de tuinboonplant
Zaaien van tuinbonen
In de Tuinagenda staan 2 tijdvakken die geschikt zijn voor het zelf kweken van tuinbonen. We onderscheiden een zomeroogst en een voorjaarsoogst.
Een enkele plant levert gemiddeld 12 tot 20 peulen op gedurende het groeiseizoen, afhankelijk van de variëteit en de teeltomstandigheden. Bij koude of droogte blijft het vaak steken bij 8 tot 10 peulen. In één peul zitten zo’n 4 tot 6 bonen. Per plant kom je gemiddeld uit op circa 75 bonen (60 tot 90 gram eetbare tuinbonen).
De heldere kleuren in de tabel zijn van de zomeroogst, terwijl de lichtere kleuren bij de voorjaarsoogst horen.
Zomeroogst
Gebruik potten of trays met een diameter van minimaal 7 cm, zodat de wortels voldoende ruimte hebben. Vul deze met een goed luchtig en doorlatend zaaimedium. Zaai in elke pot of tray-module 1 boon en houd een kiemtemperatuur van 10-15°C aan. De zaden ontkiemen na ongeveer 10 dagen. Houd er rekening mee dat mogelijk niet alle zaden opkomen, dus zaai wat extra potjes.
Voorjaarsoogst
Naast de zomeroogst is het mogelijk om in het late najaar te zaaien zodat de plantjes kunnen overwinteren. Dit wordt door sommigen ook wel weeuwenteelt genoemd. De oogst valt dan in het vroege voorjaar (van begin mei tot begin juni). De plantjes kunnen redelijk wat vorst doorstaan (tot circa -8 á 10 graden Celsius). De soort ‘Aquadulce’ is een veel gebruikte variëteit voor het zaaien in het najaar.
Er zijn 2 manieren om te zaaien voor de voorjaarsoogst: voorzaaien in potjes en rechtstreeks in de grond zaaien.
Voorzaaien voorjaarsoogst
Deze manier van zaaien kun je het beste toepassen als de grond in je tuin erg nat is. Er is namelijk een grote kans dat je zaden zullen rotten in een drassige grond.
Met voorzaaien zaai je de bonen niet rechtstreeks in de grond, maar in potjes. Deze potjes bescherm je tegen felle kou in een koude kas, onder een koepel of in een koele ruimte. Daar hebben de plantjes de gelegenheid om hun wortels goed te laten groeien.
De zaden ontkiemen bij een temperatuur van 5 á 10 graden Celsius. Ook de plantjes hebben behoefte aan een koele omgeving. Zet de plantjes dus niet te warm, want dan worden ze slungelig en slap. Ze hebben wel veel behoefte aan licht.
Als de planten circa 10 centimeter groot zijn, dan stopt de groei zo goed als volledig. Als het in het vroege voorjaar weer wat warmer wordt, dan gaat de groei weer verder.
Wacht met het uitplanten tot het nieuwe jaar (feb-mrt). De wortels zijn na het ontkiemen nog heel fragiel en bij het uitplanten raken deze altijd een beetje beschadigd. In de zeer koude grond kunnen deze wortels zich niet herstellen. Uitplanten doen we daarom pas in het hele vroege voorjaar (feb-mrt), als de plantjes circa 10-15 cm groot zijn.
Voorjaarsoogst rechtstreeks in de grond zaaien
Rechtstreeks in de volle grond zaaien kan als je grond niet te nat is. Je hebt hierbij geen last dat de wortels bij het uitplanten beschadigd raken. Dat verhoogd de kans dat de plantjes voldoende stevig zijn om de winter te overleven.
Het is wel verstandig om ze met bijvoorbeeld een vliesdoek te beschermen tegen al te grote kou
Tuinbonen als groenbemester
Tuinbonen kun je ook zelf kweken als groenbemester door ze ter plaatse te zaaien. Deze zijn niet bedoeld om een oogst op te leveren. Bij flinke vorst is er een kans dat de planten afsterven. Als ze blijven leven, dan moet je ze zelf in het voorjaar opruimen.
Laat de wortels met de stikstofknolletjes dan in de grond zitten en gebruik de plantdelen om compost te maken.
Planten van tuinbonen
De tuinboon heeft een penwortel die zich in een zaaipotje vaak helemaal oprolt. Dit blijkt echter geen probleem te zijn, want na het uitplanten herstelt de plant zich vanzelf.
De zaailingen zijn klaar om geplant te worden zodra ze 10 tot 15 cm hoog zijn en stevig aanvoelen. Dit is meestal na 25 dagen na het zaaien.
Plantafstand
Individuele planten: Houd een afstand van ongeveer 10 tot 15 cm tot andere planten.
Square foot gardening:
In een vak van 40×40 cm passen 9 planten.
In een vak van 30×30 cm passen 4 planten.
Hoe planten?
Maak een redelijk diep plantgat. Tuinbonen moeten flink diep geplant worden.
Zorg ervoor dat de eerste blaadjes net de bovenkant van de aarde raken.
Druk de aarde stevig aan rondom de wortels om de plant goed te stabiliseren.
Kies een zonnige, beschutte standplaats met goed doorlatende, vochtige grond. Tuinbonen zelf kweken werkt het best in lichtzure tot neutrale grond (pH 6-7).
De plantdiepte is flink diep. De onderste blaadjes mogen bijna op de grond liggen. Druk de aarde stevig aan rondom de wortels. Het gewas kan ook in grote potten worden geteeld, mits de potten minimaal 30 cm diep zijn.
Gedopte tuinbonen
Oogsten van tuinbonen
De peulen van de tuinboon kunnen geoogst worden zodra ze goed gevuld aanvoelen. Dit is ongeveer 105 dagen na het zaaien, afhankelijk van de teeltomstandigheden. Controleer regelmatig op rijpe peulen door zachtjes in de peulen te knijpen. Je zou moeten voelen dat de peul stevig aanvoelt en de bonen binnenin goed ontwikkeld zijn, zonder dat de peul zelf te zacht of nog plat is. Oogst met de hand door de peulen voorzichtig van de plant af te draaien, waarbij je aan de onderkant van de plant begint.
Tuinbonen kunnen in meerdere fasen geoogst worden. Dit verlengt de oogstperiode en zorgt ervoor dat er steeds verse bonen beschikbaar zijn. Na de eerste oogst kunnen vaak nog nieuwe peulen ontstaan. Bewaar de geoogste bonen in de koelkast in een luchtdichte bak. Ze blijven zo enkele dagen vers. Voor langere bewaring kunnen de bonen worden gedopt, geblancheerd en ingevroren.
Tuinbonen in een halve peul op een bord
Teelt en verzorging
Bekende variëteiten voor tuinbonen zijn onder andere:
Zomeroogst
De Monica: Bij zachte winters al in januari, anders feb-mrt. Een zomerzaai van eind juni heeft ook kans van slagen.
Voorjaarsteelt:
Witkiem: Een kortere plant met peulen van gemiddelde grootte. Geschikt voor vroege voorjaarsteelt en bekend om zijn goede smaak.
Driemaal Wit: Een middelgrote plant met witte bloemen en peulen, populair vanwege zijn hoge opbrengst en zachte bonen.
Winterteelt (weeuwenteelt):
Hangdown: Een lange plant met hangende peulen, die goed bestand is tegen winterse omstandigheden. Ideaal voor weeuwenteelt.
Aquadulce Claudia: Een lange en robuuste variëteit die winterhard is en geschikt voor late herfst- en vroege winterzaai.
Tuinbonen kunnen last hebben van zwarte bonenluis. Als je de toppen uit de planten verwijdert, dan maakt de plant geen nieuwe bloemen meer aan, maar bestaande bloemen kunnen dan wel tot peulen uitgroeien. Maar zonder toppen is de plant niet aantrekkelijk voor luizen en landen ze niet op de plant. Je kunt de toppen op voorhand weghalen of na regelmatige inspectie en als ze aangetast zijn. De toppen zijn trouwens eetbaar en smaken naar tuinbonen.
Het gewas kan ook gevoelig zijn voor schimmelziekten bij langdurige natte omstandigheden. Zorg daarom voor een goed doorlatende grond en voldoende luchtcirculatie tussen de planten.
Vermeerderen gebeurt eenvoudig via zaden, die geoogst kunnen worden uit volledig gerijpte peulen. Bij algehele verzorging is het belangrijk om regelmatig onkruid te verwijderen en de grond vochtig te houden, vooral tijdens droge periodes. Tuinbonen hoeven meestal niet overwinterd te worden, aangezien ze eenjarig zijn, maar er bestaat wel een bijzondere weeuwenteelt. Hierbij worden tuinbonen in november gezaaid en overwinteren ze in de grond, zodat ze half juni geoogst kunnen worden.
Tuinbonen in de opvolgingsteelt
Vroeg gezaaide tuinbonen kun je toepassen als voorloopgewas in de 1e seizoenshelft. Daarna zijn er legio gewassen uit de 2e seizoenshelft die de vrij gekomen ruimte kunnen benutten. Op de pagina van de opvolgingsteelt kun je zelf combinaties maken met gewassen die je zou willen telen. Gebruik de informatie hieronder als inspiratie voor je eigen ideeën.